Ode aan Joris

Het is nog midden in de nacht als ik wakker schrik in de veronderstelling dat het al ochtend is. Klaarwakker ben ik. Zoon 2 komt thuis van het stappen. Hij heeft zijn schoenen nog aan als hij de trap op loopt en doet zijn slaapkamerdeur nét te hard dicht. Nog geen uur later komt zoon 3 thuis. Ik sla mijn benen over de rand van mijn bed en ga poolshoogte nemen.

Ik ruik het bier. Zijn haar plakt aan zijn voorhoofd. Hij is opgewekt. Het was heel gezellig, vertelt hij. We geven elkaar een knuffel en we vertrekken ieder naar onze eigen slaapkamer.

Krap anderhalf uur later gaat mijn wekker. Het voelt alsof ik amper geslapen heb, maar ik spring blijmoedig uit bed. Ik ga naar Schiphol om de verkering op te halen, die vanuit Singapore onderweg is naar huis. Eindelijk!

Mijn spullen staan al klaar. Terwijl hij de hele wereld over vloog, zijn familie ontmoette, zijn werk intussen deed en sociale verplichtingen vervulde met collega’s ter plaatse, ging mijn leven hier gewoon door. De kleinburgerlijkheid.

Ik arriveer tijdig op Schiphol -de marginale snelheidsovertreding die ik in mijn enthousiasme heb begaan op dit vroege tijdstip, wordt mij twee weken later door het CJIB rücksichtslos in rekening gebracht- parkeer de auto en wandel de luchthaven in. Vóór me loopt een Somalisch gezin, een lange vader met een gesluierde moeder en zes kinderen. Ze hebben weinig bagage bij zich en ze wisselen geen woord met elkaar. Zelfs de jonge kinderen zijn muisstil.

Ik kuier naar de ontvangsthal en zie op het beeldscherm dat zijn vlucht vertraagd is. Dat laat mij mooi de tijd om rond te kijken. Eén van de weinige betaalde banen waar ik intens jaloers op ben is die van Joris Linssen, die prachtige verhalen verzamelt in de ontvangst- en vertrekhal. Wat een Walhalla is het hier.

Vlak voor me staat een dame die de tweelingzus van mijn nicht zou kunnen zijn. Zelfs haar stem klinkt identiek. Het lukt me niet om stiekem een foto van haar te maken, nu ze te midden van een groepje mensen staat. Ze heeft een ballon bij zich en haar familie houdt een spandoek omhoog. Een vrouw in een rolstoel heeft haar gipsen onderbeen in gekleurd cadeaupapier ingepakt en heeft midden op haar voet een grote glimmende feeststrik geplakt. Eén van de mannen uit haar groepje heeft een harde, indringende stem en zijn lach klinkt als een misthoorn. Het stoort me. Hij zal wel nerveus zijn.

Ik ga een stukje opzij staan, naast een vrouw van mijn leeftijd. Ze verstopt haar handen nonchalant in de zakken van haar spijkerbroek en ze bijt op haar onderlip. “Leuk om hier te staan hè?”, zeg ik tegen haar en ze lacht. “Zo spannend”, vertelt ze: “ik heb hier zo lang naar uitgekeken”. Ik knik. “Wat fijn voor je”, zeg ik haar, zonder te vragen op wie ze wacht. Inmiddels wordt op de schermen de landing van het vliegtuig met mijn lief gemeld en is het wachten nog op zijn bagage. Er heeft zich een moeder met drie jonge kinderen voor het hek geposteerd. “Wanneer komt papa nou?” jengelt het zoontje. Als zijn vader een kwartier later door de deuren komt, springen de kinderen juichend in zijn armen.

Een passagier, die door de schuifdeuren komt, wordt fanatiek besprongen door een harige viervoeter, een kruising tussen een gigantische hond en een pony. Ze houdt zich maar nét staande. Ze lijkt het nog leuk te vinden ook. Ik vind het vies, een hond die in je gezicht likt. Zij niet. Ze kust het beest plat op de bek. Haar partner slaat het tafereel geëmotioneerd gade. Was ik fotograaf geweest, dan had ik zijn gezicht graag op de gevoelige plaat vastgelegd.

Tussen de twee schuifdeuren in heb ik het beste zicht op de passagiers die arriveren. Het duurt een half uurtje voordat hij zijn entree maakt. Hij oogt ontspannen. Mijn hart zingt. We geven elkaar een kus en omarmen elkaar. Soms duren twee weken ineens heel lang. We drinken koffie en zetten de terugreis in. Ik zie de kringen onder zijn glanzende ogen. Hij vertelt over de reis. Ik luister terwijl ik rijd.

Ruim een uur later komen we bepakt en bezakt thuis aan. Hij ruimt wat op, ik rommel wat aan. Hoewel we het allebei druk hebben gehad en we ons leven los van elkaar prima kunnen leven, is het heerlijk om nu weer samen te zijn in zijn huis, waarin ik me in relatief korte tijd zo thuis ben gaan voelen.

Terwijl hij zich opfrist, zet ik thee. Ik nestel me in het hoekje van zijn grote stoffen bank, neurie zachtjes mee met de muziek en klik de laptop open. Het is de hoogste tijd voor een carrièreswitch, te beginnen bij een sollicitatiebrief aan Joris.

https://www.youtube.com/watch?v=yHzcvBux2GU&index=23&list=PL49dYRHQFJwVMidWNppqI0FER7eakDDhc





Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *