Volwassen!

Het is donderdagavond als ik thuis kom uit mijn werk. Het is een volle werkweek met een vakantierooster en meer werk dan mankracht. Mijn fiets en ik draaien overuren. Vanmiddag tijdens mijn werk kwamen er diverse appjes van de puber. “Hebben wij nog een fles wijn?”, vroeg hij. “Kijk dan even in de keuken”, antwoordde ik, ervan uitgaand dat hij zich in huis zou bevinden. “Ik loop nu net in het centrum”, appte hij me terug. De introweek van de uni staat voor de deur. 

We zijn weer op dat punt aangeland. Er moet een paklijst worden aangeschaft en zoals zijn broer dat destijds ook deed, moet er zoveel mogelijk uit mijn voorraad komen, ter besparing van hun kosten. Parasieten zijn het.

Hebben we een luchtbed?” vraagt hij even later. Dat hadden we wel, enige tijd geleden, maar dat ging ‘gewoon lek terwijl hij er stil op lag’. Heel apart. Nu hebben we er dus geen meer. “Waar kan ik een duster kopen?”, vraagt hij even later. Ik zucht. Op de paklijst blijkt ook een pyjama te staan. Heeft ‘ie niet. “Pyjama’s zijn allemaal lelijk en fucking duur”, krijg ik even later terug. Ik retourneer alleen een smiley. Hij zoekt het maar mooi zelf uit. Ik leg mijn telefoon weg, er moet gewerkt worden.

Eenmaal thuis ligt hij in zijn favoriete houding, als de prins op de bank. “Heb je alles al ingepakt?”, vraag ik hem. Hij knikt ontkennend. “Ga ik straks wel doen”, zegt hij. “Waarom wacht je daar zo lang mee?” is vragen naar de bekende weg, maar ik doe het toch. Hij haalt zijn schouders op. Hij heeft geen haast. “Zijn al je kleren schoon om mee te nemen?”. Hij kijkt over zijn schouder naar de strijkmand in de kamer. “De helft zit daar nog in”, zegt hij en ik zucht. Strijken kan hij niet. Hij heeft het laatst met gevaar voor eigen leven een keer geprobeerd, dat was geen succes. Zo dekkend is mijn brandverzekering nu ook weer niet.

Even later worden de spullen verzameld. Zijn zus is gearriveerd, die helpt hem met het inpakken in zijn te kleine koffer. Ze heeft een luchtbed voor hem geregeld, geleend van zijn tante. Ik strijk zijn kleding uit de mand, vouw het netjes op en zijn zus pakt de koffer vervolgens strategisch in. Hij kijkt ernaar. Aan het einde van de avond zijn we elkaar meer dan beu. We zijn moe en geïrriteerd.

De volgende morgen vertrek ik naar mijn werk en brengt zijn zus hem voor dag en dauw met zijn spullen naar het station, nadat ze eerst vriend X nog hebben opgehaald. Het eerstejaarsgebeuren is in het noorden van het land gepland. Handig, als je geen studenten-OV hebt omdat je nog geen achttien bent. Nog even en ik kan op zoek naar een krantenwijkje, voor erbij.

In de avond krijg ik een app. “We moeten straks onze telefoons inleveren, dan ben ik niet meer bereikbaar”. Ik glimlach. Lekker rustig. Ik zou best om het hoekje willen kijken. Alsof hij gedachten kan lezen stuurt hij me een fotootje. Lange houten tafels met tig studenten in uniseks t-shirts en de tekst eronder: “de taps staan al vol open”.  Dat hoefde ik nu precies niét te weten.

Het weekeind verstrijkt, geen bericht is goed bericht. Mijn werkweek begint weer. Vandaag is het achttien jaar geleden dat hij na een zwangerschap van ruim 42 weken werd geboren. Ons kwartet was met zijn komst compleet. Hij was een vrolijk en vriendelijk kind, een energierijke en inventieve ondernemer, een bolleboos. Zijn puberteit was bepaald niet mals. En vandaag -nu de volwassenheid intreedt, althans op papier- is hij niet bereikbaar en fiets ik net als iedere ochtend in mijn eentje naar mijn werk.  Wat een raar leven is dit soms.

Het emotioneert me. “Die kleine”, zoals ik hem graag noem met zijn lange lijf, is nu ook volwassen. Waar is de tijd gebleven. Het glipt, op een paar tropenjaren na, als los zand door mijn vingers.

Ik zal zijn vader feliciteren en bij thuiskomst vanavond voor mezelf een wijntje inschenken, ook al is het maandag. Dan proosten we maar op afstand, die kleine en ik. Op een mooi nieuw leven voor hem daar in de technische wereld, onder gelijkgestemden. Met leuke woonruimte en mensen om hem heen waar hij blij van wordt -lees: zonder mij-.

Hij zal, ook al hebben we nu geen contact, vast weten dat ik aan hem denk vandaag. Dat ik trots op hem ben en veel van hem houd. En dat ik vanaf nu stilzwijgend met plezier een deel van mijn verantwoordelijkheid aan hem overdraag.

Proost. Op een volwassen kwartet.

 

 

Samen heel hard zingen in de auto!

Ich kann nicht sagen, was du für mich bist
Sag, dass ich dich, dich nie verlier’
Ohne dich leben, das kann ich nicht mehr
Nichts kann mich trennen von dir
(Peter Maffay: du)

https://www.youtube.com/watch?v=wyayxtDJDTg

 

 

 

 

 

Share Button

Eén gedachte over “Volwassen!”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *