Durven bang te zijn

Het is vrijdagavond als we na een volle werkweek het sfeervolle theater in de hoofdstad van onze provincie binnen wandelen voor een avondje Veldhuis en Kemper. Hij heeft ze eerder gezien, maar ik niet. Opgewekt nemen we plaats in het Theater aan de Parade.

Ze zijn een jaar uit elkaar geweest, Veldhuis en Kemper. De koek was even op. Er was ruimte en afstand nodig om nieuwe inspiratie op te doen. Geboeid luister ik naar de prachtige volzinnen, de dynamische dialogen, de verbale kwinkslagen én de terloopse versprekingen die tot een gemeend lachen bij de artiesten zelf en het publiek leiden.

Laten we elkaar aankijken”, zegt Kemper tegen Veldhuis en hij plaatst twee houten stoelen tegenover elkaar. “Dan kunnen we zien wat dit bewerkstelligt”. Hij refereert aan de Ziekte van Mobiel, waar tegenwoordig iedereen aan lijkt te lijden, waardoor het wezenlijk contact soms ontbreekt. Hij pleit voor het ontmoeten, de echte aandacht voor elkaar, het oprecht luisteren naar elkaar, het vinden van elkaar en het inspireren van elkaar.

Waar was je Remco, toen ik je nodig had?” vraagt hij zijn maat, nadat hij vertelt over het schampschot, het dotteren en het plaatsen van de stent. “Ik lag daar drie dagen en jij bent geen één keer bij me op bezoek geweest”.

Remco ontwijkt de confrontatie. Hij wil niet op de stoel tegenover Richard plaatsnemen, ook niet wanneer de stoelen in zeven verschillende maten op het podium worden geplaatst.

Het klinkt zo logisch, het verhaal van de cabaretiers. Soms ben je zó lang bij elkaar, dat er afstand nodig is om je te realiseren hoe goed je het eigenlijk hebt. Dat er ruimte nodig is om elkaar weer te vinden. Dat er tijd nodig is om nieuwe inspiratie op te doen. Elkaar -al dan niet tijdelijk- loslaten schept inzicht.

Hoewel het verhaal niet over mij gaat, voel ik mij er bijzonder door aangesproken. Het biedt ook troost, al is het zo misschien helemaal niet bedoeld.

Achttien jaar leefde hij onder mijn neus, in mijn huis, in mijn zone. Achttien jaar deelden we ons dagelijkse leven met elkaar. En hoewel we heel veel praatten, lachten, zongen, discussieerden, knuffelden en ondernamen, leken we ook blind te worden voor wat er daadwerkelijk gebeurde. Hij verloor zijn levenslust, zijn interesse in school, zijn energie om dingen te ondernemen, om zijn schouders ergens onder te zetten. Hij verloor gaandeweg zichzelf. En ik verloor hem. Wij verloren elkaar. Het glipte door onze vingers en de machteloosheid kreeg dientengevolge steeds vaker de overhand.

Maanden heb ik geprobeerd wat Kemper probeerde: grote en kleine, brede en smalle, zachte en harde, hoge en lage stoelen tegenover elkaar te plaatsen, het gesprek te voeren en verandering teweeg te brengen. Het beklijfde niet.

Het is zondagmiddag als ik mijn zoon met een koffertje kleding en wat persoonlijke bezittingen naar zijn vader en diens gezin breng. Er is een mooie slaapkamer voor hem ingericht, waarin een innemende foto hangt van jaren geleden, toen het leven hem nog wat gemakkelijker af ging. Het huis voelt warm en de sfeer is vriendelijk. Hij is er welkom.

Mijn zoon en ik nemen wat afstand van elkaar. Niet omdat we niet van elkaar houden, maar omdat we ruimte nodig hebben om ons weer te vinden. Omdat verandering van omgeving zomaar iets essentieels teweeg kan brengen. Omdat het pad waarop we al zo lang strompelden doodlopend leek te zijn. Omdat ik zo graag wil dat die ontwapenende lach weer op zijn gezicht verschijnt.

Met de theatershow nog in mijn hoofd start ik even later de auto en rijd ik richting huis. Ik neurie het liedje uit de show zachtjes mee. “De allermooiste bloemen, die groeien vlak langs het ravijn. En om die te kunnen plukken, moet je durven bang te zijn”. Het liedje raakt onze kern. Ik hoop dat zijn vader en hij op de stoelen tegenover elkaar zullen plaatsnemen, elkaar aan zullen kijken en elkaar zullen begrijpen.

Ik haal diep adem. Loslaten is niet mijn sterkste kant, maar ik durf het nu te doen. Ik hoop dat mijn kind in de veiligheid van alle liefde om zich heen zal durven bang te zijn. Dat hij uit zijn comfortzone durft te komen. Dat hij de obstakels trotseert en gaat knokken voor het ongetwijfeld schitterende uitzicht eenmaal bovenop de hoogste berg. En dat we elkaar over een tijdje in de armen zullen sluiten en zullen concluderen dat het doorbreken van de impasse de beste beslissing is geweest van het afgelopen jaar.







Zijn hoofd zit barstensvol met plannen
Alleen het doen is een probleem
Om stil te zitten alle reden
Om op te staan vindt ‘ie er geen
Zo lang ‘ie droomt dan is het net alsof het lijkt
Of ‘ie toch iets van zichzelf ziet als ‘ie in de spiegel kijkt
Maar als ik iets zou mogen zeggen: het is geen rechte lijn
En de grens maar iets verleggen gaat maar zelden zonder pijn

https://www.youtube.com/watch?v=KXjR-SpE4vE

Share Button

2 gedachten over “Durven bang te zijn”

    1. Ach weet je Esther, dat klinkt nobel, maar de liefde voor je kinderen zit zo in je hart verankerd. Niet alleen bij mij, maar ook bij jullie allemaal. Een ongelukkig kind is een onverteerbaar gegeven. We doen ons best om samen met hem de weg te vinden, zodat hij zijn levenslust en enthousiasme terug vindt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *