Een vuist maken

Het is een paar dagen ná de euforische en feestelijke diplomering en beëidiging van mijn dochter als ik met één van mijn andere bloedjes in de wachtkamer zit van de psychiater. In het prachtige herenhuis heeft zich een aantal hulpverleners verzameld. De gezamenlijke wachtkamer is klein en stil. Er ligt een aantal tijdschriften en er staan wat aparte rekwisieten in een oubollige glazen vitrinekast. Mijn kind heeft het vooral druk met zijn telefoon. 

Hij heeft het moeilijk, mijn zoon. En daardoor hebben wij het moeilijk met elkaar. Zijn grillige buien, zijn behoefte aan vrijheid, zijn gebrek aan motivatie voor school en zijn immer wild stromende woordenwaterval zetten in huis alle verhoudingen op scherp. Dat gaat zo, als je met vijf karakters in een niet al te groot huis woont.

Mijn kind is bovengemiddeld intelligent en adolescent. Dat is een helse combinatie. Moeder natuur heeft het wel goed geregeld, dat je kind pas puber wordt vanaf een jaar of 14. Dan ben je inmiddels dusdanig aan elkaar gehecht dat de grenzen waarvan je dacht dat niemand die ooit zou overschrijden tóch van stretch blijken te zijn. Dan houd je zoveel van je kind dat je oplossingen zoekt voor problemen die je niet voor mogelijk gehouden had toen je de adorabele zuigeling koesterde.

Het sloop er langzaam in, zijn sombere buien. Zijn gebrek aan motivatie. Zijn manier om uitvluchten te zoeken. Het duurde veel te lang voordat ook ík op mijn netvlies had hoe ernstig de situatie eigenlijk was. Ik had me te lang om de tuin laten leiden met mooie woorden en sluitende alibi’s. Hij had te lang in mijn dode hoek gezeten.

Vanaf het moment dat mijn oog is gevallen op zijn spitse, witte gezicht en de kringen onder zijn ogen weet ik dat ik rap actie moet ondernemen. Niet alleen omdat hij over een paar maanden examen moet doen, maar ook omdat ik niet wil dat hij door mijn vingers glipt. Dat hij de grip op zijn leven verliest. Ik houd van mijn zoon.

Ik overleg met zijn vader, zoek contact met de school en met de ouders van de Beste Vriend van mijn kind. Tegelijkertijd mail ik het CJG én de psychiater die ik nog ken van enkele jaren geleden. De psychiater mailt mij per omgaande terug. Hij is niet door de gemeente gecontracteerd, dus hij kan ons niet helpen. Van het CJG hoor ik niets meer na de automatische reply dat mijn vraag ontvangen is en zo snel mogelijk beantwoord zal worden. Is de betrokken ambtenaar lekker op skivakantie?

Ik leg mijn oor te luister en leer dat de wachttijden voor de jeugd via de aangewezen Gemeente-weg negen maanden tot een jaar bedragen. Ik bel de psychiater terug en vraag hem of wij tegen betaling op kortere termijn terecht kunnen. Dat kan, legt hij uit. Hij geneert zich om te zeggen wat de kosten van de consulten zijn. Ik knipper een paar keer met mijn ogen. Dan maar geen dertiende maand. We hebben zijn hulp nu hard nodig.

Vijf weken later zitten we tegenover de psychiater. Hij voert een adequaat gesprek met mijn zoon. Ik luister. De psychiater beschikt over een niets aan het toeval overlatende vocabulaire, evenals als mijn zoon. Er ontstaat een heldere weergave van de situatie. Hoewel ik geen details hoor die ik nog niet wist of vermoedde, schiet mijn bloeddruk af en toe gevaarlijk omhoog. Hier was dringend interventie nodig, zoveel is duidelijk.

Ons worden drie mogelijkheden voorgelegd. De korte termijn oplossing, een verdere verdieping van het probleem met een eventuele diagnose, of beide paden tegelijk.  Zonder te beslissen of we verdere verdieping willen, besluiten we nu voor het eerste pad te kiezen, die van de korte termijn. Met elkaar proberen we hem door het laatste halve jaar van het voorgezet onderwijs te loodsen. Mijn zoon krijgt hulp van medicatie. Gereguleerde medicatie, in plaats van door hem zelf geronselde.

We verlaten de praktijk met een vervolgafspraak over vier weken. Ik ben opgelucht. Niet omdat ik een liefhebber ben van pillen of van de medicatie wonderen verwacht, maar omdat ik het gevoel heb dat er naar mijn zoon geluisterd werd. Dat de psychiater met zijn confronterende vragen en scherpe constateringen de juiste snaar bij mijn zoon raakte. Dat mijn kind serieus genomen werd, maar onomwonden werd aangesproken op zijn eigen verantwoordelijkheid en zijn motivatieprobleem. Dat zijn problemen niet veroordeeld, maar erkend werden. Geen zalvende praat, geen och en wee. Lik op stuk. Mijn zoon accepteerde.

En nu buig ik me over een brief aan de Gemeente. Het irriteert me dat ze binnen een paar minuten een parkeerboete van 100 euro kunnen uitschrijven als ik voor het verlenen van mantelzorg nét te lang met mijn auto in een parkeerzone op een verlaten parkeerterreintje sta, maar wél driekwart jaar nodig hebben om hulp te bieden aan een veelbelovende jong volwassene die vastgelopen is. Waarvoor alle zeilen moeten worden bijgezet om hem klaar te stomen voor het vrije leven als student.

Iets zegt mij dat de prioriteiten vreemd worden gelegd. Het kost mij nu niet alleen die parkeerboete, maar ook een vakbekwame psychiater. Omdat ik de noodzaak van hulp aan den lijve ondervind, heb ik het ervoor over. Dan maar geen vakantie. Is daar wellicht een subsidiepotje voor bij de Gemeente?

Het lijkt me toch nog steeds de goedkoopste oplossing -ook voor de Gemeente- om het ijzer te smeden als het heet is. Om op deze manier het kind in kwestie een handreiking te doen zijn leven op orde te krijgen en niet geheel af te glijden met alle gevolgen van dien.

Over driekwart jaar is mijn zoon hopelijk met vlag en wimpel geslaagd en aangemeld voor een studie naar keuze. Dan hebben we alle hulp die hierbij nodig was zelf gearrangeerd en betaald. Dan zijn we zelf zijn vangnet geweest. Dan hoop ik de aanmeldformulieren van het CJG allemaal met “al láng niet meer van toepassing” te kunnen beantwoorden. De snelheid waarmee het CJG handelt staat in schril contrast tot de snelheid waarmee burgerlijk ongehoorzame mantelzorgers op de vingers worden getikt. Ik hoop dat de Gemeente zich eens goed achter de oren krabt.

Iets met mosterd en een maaltijd.

 

In you I see, someone special
You’ve got bright in your brains
you can break through these chains
you’ll go higher than we’ve ever gone
just turn it on
don’t go to war with yourself
just turn it on, you can’t go wrong

 

Share Button

10 gedachten over “Een vuist maken”

  1. Deze blog raakt mij zeer Wendela. Stoer dat je ook dit met ons wilt delen. Ik hoop dat het met puber snel de goede kant op gaat. Het is idd vreselijk dat de hulp die nodig is via de “normale” kanalen niet op juiste moment te krijgen is. Sterkte powermum!

    1. Dankje Conny. zelfs wanneer je heel betrokken bent en immens van je kinderen houdt, kan dit min of meer onder je neus plaatsvinden. Het is erg frustrerend, vind ik, dat de hulp via de daartoe aangewezen weg zo achterloopt. Wat heb je aan hulp over een jaar. Helemaal niets.

      Nu hopen dat de ingeslagen weg nieuwe inzichten biedt en uiteindelijk leidt tot een fantastisch mooi uitzicht.

  2. Mooi geschreven weer Wendela, en wat een mooie keuze, jouw moederhart spreekt. Je kinderen treffen het enorm met jou.

    En ik zou zeker een korte e-mail sturen naar de gemeente, desnoods rechtstreeks naar de verantwoordelijke wethouder :-). Je weet maar nooit of het effect heeft.

    Heel veel sterkte met het doorlopen van deze lastige fase.

    X

    1. Dankje Marco! We krijgen allemaal onze portie, lijkt het wel. Ook jij. En jij doet dat ook op een bewonderenswaardige manier met je kwartet. Ik ga de Gemeente zéker aanschrijven. Het zal wel roepen in de woestijn zijn, maar ik vind het toch de moeite waard. Wordt vervolgd.

  3. Lieve Wendela,
    Wat een herkenbare woorden.
    Maar ook zo treffend opgeschreven.
    Had iedereen maar zo’n doorpakkende moeder.
    Sterkte en moed voor jullie allen..
    Liefs Helma

  4. Kreeg een brok in mijn keel, zo moeilijk als het leven kan zijn voor jouw bijzondere puber. Heeft Coldplay dit lied voor jullie geschreven? 💖

  5. Wat heb je dit mooi neergepend zo’n gevoelig en moeilijk onderwerp. Ik hoop dat je zoon spoedig weer de draad kan oppakken richting studie en plezier in het leven. Gelukkig heeft hij ouders die hem helpen bij het ‘zorgmoeras’ en accepteert hij hulp. “Kleine kinderen, kleine zorgen, grote kinderen, grote zorgen” blijkt waar te zijn, en gelukkig ook dat er altijd een oplossing is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *