Indiaas onderonsje

Het laatste weekeind van de restaurantactie van de Appie is begonnen. In mijn tas zit nog een volle spaarkaart. Hoewel we naarstig ons best doen om kilo’s te verliezen, brandt de bon toch een beetje in mijn tas. “Zullen we zaterdag ergens gaan eten?” stel ik hem voor. Hij laat zich verdacht gemakkelijk overhalen. We googelen wat, vinden een Indiaas restaurant in een nabij gelegen stad en reserveren digitaal.

Als we het kleine restaurantje binnen komen, wordt direct duidelijk dat er nergens een vrije tafel is. Ik ben benieuwd, we hebben immers gereserveerd. Het ziet er niet erg hoopvol uit. Het Indiase meisje bij de deur wijst ons naar de bar achterin. “Er komt zo een tafeltje vrij”, zegt ze. Ik ben benieuwd wie ze weg gaat sturen, alle aanwezigen zitten nog op hun gemakje te eten.

Een paar minuten later komt er een man uit de keuken en schakelen deze man en zij naadloos over op voor ons onverstaanbaar en rap Indiaas. Ik zie haar wijzen, hij bladert wat door een lijst in zijn computer en wijst naar een gereserveerde grote tafel halverwege het restaurant. De tafels worden uit elkaar getrokken en we kunnen plaatsnemen, net zoals het koppel dat kort na ons binnen kwam.

We kiezen een menu, waarvan een aantal onderdelen lang op zich laat wachten of ontbreekt. Als we er na een tijdje in slagen de aandacht van één van de serveersters te trekken wordt onze bestelling alsnog gebracht. Het eten is heerlijk. Het is er in de kleine ruimte zó warm dat zelfs mijn tropische temperatuur-liefhebbende wederhelft hoogrode konen heeft.

Als we klaar zijn met eten en drinken en willen vertrekken vraag ik de serveerster om de rekening. Ze int mijn restaurantbon met de mededeling dat al dat papiergedoe nu eenmaal nodig is voor de belasting. Ze lacht vriendelijk haar parelwitte tanden bloot.

Ik bekijk de bon vluchtig en pak mijn portemonnee. “Ik zal de rekening wel betalen”, zeg ik haar en rond het bedrag naar boven af. Ik zie haar wat verdwaasd kijken. “Ja, je ziet het hè, ik doe iets niet goed”, zeg ik op plagende toon. “Ik moet de rekening betalen, dat is niet zo handig”. Haar vrolijke gezicht betrekt. En dan zegt ze tegen mijn tafelgenoot: “u doet ook iets niet goed hoor, meneer”. Hij speelt de onschuld zelve. “Oh ja?” antwoordt hij haar: “is dat zo? Wat dan?”. Ik zie zijn ogen twinkelen en hij aarzelt even wat te zeggen. “Normaal betaalt de man de rekening hoor”, zegt ze zacht en ze wacht behoedzaam zijn reactie af. “Eigenlijk had u de rekening toch moeten betalen?” Ik gooi nog wat olie op het vuur. “Zeker. Ik ben het helemaal met je eens”, zeg ik en ik lach. Hij lacht ook. Hij betaalt zo dikwijls voor mij, maar dat weet zij natuurlijk niet. Zij lacht als een boer met kiespijn als ik mijn pinpas door het mobiele apparaat schuif en mijn pincode intoets. “De hoffelijkheid is tegenwoordig ver te zoeken”, zeg ik nog en ze kijkt me meewarig aan. “We hebben wel heerlijk gegeten hoor”, zeg ik haar en ik besluit ad hoc niets meer te zeggen over het ontbreken van het bestelde drinken en het brood. Het arme kind.

Geamuseerd verlaten we het restaurant, nadat hij eerst op de grote wandkaart van India een aantal plaatsen heeft aangewezen waar hij onlangs voor zijn werk is geweest. Ik zie haar achter de bar bedenkelijk naar ons staan kijken en zou een spreekwoordelijke moord doen voor haar gedachten.

We zwaaien nog even en stappen daarna gebroederlijk de regen in.


Share Button

Eén gedachte over “Indiaas onderonsje”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *