Koppeling

Het is vroeg in de avond als ik op de voordeurbel druk. Alle rolluiken van zijn fort zijn neergelaten. Zijn sleutel zat de afgelopen drie weken in mijn handtas, maar het voelt niet goed om zomaar naar binnen te gaan. Hij opent de deur, we begroeten elkaar te lauw, nadat we elkaar ruim drie weken niet hebben gezien. 

Een week of acht geleden zag ik hem voor het eerst. Hij was me op een presenteerblaadje aangereikt door een vriendin, die hem gepolst had. Hij reageerde enthousiast op deze koppelingsactie en mailde me direct. We maakten een afspraak in het plaatselijke café. Hoe makkelijk kan het zijn, voor beiden minder dan tien minuten fietsen!

En nu, een week of vijf daten en drie afzonderlijke vakantieweken verder, zit ik naast hem op de grote hoekbank in zijn woonkamer. In zijn vakantie heb ik de post verzorgd. Ik luchtte het huis meerdere malen, vouwde een wasje op, ruimde de vaatwasser uit en legde wat primaire boodschappen in de koelkast voor de eerste dag, inclusief een potje speciaalbier met een welkom thuis-kaartje eraan.

Ik hoopte dat ik de uren zou aftellen tot hij terug thuis zou zijn en dat ik niet te houden zou zijn om hem -al was het maar een kwartiertje- op te zoeken. Het gebeurde niet. Hij vroeg het niet, ik bood het niet aan. Er knetterde geen vuur, er kriebelden geen vlinders, hoe graag ik dat ook wilde en hoezeer ik daar mijn best voor gedaan had.

We praten. Eerst over koetjes en kalfjes. Over zijn eerste werkdag. Over het wegbrengen van zijn kinderen naar hun moeder. Over het aantrekken van personeel op de zaak.

Ik haal diep adem en dan snijd ik het aan: het gevreesde onderwerp. Meerdere malen zat ik aan zijn kant van de bank en werd mij een mededeling van die strekking gedaan. Nu ben ik de boodschapper en kijk ik in twee waterige lichtblauwe ogen. Hij luistert. Hij kijkt me aan. Hij denkt na. Hij resumeert. Ik vertel hem hoe ik het ervaren heb, waar voor mij de pijnpunten liggen. Dat ik met name de inhoudelijke communicatie mis. Ik geef een paar praktische voorbeelden om mijn gevoel te duiden. Hij knikt begripvol.

Ik leg hem uit dat ik de vluchtigheid in zijn warrige berichten zo sterk heb gevoeld, waardoor ik steeds de indruk had dat ik hem maar beter met rust kon laten. Hij knikt.”Ik wil ook altijd zoveel tegelijk”, zegt hij. Understatement. De aard van het beestje.”Dat is prima, zo ben jij. Maar het is ook een kwestie van keuzes maken”, spreek ik uit. “Als je ervoor kiest om tijdens je vakantie de hele dag een vol programma af te werken met je nog jonge kinderen en iedere paar dagen te verkassen met je tent, dan blijft er weinig ruimte over om gewoon even te zijn. Om met elkaar te kletsen. Om eens even te bellen. Of een paar langere berichten uit te wisselen. Om rust in je hoofd te creëren. Dan kom je alle drie moe thuis van vakantie, zoals jullie nu”. Hij knikt bevestigend. Ik vervolg: “…… en als jouw korte berichtjes -mededelingen meer- dan uitsluitend gaan over de afwas en de kortingscoupons voor de pretparken, dan weet ik nóg niets. Ik zocht contact met jou. Ik wilde graag weten hoe het met jou en je kinderen ging. Of jullie het gezellig hadden. Of je genoot. Of je ontspande”. Er rollen tranen over zijn wangen. Hij schuift dichterbij en legt zijn hoofd op mijn schouder, ik sla mijn arm om hem heen. “Ik wilde je leren kennen, maar dat lukte gewoon niet. En jij hebt er blijkbaar weinig behoefte aan gehad om mij te leren kennen, want je vroeg me niets”, zeg ik hem zacht.

Ik wilde je even met rust laten na thuiskomst”, vertel ik. “De avond daarna stuurde je een appje, dat je kinderen sliepen en dat je gauw verder ging met opruimen. Dan timmer je de ruimte meteen weer dicht. Moest dat opruimen direct? Had je geen zin om even te bellen of een wijntje te drinken?”. Hij zucht diep.

Ik heb daar echt iets laten liggen”, zegt hij schuldbewust. “Nu je het zegt, het is inderdaad waar. Ik heb het niet eens in de gaten gehad, terwijl je het een paar weken geleden ook al eens aansneed”. Ik zwijg. Het is niet mijn bedoeling hem de les te lezen, ik wil alleen aangeven waarom het voor mij op deze manier niet van de grond kwam. “Ik krijg een déjà-vu hiervan, in mijn huwelijk ontbrak het ook aan communicatie, ik had het altijd te druk met mijn werk”. Er valt een pijnlijke stilte. Blijkbaar gaat er nu een lampje bij hem branden.

Hij was direct tijdens onze eerste date overtuigd van zijn toekomst met mij, ik was terughoudender. Reëler misschien. We waren door een derde aan elkaar gekoppeld, zagen elkaar voor het eerst, hadden een gezellige avond, maar hij schakelde direct door naar de vijfde versnelling. Vertelde buren, vrienden, collega’s en familie over mij. Hij bood me in de tweede week zijn voordeursleutel aan, welke ik niet aannam. Nodigde me uit voor een familievakantie. Hij ging in sneltreinvaart vooruit, maar vergat om te kijken en te verifiëren of ik hem nog volgde. Hij had vóór iedere hogere versnelling eerst die koppeling weer moeten vinden.

Zo doortastend als hij projecten op zijn werk binnenhaalt, zo voortvarend is hij te werk gegaan bij het sluiten van zijn verbinding met mij. Maar zo werkt het niet, als het om mensen en gevoelens gaat. Hij sloeg een aantal essentiële fases over en ik kon hem niet bijbenen. Ik struikelde.

Lastig is het wél, je intuïtie volgen en kiezen voor wat je nodig hebt. Uitspreken dat je denkt dat de karakters, interesses en behoeftes té ver uit elkaar liggen. Concluderen dat het niet werkt, hoe veelbelovend de praktische omstandigheden ook waren.

We praten ruim een uur. We benoemen op respectvolle wijze man en paard. We spreken uit dat we een leuke tijd hebben gehad met elkaar. Dat dingen niet goed gelopen zijn en beter hadden gekund. “Ik realiseer me nu dat ik gewoon nog niet aan een nieuwe relatie toe ben”, is zijn conclusie. Ik ben de enige die kan lachen om mijn opmerking dat hij dat beter acht weken geleden had kunnen bedenken. Dit heb ik nu iets té dikwijls meegemaakt.

Ik drink mijn inmiddels koud geworden thee op. We houden elkaar kort vast. We zijn er ieder op onze eigen manier door geraakt.

Ik koppel zijn voordeursleutel van mijn bos af en leg ‘m op de salontafel. Er zitten lelijke rode plakkertjes op. Hij glimlacht. “Bedankt dat je me een spiegel wilde voorhouden, Wen. Ik moet met mezelf aan de slag. Het ga je goed”, zegt hij als hij de voordeur voor me open doet. “Zorg goed voor jezelf”, zeg ik hem en ik kus hem op zijn wang. Ik vertrek, hij laat het gebeuren.

Ik stap in de auto. We zwaaien naar elkaar. Ik verdwijn even vlot uit zijn leven als ik erin kwam.

Eenmaal thuis streep ik afspraken op mijn kalender door. Ik gooi reisgidsen met korte, zonnige najaarsbestemmingen weg. Ik houd de theaterkaarten in mijn handen, waarmee ik hem had willen verrassen. De grote diepgele zonnebloemen op mijn salontafel hebben hun kopjes van de weeromstuit ook maar laten hangen.

Het kan allemaal zo perfect lijken, je kunt beiden zulke goede intenties hebben, zonder een gezonde dosis energie, aandacht en wederzijdse nieuwsgierigheid -waardoor je gevoel kan groeien- ben je alsnog kansloos.

Dan ben je na twee maanden een ervaring rijker en een illusie armer, maar wederom terug bij de start.

 

 

‘cause the line between wrong and right
is the width of a thread from a spider’s web
The piano keys, are black and white
But they sound like a million colours in your  mind
(Katie Melua)

https://www.youtube.com/watch?v=EAH7oQuECbk

 

Share Button

2 gedachten over “Koppeling”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *