Hoofdsponsor

Een jaar of zes geleden schreef ik in een persoonlijk naslagwerkje, dat ik de vlag buiten gehangen had omdat mijn puberzoon ineens zelf zijn bed bleek te kunnen verschonen, zijn kamer bleek te kunnen opruimen en zijn persoonlijke hygiëne serieus bleek te kunnen nemen, nu er vrouwelijk schoon in aantocht was. Eureka! De liefde doet verrassende dingen met een mens!

Het is woensdagmorgen en de verkering zit aan mijn grote eettafel achter zijn laptop op zijn dooie gemakje zakelijke telefoongesprekken te voeren. Ik zet een was aan in een wasmachine uit het jaar nul, geflankeerd door een nog oudere droger, ooit gekregen van wijlen de overgrootoma van mijn kinderen. De droger wordt al jaren niet meer gebruikt, ik vertrouw ‘m niet zo. Hij kan eigenlijk wel weg, maar naar de stort brengen is ook weer zo’n gedoe.

Waarom heb jij je nagels zo kort?”, vroeg hij me in de afgelopen weken. “En waarom heb je nooit lippenstift op? Draag je ook wel eens glanspanty’s? Heb jij alleen maar zwarte kleding? Waarom gebruik jij nooit wasverzachter? Weet je dat zelfs je meubels koud aanvoelen als je zo weinig stookt? Zullen we jouw badkamer eens wat opknappen? Zullen we een zachte topping op jouw matras leggen? Kom jij nooit in de wasstraat met je auto? Ben jij zó lang niet in de sauna geweest?”. Veel legitieme vragen, die ik met rode koontjes steeds naar waarheid beantwoordde.

Ruim twaalf jaar woon ik in mijn huis met alleen mijn kinderen. Nu ik sinds een tijdje een partner heb die nieuw in mijn leven en in mijn huis is, blijkt het tamelijk ontluisterend te zijn wat er (niet) gebeurd is. Met hart en ziel heb ik voor de kinderen gezorgd, het leven gevierd met de de mensen om me heen, mantelzorg en vrijwilligerswerk gedaan, tussen de diverse sportclubs heen en weer gesjeesd, ik ruimde het huis van mijn ouders van boven tot onder leeg en al die tijd werkte ik fulltime in de gezondheidszorg, hetgeen impliceerde dat ik aan ieder einde van mijn salaris nog maand overhield. Ik accepteerde de praktische ongemakken, was inventief in het vinden van oplossingen en nam mijn te krappe budget voor lief. Ik leerde te genieten van kleine dingen en mijn geluk niet af te laten hangen van (het ontbreken van) geld.

Nu ik een rondje maak door mijn vertrouwde huis, zie ik dat de badkamer na 20 jaar dringend aan vervanging toe is. Datzelfde geldt voor het toilet beneden én voor de keuken. De deur van de reusachtige oven heeft een kapot scharnier. Alleen als je je voet er in de hoek goed tegenaan drukt, kun je de ovendeur nog wel open en dicht doen. De deur van de inbouwkoelkast heb ik met verf op kleur gebracht, nu het fineer er volledig vanaf gebrokkeld was. De wielen van de rekjes van de vaatwasser zijn kapot, het rubber is verteerd. Het stootbord onder de aanrechtkastjes is al jaren weg, het brak eens doormidden toen er een vaatwasser werd geïnstalleerd door een klusmannetje en het belandde op mijn to do-lijstje. De handvatten van mijn kromgetrokken koekenpannen zitten allemaal los. De kit rondom de spoelbak moet vervangen worden en de kastjes zijn verzakt door het gewicht van het granieten aanrechtblad.

Voor de prachtige, oude, defecte kachel in mijn woonkamer kan ik geen onderhoudsmonteur vinden. De voordeur sluit niet goed. Mijn gordijnen worden met wasknijpers bij elkaar gehouden. Mijn stokoude bed blijkt -zo klaagt mijn tere liefje- spartaans hard te zijn.

In de woonkamer, waar iedereen zich altijd erg op z’n gemak voelt, staan een bank uit het jaar nul en een stoel uit een kringloopwinkel. “Je internet is wel dramatisch”, zegt mijn lief even later: “ik kan mijn conference calls hier eigenlijk niet doen, ik val steeds weg”. Ziggo en ik zijn geen vrienden. Meerdere vrije dagen en zakken geld heb ik opgeofferd aan geen enkele oplossing. Ik liet het er te langen leste bij zitten, tot ergernis van de kinderen.

En nu kijk ik ineens met andere ogen rond in mijn huis. Alles rammelt, kraakt, piept en er zou een grote renovatie nodig zijn om de boel up to date te maken. Ik vraag me af of ik dat ga doen en van welk budget, of dat ik dit ga overlaten aan nieuwe bewoners. Jonge mensen met bakken energie en drie rechter handen, bijvoorbeeld. Er is een geweldig gezinshuis van te maken.

Mama wil misschien het huis verkopen”, heeft de ene zoon alvast tegen de andere gezegd. De tamtam gaat snel en de stress bereikt vliegensvlug hoge hoogte. Parasieten blijken gewoontedieren te zijn. Ik word ter verantwoording geroepen door mijn kroost. Allerlei praktische tegenwerpingen passeren de revue, van logeerplaatsen tot volle koelkasten en feestjes met vrienden. Op mijn vraag wie er dan wil helpen mét en bijdragen aan de renovatie van onze bouwval blijft het angstvallig stil.

Je kunt ook stoppen met sponsoren”, verbreekt zoon 2 de stilte. Mijn gedachten gaan uit naar de karrenvrachten boodschappen, de financiële donaties aan het nageslacht, de nooit in rekening gebrachte tanken benzine, de gefaciliteerde feestjes en aangemeten kleding, maar dat is niet waar zoon 2 op doelt, vermoed ik, als ik in zijn stralende snuit kijk. “Sponsoren?”, vraag ik hem schoorvoetend. Hij lacht zijn tanden bloot. “Ja mam”, antwoordt hij: “jij bent de hoofdsponsor van Adidas, toch?”. Ik trek mijn wenkbrauwen op en kijk hem vragend aan. “Daarom laat jij iedere avond drie Adidas-strepen achter in de wc, denk ik?”. Er wordt homerisch gelachen. De loeders.

Ik zal eens beginnen met het verminderen van mijn sponsoractiviteiten. En dan alsnog overwegen en overleggen wat te doen met de rammelende casa, waarin we zoveel jaren lief en leed met elkaar hebben gedeeld. Ik laat de tijd een beetje haar werk doen en zal niet als een olifant door een porseleinkast walsen, maar ik wil wél tot actie komen. Ik zal geen oude schoenen weggooien voordat ik nieuwe heb. Mocht ik na ampel beraad uiteindelijk de kuierlatten nemen, dan toch in ieder geval op mijn gesponsorde Adidassen.

Where there’s a will, there’s a way (Adam Ant: Puss’n Boots)

https://www.youtube.com/watch?v=I9p4chUwOOQ

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *