Gastblog van Iris: KleptoMaan

Veel gênanter dan vandaag is het me in mijn leven nog niet overkomen. Terwijl ik dit schrijf krijg ik nog hartkloppingen en zweethanden. Zoon en ik besloten vanmiddag alvast wat inkopen te doen voor ons gezamenlijk te vieren verjaardagsfeest van aanstaande zondag. We kennen onszelf en onze bezigheden en alles dat we nu al gedaan hebben hoeven we daarmee aan het eind van de week, als we aan ons weekend toe zijn en de winkels druk, niet te doen. Zoon geeft fijntjes aan dat hij dan ook mooi de zware dingen kan tillen, zoals een kratje bier. Natuurlijk! Goed plan.

Samen tijgen we naar de supermarkt waar mijn Lief mij bonnen voor geeft, die hij via zijn werk ontvangt en waarmee ik korting kan krijgen. Een liefdevol gebaar. In deze supermarkt kan de klant als hij dat wil gebruik maken van een scanapparaat. Zelf de boodschappen scannen en via de scankassa afzwaaien. Dat lijkt mij wel wat. Ik kom er niet vaak en ben dol op nieuwtjes. Zoon, die mij beter kent dan ik mijzelf, kijkt wat bedenkelijk en zegt: “Mam, dan moet je ook wel scannen hè”. Dat lijkt mij een logisch gevolg van een scanapparaatje op het handvat van mijn kar dus het ongevraagde advies gaat gevoeglijk mijn ene oor in en het andere uit.

Boodschappen doen. Zelden ben ik zó geconfronteerd met de eigen stijl die een mens daarbij ontwikkelt. De mijne werkt aldus: ik parkeer mijn winkelwagen ergens centraal in de winkel en spreek met Zoon af welke producten hij gaat halen en waar ik naar op zoek ga. Een tijdbesparende tactiek van een alleenstaande moeder, efficiënt en effectief. “Mam, heb je nou gescand wat je in die kar laat vallen?”. Uh…nee. De notenrijst nog niet. Sorry. Doe jij dat even?”

Ergens had wellicht al een belletje moeten gaan rinkelen. Winkelen met een scanapparaat, twee personen die de boodschappen links en rechts verzamelen, één ervan met de gedachten overal behalve bij die vermaledijde blieper op de kar. Gezamenlijk gaan we naar de scankassa. Daar vraagt de uiterst vriendelijke kassière mijn apparaatje op: of ze een controle mag doen. Natuurlijk! Langzaam bliept het apparaat opnieuw de producten in mijn kar. Ze gaat steeds bedenkelijker kijken; zo ook Zoon. “Uh…ik haal er even iemand bij”, zegt ze vriendelijk. Of ik de boodschappen even aan een gewone kassa af wil rekenen, want er blijken wat producten niet gescand. Geen probleem, geef ik aan. Sorry ook, ik doe dit zelden. Ze knikt maar eens. Volkomen naïef laad ik mijn boodschappen op de band met een wat ongerust kijkende Zoon.

Eenmaal door de gewone kassa heen word ik opgewacht door een dame, die mij vraagt mee te komen. Ik begin me wat ongemakkelijk te voelen. Maar nog steeds heb ik niet werkelijk in de gaten in welke fuik ik gezwommen ben. Ook zij zegt zeer vriendelijk dat ze er even iemand bij haalt. Voor ik er erg in heb word ik op vrij luide toon, in het bijzijn van rijen mensen die zo verstandig geweest zijn zonder scanapparaat te winkelen, toegesproken door een man die hoog en breed boven en naast mij uittorent. Het verschil is wel erg groot; scankassa en gewone kassa. En ja…hij kijkt van bovenaf op mij neer….ik zie er dan misschien wel niet zo uit, maar in ieder mens kan een dief schuilen…kleding zegt hem helemaal niets. Vertwijfeld laat ik mijn blik over mijn trui, broek en schoenen glijden. Een dief?

Ik had toch Zoon mee? Er waren dus twee mensen die hadden kunnen controleren of die boodschappen gescand waren. Wat ik eigenlijk van plan was? Ik voel me warm worden. Van plan? Ik kwam verjaardagsboodschappen doen, veel verder dan dat reikten de plannen niet.

Wat verward vertel ik hem dat ik dit voor het eerst deed. Dat Zoon mij wel twee keer gewaarschuwd heeft, maar dat ik kennelijk vergeten heb afdoende te scannen. Dat het zonder meer mijn fout is. Dat  ik nog nooit in mijn leven ook maar iets gestolen heb. Ik kijk in twee licht smalende gezichten. “Met zo’n opmerking kan ik niks”, blaast meneer. Mijn ogen glijden over de mensen in de rij. Ik zie nieuwsgierigheid, leedvermaak, veroordeling. Ik schaam me diep. “Dat zegt iedereen die steelt”. Stelen? Ik echo het woord. “Ja, dat is wat u doet. U steelt. Het gaat niet om een vergeten boodschap, het gaat om een aardig bedrag”. Ik hap naar adem. Zoon wordt boos en zet breed een stap naar voren. Ik vraag hem zich er niet mee te bemoeien; hoewel goed bedoeld lijkt zijn bijdrage geen positieve draai aan deze onverkwikkelijke situatie te gaan leveren.

Er rest mij niets anders dan de politie te bellen”, hoor ik boven me, terwijl ik de grote vingers beschuldigend naar mijn bonnetje zie priemen. Nu word ik werkelijk duizelig. De politie. “Ik begrijp dat u mij niet gelooft. Ik zal het zelfde zeggen als iedereen. Ik heb in mijn leven werkelijk nog nooit iets meegenomen dat niet van mij was. Dat kan ik niet bewijzen, dat besef ik. Ik heb mijn scanapparaat volkomen te goeder trouw overgedragen aan uw kassière en ook zonder problemen het totaalbedrag betaald”, praat ik als Brugman.  Terwijl ik het zeg denk ik aan alle keren dat ik netjes gevonden voorwerpen, geld of wat ik ook vond terugbracht, afleverde op het politiebureau. Dat ik kassières vertelde dat ze te weinig in rekening brachten of een artikel vergaten. Mijn familie vond het vermakelijk maar wel met een irritant randje, dat dan weer wel. Ik denk aan de keren dat ik mijn directeur netjes vraag of ik iets voor privé mag kopiëren. En realiseer me dat deze man dat allemaal helemaal niet wil horen. Ik heb mijn stempel te pakken: ik kan mij onmogelijk vergist hebben met dat scanapparaat, ik ben een dief.

Op het moment dat ik me erbij neerleg dat de politie gebeld gaat worden (me nog wel even afvraag hoe ik dit bij Lief moet verantwoorden en of dit consequenties heeft voor mijn werk) neemt de boze meneer een besluit: “Ik strijk nu met mijn hand over mijn hart, maar u moet nooit meer met zo’n verhaal aankomen. En neem voortaan een gewone kassa”. Ik haal diep adem. “En dat is niet aan jouw gedrag te danken”, sneert hij nog naar Zoon. Ik bedank hem en steek hem mijn hand toe. Wat cynisch accepteert hij die.

Zoon loopt briesend en schuimend mee naar buiten. Hij heeft de terugweg nodig om stoom af te blazen, terwijl ik af en toe even onderbreek met wat opmerkingen: de man doet zijn werk, er wórdt nu eenmaal veel gestolen, hij hoort waarschijnlijk de hele dag door smoesjes, ik ben daadwerkelijk vergeten een aantal producten te scannen…. Zoon is niet voor rede vatbaar.

Ik mijmer hardop verder. Denk aan de documentaire van Sunny Bergman, aan Detroit, een film die nu in de bioscopen draait. Mensen die op basis van huidkleur of overtuiging volkomen willekeurig beschuldigd worden. Van wie van te voren vast staat dat ze zich niet vergist kunnen hebben of gewoon de waarheid spreken. Hoeveel onmacht moeten zij gevoeld hebben en nóg voelen? Eenmaal thuis kalmeert Zoon wat. Ik vraag hem wat hem nu zo tot woede dreef. Hij benoemt wat mij ook vaak dwars zit in de manier waarop onze huidige maatschappij is ingericht. Wantrouwen. Angst om bedrogen te worden. Uitgaan van kwade bedoelingen. En daar de regels op inrichten.

Hij had je gewoon kunnen vragen wat er gebeurd is. Hoe het nou zo mis gegaan kon zijn. Daarnaast: je hebt zonder problemen aan de kassa betaald”. Dat is waar. “Mam, jij bent altijd goudeerlijk. In alles wat je doet. Op het irritante af. En dan gaat zo’n kerel jou in het bijzijn van andere mensen op luide toon voor dief uitmaken. Zo ga je niet met mijn moeder om”. Ik glimlach. Een goudeerlijke dief.

Wat denk je, zou je Superman-act mij gered hebben van de politie?”, vraag ik hem. Hij grinnikt: “Ik vermoed van niet”. Dan grijnst hij. “Ik voel wel een gedicht opkomen”. Als je het maar laat”, roep ik uit. “Ik ga ervoor zorgen dat jij mij niet krijgt als we de Sinterklaasloten trekken. Ik schaam me diep en wil het er nooit meer over hebben”. Nou ja, hierna niet meer dan.

En Sinterklaasloten manipuleren lijkt me een leuke uitdaging. Vooral om dat eerlijk te doen….

 

 

 

 

 

 

 

Share Button

3 gedachten over “Gastblog van Iris: KleptoMaan”

  1. Wat vreselijk Iris , en wat erg dat zo’n vent, in t bijzijn van, je eens even uitmaakt voor dief! Bleh gauw vergeten maar, en ik snap “zoon”helemaal wat zou ik ook boos zijn geworden! Xxx

  2. Ik vind op zijn minst dat zo’n man je even moet meenemen naar zijn kantoor!
    Het zou mij ook hebben kunnen overkomen als ik samen met mijn zoon boodschappen doe, samen het mandje vullen. Ik heb echt altijd een steekproef dus ben extra alert!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *