Folklore

Het regent pijpenstelen als ik mijn auto voor de deur van haar appartementencomplex parkeer. Ze staat al achter de voordeur te wachten, ons kleine moedertje. Een paar weken geleden stelde ze ons de vraag om met haar mee naar de bank te gaan en wat zakelijke dingen te “regelen”. Niet dat het op korte termijn te verwachten is, maar ook zij zal een keer haar zelfstandigheid inleveren of uit de tijd zijn en dan is het toch handig dat wij haar zaken kunnen afhandelen.

Een kwartier later paraderen we gedrieën de bank in. Een grote, lege ontvangsthal met een balie, van waarachter een vriendelijke dame ons begroet. We zijn de enige klanten. “We hebben een afspraak”, zegt ons moedertje, die nog nét over de balie kan kijken. Ze is in de afgelopen tien jaar zéker tien centimeter gekrompen. Nog even en ze kan via het kattenluik naar binnen.

Er is op ons gerekend. Het duurt niet lang of de volgende dame laat ons in een kantoortje binnen. “U komt voor een volmacht”, vertelt ze ons en ze haalt daarmee de wind uit onze zeilen. “Dat ligt eraan”, antwoord ik: “of dat ons de mogelijkheden biedt die we zoeken”. Ze lacht. “Ik ga het uitleggen”, zegt ze en ze vertelt in Jip en Janneke-taal dat we de volmacht kunnen gebruiken uitsluitend bij fysieke problematiek van onze moeder. “Zodra er psychische problemen zijn, zoals hersenletsel, dementie of iets van dien aard, geldt de volmacht niet meer”. Dat klinkt als het paard achter de wagen spannen.

Alles is goed beveiligd. U wordt beiden gescreend, nu u geen klant van onze bank bent. Wanneer uw moeder tekenen van handelingsonbekwaamheid vertoont, vervallen de volmachten. Dan kun je alleen aanspraak maken op bepaalde rechten als er via de notaris een leventestament is opgemaakt”. De dame legt uit dat er zonder leventestament een bewindvoerder moet worden aangesteld via een rechtbankprocedure, die dan vervolgens de boel gaat bewaken. Klinkt niet aantrekkelijk, al zal een notariële akte waarschijnlijk ook niet voor een appel en een ei worden opgesteld.

Alle systemen zijn op wantrouwen gebaseerd”, zegt mijn zus gedesillusioneerd en ze heeft gelijk. Als onze moeder morgen iets zou overkomen waardoor ze handelingsonbekwaam zou worden, dan kunnen wij niets doen. En, een generatie verder: als mij morgen iets overkomt, kunnen mijn kinderen niet eens mijn huis verkopen. Dat zal ik toch beter moeten gaan regelen.

Gek hè”, zeg ik tegen de bankmedewerkster: “als je te goeder trouw bent, elkaar wilt helpen, dan kan dat gewoon niet”. De vrouw knikt. Ons moedertje voelt de behoefte om haar rotsvaste vertrouwen in onze integriteit nog maar eens te benadrukken. Alsof de dame achter de computer hiermee de procedures kan omzeilen. Mijn zus en ik kijken elkaar aan. “We begrijpen de oorsprong hiervan wel”, antwoord ik: “maar het is ontzettend krom”. De bankemployé typt intussen driftig met slechts twee slanke wijsvingers de tekstvakken in de formulieren vol.

Nederland is maar een raar land. Je bent hier onschuldig totdat je schuld is bewezen, maar als je je bloedeigen moeder wilt helpen indien nodig, dan kom je van een koude kermis thuis. Dan moet je via de Rechtbank en een aangewezen bewindvoerder ineens je zuivere intenties aantonen.

In Nederland kun je een politieke partij vertegenwoordigen als je zelf geen blanco voorgeschiedenis hebt en de regels aan je laars lapt. Je kunt dan zomaar in het openbaar iets roepen over de kwaliteit van jeugdzorg en de overbodige interventie in gezinnen, zelfs wanneer je in persoon over een melding beschikt. Een politieke partij, zo schreef hun woordvoerder mij onlangs, is niet verplicht de handel en wandel van haar leden na te gaan. Who cares?

In Nederland kan je het gebruik van levensbelangrijke medicatie worden ontzegd puur vanwege lomp en oeverloos gesteggel over intellectuele eigendomsrechten.

In Nederland leggen we regenboogzebra’s, bouwen we genderneutrale toiletten en vervaardigen we uniseks babykleren, terwijl we de geldkraan voor kunstmatige inseminatie uitsluitend bij lesbiënnes dichtdraaien. Wat een raar land is dit en wat een discrepanties zijn er tussen nood en wet. Hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik me erover verbaas.

Na enige tijd zijn de formulieren eindelijk ingevuld en kunnen de handtekeningen worden geplaatst. We schudden de medewerkster de hand, haken ons moedertje aan en verlaten het doodstille bankgebouw. We behoren tot de laatste der Mohikanen, nu we hier op ambachtelijke wijze iets volkomen zinloos hebben vastgelegd.

Typisch Nederlands.

https://www.youtube.com/watch?v=I-QfPUz1es8

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *