Het meisje met de eierstokjes

Mam”, zegt mijn oudste: “wanneer ga je nu eens naar de huisarts?”. Goede vraag. Ik verkeer in de bijzonder gelukkige omstandigheid dat ik er zelden hoef te zijn en in de ongelukkige omstandigheid dat -wanneer ik er een keer wél zou moeten zijn- er geen mogelijkheid is voor een consult in dezelfde week, waardoor de behoefte aan een face-to-face-contact met mijn huisarts vanzelf tot het minimum daalt.

Vijftig worden brengt blijkbaar wat ongemakken met zich mee. Eén daarvan is een hormonale. Op mijn verjaardag ontvang ik een berichtje van het Bevolkingsonderzoek en dat lijkt me een mooi moment om één en ander in gang te zetten. Ik maak een afspraak en lig even later op de tafel van de assistente. Nog geen zeven dagen later ligt er een envelop in mijn brievenbus, die ik bruusk open ruk: het is goed, ik mag zelfs tien jaar wegblijven. Afgeschreven boven de 50.

De enige afspraak die ik met de huisarts kan maken is een telefonische. Ze belt me tijdens mijn werk, waar ik geen enkele privacy heb om haar fatsoenlijk te woord te staan en mijn dilemma voor te leggen. Ik nestel me ergens in een hoekje en praat op fluisterende toon tegen haar. Logisch dat ze denkt dat ik volslagen kloekloek ben. Ze zegt me resoluut dat ze een live-consult wil en plant me in op een onmogelijk tijdstip tijdens mijn werk. Wat een gedoe.

Op de ochtend des onheils laat ik wederom mijn broek tot op mijn knieën zakken en neem plaats op de tafel. Ze zet een mijnwerkerslampje op haar hoofd en controleert minutieus het lokale zwarte gat. Ze voelt, drukt en fronst. “Ik stuur je in voor een echo”, concludeert ze, terwijl ze haar verlichting dimt. “Je baarmoeder is erg groot. Dat noemen ze in medische termen: een kloeke baarmoeder”.

Ik glimlach. Een kloeke baarmoeder, dat klinkt gemoedelijk en plattelands. Er komen beelden voorbij van geruite tafelkleedjes, emaille kannen met vers getapte koeienmelk, rieten mandjes vol met geraapte eieren, een romantische bedstee en een houten schommelstoel, waarbij zacht en olijk de liedjes van Gert en Hermien klinken. Als ik met mijn vier bevallingen binnen zes jaar geen kloeke baarmoeder heb, wie heeft er dan wel één? Fier stap ik op de fiets terug naar huis.

Als ik thuis Google opstart en mijn honger naar informatie probeer te stillen vergaat het lachen mij onmiddellijk. Natuurlijk weet ik dat ik beter niet kan gaan zoeken, maar we leven tenslotte niet voor niets in het digitale tijdperk. Ik lees. Scroll. Kijk naar oorzaken, gevolgen, behandelmethodes. Ik word er wee van. Wat een kutterm, die kloeke baarmoeder!

Anderhalve week later lig ik wederom met mijn benen in de beugels op de tafel. “Ik ga nog eens geld vragen voor mijn kijkdoos”, zeg ik tegen de echoscopiste, die daar hard om moet lachen. Ze meldt dat ze niets mag zeggen over haar bevindingen. De beelden worden door een gynaecoloog beoordeeld en de informatie zal mij daarna via de huisarts worden aangereikt.

Het wordt een martelwerkje, de inwendige echo. De boel ligt gekanteld en één eierstok is nergens te vinden. Nu ik zeker weet dat ik er twee heb, gaat ze er tevergeefs naarstig naar op zoek. Ik verander op haar aangeven van houding, er worden kussens onder mijn billen gelegd en er wordt hard op mijn buik geduwd. Ze morrelt en wrikt zo hardhandig met dat echo-apparaat dat ik wacht op het moment dat het ding er via mijn neus weer uit zal komen. Er zal wel een grillig landschap te zien zijn in mijn kloeke binnenste, vermoed ik. De echoscopiste vertrekt geen spier. Ik onderga.

De volgende dag belt mijn huisarts wederom tijdens mijn werk. “Je hebt een vleesboom -een ouderdomsvleesboom, dat hoort er een beetje bij op jouw leeftijd- maar verder zag alles er normaal uit”, concludeert ze. Ze heeft overlegd met de gynaecoloog en besloten dat ik de door mij gevraagde spiraal mag laten plaatsen. Dat zal een leuk feestje worden, met al die bochten en haken in mijn binnenste. Ze doet het dan ook graag zelf en laat het maken van een volgende onmogelijke afspraak aan mij over.

De spanning valt van me af. Hoewel ik niet erg hypochondrisch ben aangelegd, was ik nu toch wel bezorgd over wat er aangetroffen zou worden. Ik ben een waardeloze patiënt. Ik stuur mijn lief een appje en ik mail mijn moeder om haar fijne dagen te wensen. Ik vertel haar beknopt over het onderzoek en de goede uitslag. “Zul je net zien”, schrijf ik haar: “heb je eindelijk verkering, ben je terminaal”. Mijn moeder kent mijn macabere humor inmiddels. Vlak voordat ik naar huis fiets beantwoordt ze mijn mailtje. “Gefeliciteerd met de goede uitslag. Voortaan wil ik graag geïnformeerd worden voordat de terminale fase intreedt”. Ik glimlach. Ik ben me bewust van het engeltje op mijn schouder, als ik zo eens rondkijk in de volle wachtkamers op mijn werk. Ik heb geluk gehad en dat ga ik straks vieren met de mensen om me heen.

Wel of geen linker eierstok, we nemen er dit weekeind een paar (paas-)eitjes op.

https://www.youtube.com/watch?v=I-ieWqa9VMc




Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *