De Prosecco’s

Het is een gewone dag in november als ik na werktijd naar de stad rijd om daar te gaan eten met een club collega’s. Twee van mijn collega’s jubileren en zij hebben ervoor gekozen het daarvoor ter beschikking staande budget op deze wijze te gebruiken. Waarvoor dank, ik mag ook mee! 

Het restaurant is nog tamelijk nieuw en ik kijk mijn ogen uit wanneer ik binnen kom. Het oogt industrieel en mooi. Het is een biologisch, vegetarisch restaurant waar met lokale en verse ingrediënten een origineel en uitgebreid buffet wordt geserveerd. De keuken is een open ruimte in het midden van de zaak, vijf koks staan er hard te werken. Het ruikt er heerlijk. Het is echt een hype, dit verantwoorde concept, in een chique wijk van de stad. Ik laat me verrassen.

We nemen plaats achterin de zaak, waar drie grote tafels tegen elkaar aan zijn geschoven. Met negentien vrouwen maken we nogal wat lawaai. Het is er vol, er zitten jongere mensen en zakenlui. We scheppen op van het buffet. Heerlijke dingen liggen er, van notenballetjes tot bietenhumus en pompoenspread. Bonencurry’s, gegrilde tofu, champignons en quinoa. Niets van wat ik zelf op de tafel slinger thuis, dus ik geniet van de kleurrijke aanblik en ik proef van alles een beetje.

Als we net weer aan tafel zitten met onze borden vol kleine hapjes nestelt zich vlak naast ons in een speelhoekje een aantal moeders met hun jonge kroost. Het is gewoon woensdag en inmiddels is het ook half acht, maar dat hindert ze kennelijk niet. Het zijn echte Gooise Vrouwen, maar dan uit Brabant. Ik noem dat de Prosecco’s. Wie kent ze niet? Ze hebben strakke Armani spijkerbroeken aan met een smal goudkleurig gevlochten riempje erin en een gewatteerde, doorgestikte korte ski-jas erop. Ze lopen op peperdure sneakers waarboven je nog net een stukje van een zeer gebruinde enkel kunt zien. Ze hebben een pastelkleurige blouse onder hun korte truitje. Een arm vol glanzende armbanden en strakke, lange en vlekkeloos gelakte nagels. Hun grote horloge hangt losjes om hun pols. Ze hebben hun glanzende haren nonchalant met een klein clipje vastgezet. Het lijkt alsof het vijf minuten geleden is gedaan, maar als je beter kijkt zie je dat het een goed gestileerde coupe is. De moeders drinken op de stoffen bank een wijntje bij hun eten en de kinderen drinken limonade. De moeders hebben het te druk met elkaar om op hun kroost te letten. De borden van hun kinderen staan op het vloerkleed terwijl zij intussen met het speelgoed spelen. Ze bekvechten en eten tegelijk. Eén van de kinderen tuft met kracht een balletje uit, omdat het een vijgenballetje is en geen gehaktballetje. Ik sla het geamuseerd gade. Wat heerlijk dat dit mijn kinderen niet zijn! Mijn bloedjes eten vanavond tijdens mijn afwezigheid waarschijnlijk pizza thuis op de bank, met de sokken op tafel en voor de televisie.

Het is zéker half negen als de Prosecco’s hun kroost manen hun bodywarmers en Uggs weer aan te doen. Het eten ligt nog op de borden.  Er liggen twee biologische pannenkoekjes los op het kleine speeltafeltje. Het uitgetufte vijgenballetje ligt half in een servetje gevouwen op de bank. Het speelgoed ligt overal en de servetten, waaraan duidelijk monden zijn afgeveegd, liggen op de grond en op de twee bankjes. De moeders trekken hun jas ook aan en dirigeren hun kinderen naar de uitgang. Ik zie de serveerster van het restaurant wat verslagen naar de speelhoek kijken. Even later zit ze op haar knieën met een doekje het tafeltje, de boekjes en de plastic pannetjes uit het speelkeukentje schoon te maken en met een sopje de vlekken uit de bank te boenen. Met haar handen in handschoenen haalt ze ook de achtergebleven vuilnis weg. De halfvolle borden gaan onverrichter zake terug naar de keuken en ik zie dat ze de restanten in de vuilnisbak laat glijden. Over verspilling gesproken. Daar is weinig biologisch aan. De Prosecco’s hebben zich nog niet in het concept verdiept, vermoed ik.

Als wij even later de jubilerende collega’s in het zonnetje hebben gezet en ook onze jassen hebben aangetrokken om naar huis te gaan, kijk ik nog even achterom. We hebben rode konen van de wijn en van de warmte, wallen onder onze ogen na een lange werkdag en kraaienpoten van het lachen. Onze tafel is schoon. De stoelen zijn aangeschoven. De kaarsjes branden nog op de tafeltjes. Ik glimlach en bedank de dame achter de balie voor het heerlijke eten. Typisch dames uit de zorg, wij. En ik ben er blij om.

 

 

 

Share Button

Eén gedachte over “De Prosecco’s”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *