Dikke vinger!

Hij zit tegenover me aan een tafeltje. We drinken rode wijn en genieten van heerlijk eten in een ontspannen sfeer. Hij vertelt, over zijn werk. Over vorige werkgevers en de mogelijkheden die hij nu krijgt. Hij reist veel en vindt dat erg leuk. “Ik wil graag dat je eens met me mee gaat”, zegt hij terwijl hij mijn handen vastpakt. Een paar jaar geleden zou ik daarvan zijn geschrokken en wellicht direct zijn gevlucht naar mijn veilige casa, nu betrap ik mezelf op een hoera-momentje. Hij brengt me nieuwe energie en ik merk dat mijn blik verruimt. Dat werd wel eens tijd.

De grootste uitdaging komt nog. Met een jarenlange eczeem op handen en voeten en het gebruik van de teer- en hormoonzalven die daarvoor werden verstrekt heb ik geen profiel op mijn vingertoppen. Er kan dus geen vingerafdruk worden gemaakt. Ik bel de Gemeente, word doorverwezen naar de Douane en de Marechaussee, krijg nul op het rekest en eindig uiteindelijk bij het Ministerie van Buitenlandse zaken. Wat te doen als je geen vingerafdruk kunt laten zien? Niemand weet het antwoord. Er zullen landen zijn waar ik niet binnen kan komen, of niet meer terug buiten. Mij wordt door het Ministerie geadviseerd bij iedere reis die ik wil maken contact op te nemen met de betreffende ambassade. Misschien is een doktersverklaring ook wijs om vooraf te vragen, bedenk ik me.

Ik vraag me hardop af hoe al die andere mensen dat dan doen. Wat als je een prothese hebt? Wat als je een of meerdere vingers bent verloren? Wat als je brandwonden op je handen hebt? Wat als je geen profiel op je vel hebt? Niemand weet het antwoord. Ik blijf wat verdwaasd achter en maak een afspraak bij de Gemeente, die mij heeft toegezegd een paspoort te kunnen verstrekken zonder vingerafdruk. Deze info wordt dan in de chip vastgelegd. Dat is mij om het even, maar ik wil geen problemen aan welke grenscontrole dan ook.

De dame bij publiekszaken is nog vrolijk. “We proberen het gewoon even”, zegt ze. Ik zucht. Dat hoor ik al een jaar of twintig en we vangen altijd bot. Maar prima hoor, ik ben de beroerdste niet, we proberen het. Bij het loketje naast me staat een vader om de geboorte van zijn zoon aan te kondigen. Hij struikelt van blijheid over zijn eigen woorden. Ik ben erdoor afgeleid. De computer stoort toch, ik zit daar te wachten terwijl de medewerkster van Burgerzaken enigszins geïrriteerd op de tafel tikt.

“Mijn zoon heet Marius” zegt hij. “Wat leuk”, kirt de dame die aan de andere kant van de balie staat: “mijn zoon heet ook zo!”. Overbodige info. De kersverse vader noemt de volledige namen van zijn pasgeboren stamhouder. Ze worden luid en duidelijk door haar herhaald. Van privacy hebben ze nog nooit gehoord hier bij publieke zaken. Er kunnen, zo hoor ik de medewerkster zeggen, tegenwoordig heel wat kinderen bijgeschreven worden in het trouwboekje. “Niet meer van deze tijd, maar ja”, zegt ze. Ik glimlach. Het zal de man toch een worst wezen, hij heeft een blakend gezonde zoon en heeft hem vernoemd naar zijn vader. Zijn buitenwereld staat misschien gewoon een paar dagen stil, net als de mijne na de geboorte van mijn nazaten. Misschien wil hij een eigen elftal stichten. Laat hem!

Leg je wijsvinger er maar eens op”, zegt de medewerkster aan mijn balie. Ze begint met mijn linkerhand. Niets. Nog eens. Niets. Nog eens. En dan……. Ja! Er verschijnt een lichtje en ze zegt: “hij heeft een vingerafdruk opgeslagen”. Ik kan het amper geloven. Overmoedig geworden leg ik mijn andere vingers ook op volgorde op de gevoelige plaat. Van drie van de tien verschijnt een vingerafdruk. Het zijn er meer dan ooit, al zijn het nog steeds te weinig.

Op het moment dat ze mijn pasfoto heeft opgeplakt en de boel wil afsluiten klapt het computersysteem eruit. Ze zucht. “Verdorie”, zegt ze: “het moet gewoon werken. Nu moet ik opnieuw beginnen”. De spanning stijgt. De hele procedure begint opnieuw, zowel bij mij als bij mijn buurman die baby Marius kwam aangeven. Niet zo erg, ware het niet dat we het nu allebei spannend vinden of dat apparaat nogmaals mijn vingerafdrukken gaat detecteren.

Het lukt. Drie vingers staan er fantastisch op. Op mijn vraag wat er gebeurt als de eczeem de kop opsteekt en ik geen afdruk meer kan laten zien weet ze het antwoord niet. Ze weet ook niet aan wie ik het zou kunnen vragen. Ik laat het zo. Als ze het zelfs bij het Ministerie niet weten, dan hoef ik deze dame tenslotte ook niets kwalijk te nemen.

Achter mij staat een meneer al lange tijd te wachten. “Zo”, zegt hij als ik wegloop. “De apparatuur laat ons nogal eens in de steek hè”, terwijl hij omzichtig op zijn horloge kijkt. Ik lach naar hem en antwoord: “bij mij niet!”. Hij kijkt me verbaasd aan. “Nou, jij hebt er plezier in”, zegt hij tegen me en hij lacht terug. “Zo fijn!”, zeg ik hem en ik steek mijn hand op: “ik had een vingerafdruk!”. Hij trekt zijn wenkbrauwen haast tot zijn kruin op. Ik knipoog naar hem. Hij zwaait terug, kijkt me wat verdwaasd na en schuifelt in de richting van de balie.

Bij het verlaten van het gemeentehuis app ik direct mijn wederhelft. “Ik had een vingerafdruk!”. Ik zet er feestelijke icoontjes achter. Hij antwoordt met een knipoog dat hij nu niet meer bang hoeft te zijn voor vervreemding van zijn persoonlijke eigendommen. Ook dat. We zullen eens wat gaan plannen binnenkort, in de hoop dat als ik een land eenmaal ín ben, ik er ook weer uit kan komen.

En anders wordt het toch plan B: zonder vingerafdruk kan ik altijd nog een enkele reis naar de onderwereld boeken.

They say that to really free your body
you’ve got to free your mind

So come on!

https://www.youtube.com/watch?v=W-eApzhqTVc


Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *