Mooiboy


Het is een zonovergoten weekeind als mijn dochter haar intrek neemt in een monumentaal pandje in de binnenstad van een ons tamelijk onbekende middelgrote stad. Een prachtig huisje vergeleken bij de geestdodende woondozen die haar eerder werden aangeboden. Een huis met tuindeuren erin en met een klein tuintje. Een huis met een cosmetisch nogal goed gelukte buurman.

We schilderen, sjouwen, demonteren en installeren. Met man en macht is gewerkt aan het opfrissen van haar nieuwe paleis. De buurman draait intussen het Nederlandse levenslied in de achtertuin. Dat doet hij nét iets te hard, dus wij zetten onze muziek maar even uit. Af en toe gluren we stiekem heel even door haar zolderraam in zijn achtertuin. “Leuk hoor mam”, zegt ze met een grote grijns: “je staat er goed op” en ze wijst naar de scheur van zéker 35 cm in mijn spijkerbroek ter hoogte van mijn billen, veroorzaakt door een spijkertje. We lachen.

Drie dagen later drinken we samen koffie in haar achtertuin. De buurman heeft een aantal vrienden op bezoek. Zijn vriendin is niet thuis.

De jonge kerels vullen de hele straat met hun geluid. We luisteren, omdat het niet anders kan. “Iedereen is toch jong geweest jonguh”, zegt één van hen. “Ze doen allemaal leip tegen mij. Tief op man. Zoek het uit man. Ik los altijd alles voor ze op weet je. Ik zei als je zo blijft praten krijg je een stamp op je bek jonguh. Jij denkt zeker dat je de man bent, maat. Pas maar een beetje op jij”. De mannen bevestigen begripvol. “Ik doe dat niet meer maat, ik laat me niet meer opfokken. Maar ik zeg wel, maat, daag me niet uit, want dan krijg jij ook klappen”. Het is een diepgaand gesprek.

De telefoon gaat, de buurman zet ‘m op hoog volume op de speaker. Er belt iemand van een uitzendorganisatie. “Kun je maandag beginnen?”, vraagt de meneer vriendelijk. De buurman bevestigt. “Geen probleem jonguh”, antwoordt hij cool. We filteren uit het gesprek en uit de sfeer dat de mannen hiernaast bouwvakkers zijn. De buurman wordt maandagmorgen om zeven uur op een bouwplaats verwacht. De klus zal een week duren en daarna heeft het uitzendbureau wel weer een andere klus. Dochter glimlacht. Gelukkig, dan komt er wat rust, als hij ook gaat werken.

Als het gesprek is beëindigd zegt de buurman: “die vent is fucked up man. Negen euro per uur jonguh. Ik zei: ik ben geen jeugd meer, maat. Dat zijn toch geen eurootjes, jonguh. Ik ben geen kleuter, maat. Ik ga dat één week doen, mijn huis moet ook betaald worden. Mijn wijf zeikt ook al, ga eens werken jonguh. Ik woon hier pas hè, we hebben drie keer per dag seks, dat moet wel zo blijven”. De mannen in de tuin lachen hard.

De buurman kwam langs hier hè. Ik zei: heb je last van ons. Hij zei nee, alleen jullie bonken wel veel tegen de muur boven”. De mannen lachen onbeschaamd en hard. “Chille gozer man, ouwe vent, die vindt dat natuurlijk wel prachtig”. Ik vraag het me af. Het buursnoepje heeft geen voelsprieten in ieder geval.

We hebben hiernaast een nieuwe”, vervolgt hij en doelt op mijn dochter: “ik hoop dat die ook niet gaat zeiken hè. Die vorige was nooit thuis”.

Ik vermaak me opperbest in de achtertuin van mijn dochter. Wat een stoere praat. Ik begrijp dat het voor mijn kind iets minder leuk is. Beetje lezen, chillen of muziek luisteren in de tuin is er op deze manier niet bij.

Beter dan die klus in Z. Daar liepen écht lekkere wijven rond. Maar die waren vals jonguh. Dat zijn van die wijven die je pik eraf willen draaien”.  De mannen bevestigen. Ik ben benieuwd wat voor vrouwen dat zullen zijn. De mannen van hiernaast lijken dit fenomeen heel normaal te vinden. “En als je naar zo’n loslopende hoer kijkt, dan krijg je tikken hè. Want die kleine baas daar, ja die, die kale, die is wel sterk jonguh”.

De buurman steekt de barbecue aan terwijl er een smartlap door de tuin schalt. Het bier vloeit rijkelijk. Als de blauwe walm de achtertuin van mijn dochter bereikt, staan we stilletjes op om binnen te gaan zitten. Dit wordt niets.

Vlak voordat we de tuindeuren sluiten roept hij naar één van z’n maten. “Je moet hier wel schuin schijten maat, anders wordt ze straks kwaad hè”. Ze heeft de wind eronder. De vriend met hoge nood roept alleen: “oké man” terug.  Ik vraag me even af hoe je dat doet zonder de bril te bevuilen maar ik laat die gedachte ook maar snel weer los.

De buurman mag dan cosmetisch nogal goed gelukt zijn, hij kan toch maar beter z’n mond houden.

 

Share Button

3 gedachten over “Mooiboy”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *