Vlindertuin

Ik heb een date”, appt hij me: “ze gaat eerst op vakantie, maar daarna gaan we elkaar zien. Althans, ik hoop dat dit echt zo is”. Ik glimlach, maar dat ziet hij natuurlijk niet. “Wat leuk zeg!” app ik hem terug: “waar heb je haar opgegraven?”. Mijn vriend is al diverse jaren single, niet persé uit vrije wil of uit principiële overweging, maar omdat het gewoon zo is. Hij heeft de lat hoog liggen -terecht- en heeft tot heden niet de vonk en de verbinding gevonden die hij zoekt. 

De groep alleenstaande vrienden die ik om me heen heb verzameld in de afgelopen tien jaren is inmiddels stilletjes wat uit beeld verdwenen. Het contact is nog steeds goed, maar aanzienlijk minder frequent. We dragen elkaar een warm hart toe, maar eenmaal serieus met een vaste partner verwatert het contact met de mensen die nog partnerloos zijn. Dat is nu eenmaal zoals het gaat. En hoe hard we ook hebben geroepen dat single zijn prima is en dat we niet anders zouden willen, blijkt de praktijk weerbarstig te zijn.

Een aantal weken geleden ontving ik, als slapend lid van een datingsite, een berichtje van een vriendelijk ogende man. Hij had mijn profieltekst gelezen, hetgeen al bijzonder te noemen is, want als niet-betalend lid word je ergens op pagina driehonderdzevenentachtig geplaatst.

We raakten aan de praat, hij en ik. We wisselden leuke berichten uit en besloten na korte tijd om elkaar lijflijk te ontmoeten. Die ontmoeting bleek buitengewoon gezellig en ontspannen te zijn. We werden door de kastelein buiten geveegd op sluitingstijd en spraken direct weer een nieuwe datum met elkaar af.

Het berichtje van mijn platonische single vriend stemt me blij. Als ik íemand een leuke vrouw gun, dan is hij het wel! Ook hij is beschadigd, ook hij heeft een betrouwbare partner nodig die door zijn harnas heen leert te kijken.

In de tussentijd ga ik naar de bios, naar diverse restaurants, naar theater en wandelend de natuur in met mijn date. We blijken allebei grote muziekliefhebbers te zijn. We genieten. We praten, we luisteren, we lachen. We ontmoeten, we tasten af, we dagen uit, we bruisen. Vertellen elkaar gedoseerd hoe ons verleden eruit ziet en in welke omstandigheden we hebben verkeerd. De eerder morsdood verklaarde vlinders in mijn lijf worden steeds onrustiger. Reïncarnatie bestaat!

Ze is leueueueuek!”, appt de single vriend in kwestie mij een aantal dagen later. Ik ontvang een fotootje van een blonde dame met een vrolijk hoofd. Ik ben blij voor hem. Ik wens hem veel plezier met de tweede afspraak, die er zéker zal komen, zo verzekert hij me.

Mijn date en ik varen rustig door. We zien elkaar in alle weekeinden. Doordeweeks is hij druk met zijn nieuwe baan, waarvoor hij veel in het buitenland verblijft. Ik werk en houd me daarnaast bezig met mijn nageslacht en alle daarbij behorende dingen. Hij en ik appen en bellen. Ik raak stapje voor stapje gewend aan zijn heerlijke aanwezigheid en mijn reactie daarop. Ik durf steeds beter te vertrouwen op zijn zuivere intenties. Niemand kan in de toekomst kijken, maar hij is te goeder trouw. Hij eet niet van twee walletjes en staat niet nog met één been in de datingwereld. Hij heeft één agenda en een stabiel, opgewekt humeur. Hij laat zijn telefoon gewoon naast mij op de bank liggen als hij gaat douchen of een was gaat draaien. Het wekt allemaal een zeer solide indruk en ik begin er warempel in te geloven.

Als ik in de auto wacht op mijn date, app ik mijn single vriend. “Hoe was je tweede date?”, vraag ik hem. Het antwoord laat een tijdje op zich wachten. “Het was er niet, het is over, klaar”, antwoordt hij. Ik lees de woorden meermalen. “Jeetje, wat jammer”, antwoord ik hem. Hij lijkt er nuchter onder te zijn. Cynisch bijna. “Het was er niet meer. Van beide kanten niet. Het zij zo”. Ik stuur hem een digitale knuffel.

Ik vlei me even later tegen mijn date aan op de bank. We plannen een informele ontmoeting met mijn vier nazaten en één met zijn kinderen. Ook hij is vader van vier volwassen kinderen, van wie er één in het buitenland woont. We maken voorzichtig gezamenlijke plannen. Een popconcert, een paar dagen op vakantie, een kerstdiner. De vooruitzichten zijn heerlijk! Ik laat me langzaam meevoeren in het vertrouwen dat het goed is. Dat het mag. Dat ik mijn gezin niet tekort doe. Dat het gevoel tussen ons wederzijds is en dat we elkaar even leuk vinden. Ik stuur met klotsende oksels diverse enthousiaste berichtjes en krijg daar tot mijn verrassing even blije antwoorden op. Het is niet te veel. Het is niet te enthousiast. Het is niet claimend. Het is niet vol van voorbehoud. Het is gewoon goed en dat overweldigt me.

Eenmaal terug thuis tref ik zoon 2 aan voor de televisie. “Hoe was het hier?” vraag ik hem belangstellend. “Echt superchill, mam”, antwoordt hij. Ik kijk hem aan. “Ik heb het hele weekeind gedaan waar ik zin in had. Ik vond het heerlijk”. Ik glimlach. Mijn kinderen kunnen me klaarblijkelijk prima missen.

Ik ruim mijn spullen op. Zet een was aan. Luister naar verhalen van mijn zoon, bel mijn moeder en app mijn single vriend. “Hoe gaat het?”, vraag ik hem. Ik krijg een: “prima hoor, met jou ook?” terug. Ik voel me wat bezwaard, maar laat het meteen weer los. Hij gunt het mij ook, dat weet ik zeker. “Het gaat heel goed!” antwoord ik hem: “wij genieten enorm”.  Hij antwoordt dat hij blij voor me is. “Ik heb komende week weer een date”, schrijft hij en ik antwoord met aanmoedigende icoontjes. Als ik het kan, kan hij het ook!

Ik ben blij. Héél blij. Ik heb een vlindertuintje in mijn lijf. Laat die donkere decembermaand maar komen.

 

3 Doors Down: your arms feel like home
https://www.youtube.com/watch?v=11HHEPqft2Y

I think I walked too close to love and now I’m falling in
I felt so many things this weary soul can’t take
Maybe you just caught me by surprise
The first time that I looked into your eyes.

I don’t care if I lost everything that I have known
It don’t matter where I lay my head tonight, your arms feel like home

 

 

 

 

 

 

Share Button

12 gedachten over “Vlindertuin”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *