Afkoop

Een paar dagen voordat mijn vakantie begint, ploeg ik door de eindeloze rekken zomerkleding in de binnenstad. Ik vind uiteraard niets bijzonders, weet niet precies wat ik zoek en wil het niet te duur maken, maar een nieuw kek setje voor Barcelona zou toch wel erg leuk zijn. Lastig.

Als ik een grote damesmodezaak binnenstap en er wat rommel tussen de rekken met bloesjes, komen er twee dames op leeftijd binnen, beide van het type kort pittig. Ik schat ze zéker 60 jaar. Eén volle vrouw met stekelig geblondeerd haar en met potlood scherp afgetekende wenkbrauwen én een strak getrokken dame met gitzwart kort haar en een vuurrode moderne bril.

De volle vrouw zoekt in de grote maten, de slanke dame raast intussen als een wervelstorm door de zaak. “Eééé Sjannet”, roept de donkere hard door de zaak naar de blonde: “kiekier es! Das een schon jaske”. Ze trekt met veel bombarie een wit spijkerjasje uit het rek en legt de blonde op dat ze het moet passen. “Da stoat bij degij wok, wor”, roept ze zo hard, dat iedereen in de winkel dan wel geïrriteerd, dan wel geamuseerd omkijkt.

De blonde kijkt een beetje zuinig maar ondergaat haar lot. Ze wurmt zich met behulp van haar vriendin en de verkoopster in het jasje en zit daar vervolgens als een vacuüm gezogen rollade in. Dat wordt chirurgisch open knippen straks, vermoed ik. “Stoa leutig!”, gilt de donkere, terwijl ze driftig in het rek speurt naar kleinere maten voor zichzelf. De blonde voelt zich duidelijk ongelukkig in het witte jasje, maar dat hindert de donkere niet. “Niemand ken toch zonder zon jaske”, ordert ze met luide stem en de blonde kijkt als een uil op een kluit. Ik zoek tevergeefs naar het gehoorapparaat van de donkere, haar stemvolume is zo buitensporig!

Gedurende het kwartier dat ik tracht me te concentreren op de boodschap waarvoor ik kwam, komt de hele sociale kring van de donkerharige dame voorbij. Ze vindt het geen probleem om haar veelal overbodige informatie dwars door de winkel over de hoofden van de andere klanten heen naar haar vriendin te roepen. Ze houdt een shirtje omhoog dat haar buurvrouw -die met die neptieten- fantastisch zou staan. Een kort rokje, dat die lelijke gleuf van de zaak heus nog wel zou aantrekken op haar werk. Een bloesje waarin haar moeder nog niet dood gevonden wil worden. Een shirt waarvan de andere slonzige buurvrouw er tien heeft omdat ze nergens anders in past. De blonde dame neemt wat meer afstand, maar dat hindert de donkere niet. Het volume kan nóg hoger. Ik zie dat een aantal klanten de winkel geïrriteerd verlaat.

De verkoopster doet haar uiterste best geduldig mee te kijken naar de juiste maat voor de slanke donkere. “Hij is wel op voorraad, dan bestellen we ‘m hier in de winkel via de computer en krijg je ‘m gratis thuisbezorgd”, legt ze uit. De donkere aarzelt. “Ken da niet contaant, gewoan zó?”, vraagt ze. De verkoopster schudt haar hoofd ontkennend. “Ik hei geld mee van onzen Kees. Ik bin nie zo van da pinnen”. Ze heeft geen keuze.

Terwijl ik zéker tien minuten bij de kassa sta te wachten om twee basic shirtjes af te rekenen, helpt de verkoopster de donkere dame stap voor stap door het computerprogramma op de zuil. Zo moeilijk is het toch niet, maar de donkerharige dame heeft géén idee. Haar volume is duidelijk hoger dan haar IQ. Ze vindt overal iets van en draagt dat zonder gêne uit. Ik zie dat de verkoopster slikt. Ik ook. Als het nog lang duurt, hang ik de shirtjes terug en vertrek ik.

Als het programma doorlopen is en het witte jasje in maat 36 besteld is, volgt de laatste stap. Het pinnen. “Gvd”, vloekt de vrouw: “ik mot echt nadienken eej, over die cijfers. Ik hei de pas van oos Kees hier”. Ze tikt ongeduldig met haar vuurrood gelakte nagels op het schermpje en dat is het moment dat de verkoopster mijn shirtjes snel tussendoor komt afrekenen. Gelukkig.

Ik wittet!”gilt de donkerharige dame. “Eeij! Wor moet die pas in? Ik krègt ‘m doar nie in”. Stilte. Alle blikken zijn op haar gericht.

En dan roept de ronde blonde -het stille water- ineens door de zaak terug: “hahahaha, krijg degij ‘m doar nie in? Da zee jullie Kees ook iederen aovond tegen oe, eej?”. Ze bulderen van het lachen. Arme Kees. Hij heeft zijn tegenvallende prestaties afgekocht met zijn pinpasje.

De verkoopster bloost. Ik geef haar een knipoog en verlaat geamuseerd de winkel.

 

 

 

Share Button

4 gedachten over “Afkoop”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *