Assepoester

Mam”, zegt hij: “ben jij maandagavond thuis?”. Ik kijk hem aan. Meestal vraagt hij dit soort dingen niet omdat hij kneuterig met me op de bank wil zitten. “Kun jij maandag nog wat laatste dingen voor me strijken?”. Zijn ogen glanzen. Ik kijk op de kalender. Er staat -buiten mijn werk om- niets bijzonders opgeschreven. “En kunnen we zondagavond mosselen eten? Daar heb ik echt zin in”. Ik laat het antwoord in het ongewisse.

Het is nog maar een week geleden dat ik door Parijs en Versailles kuierde aan de hand van mijn lief, die een weekeindje geboekt had voor ons samen, nadat we -geleefd door onze omgeving- een drukke maand hadden gehad.

Mam”, roept de andere zoon vanuit de kamer: “kan ik je auto dit weekeind gebruiken? Ik wil graag weer eens gaan golfen”. Maar natuurlijk. Hij delegeert de taak om mij naar mijn lief te brengen aan z’n broertje, die zich wonderwel voor dat karretje laat spannen en mij op vrijdagavond na mijn werkweek en een jaarafsluiting taxiet.

De volgende dag brengen de verkering en ik een ingelijste foto naar zijn moeder, die al niet meer weet dat ze onlangs zo hard gevallen was. “Ik ben niet gevallen hoor”, beweert ze stellig als hij haar vraagt of haar been nog zeer doet en of ze wel eens een blessure heeft opgelopen. De foto, waarop zij te midden van haar nageslacht zit, staat voor haar neus. “Hee”, zegt ze verrast: “ik sta er ook op!”. Ik moet erom lachen. “Ja moeder”, zegt hij geduldig: “dat was op de barbecue, weet je nog?”. Ze weet het niet meer. “Ik zou niet weten wanneer dat was hoor”, zegt ze, haalt haar schouders op en parkeert de foto in de vensterbank. Ik ben benieuwd of ze er ooit nog eens naar zal kijken en zich zal afvragen wie al die mensen op die foto zijn.

De verkering en ik rijden op zondagmiddag plankgas in zijn bolide naar mijn huis. Hij wil geen seconde van de race met Max Verstappen missen en racet alsof hij zelf ook aan de start wordt verwacht. Ik laad de auto uit, terwijl hij zich in een stoel voor de televisie nestelt, naast mijn zonen. Op de salontafel staat een laptop open, waarop de tennisfinale te volgen is. We kunnen dus kiezen wat we willen kijken, voor een gesprek is geen ruimte.

Na het eten verdwijnen mijn zonen vrijwel direct; ze hebben nog meer te doen dan bij hun moeder te eten. M’n lief vertrekt ook. Mijn dochter en ik blijven achter met een keuken vol rommel. We ruimen het samen op.

De werkweek gaat van start, de vakantietijd is aangebroken. Ik fiets nagenoeg in mijn eentje in de vroege ochtend en op mijn werk zijn veel bureaus leeg. M’n lief vertrekt voor een paar werkdagen naar Engeland. De stilte valt in.

Als ik op maandagavond alles heb gewassen, gestreken, gevouwen en paklijstjes heb afgewerkt is zoon 2 klaar voor de reis. Hij gaat drie weken naar Thailand, hoogstwaarschijnlijk niet voor de interessante cultuur, dus hij is voorzien van de nodige voorzorgsmaatregelen.

Na een zwoele en onrustige nacht stap ik op de fiets, nadat ik zoon 2 veel plezier heb gewenst en hem heb geknuffeld. Dat hij maar veilig terug thuis mag komen over drie weken. Mij wacht een werkdag.

Als ik in de avond op mijn knieën in de woonkamer zit, omdat ik klusjes moet doen die er nooit van komen als de lawaaipapegaai rondfladdert, krijg ik een appje van zoon 1. Hij heeft zijn bachelor gehaald. Ik schiet ervan vol. Hij die ooit begon op het speciaal onderwijs gaat binnenkort universitair afstuderen. Maar voor het zover is, gaat hij eerst een paar maanden studeren in Sydney en stage lopen bij een multinational in onze hoofdstad.

Was ik niet net aan een nieuw dieet begonnen, dan had ik willen proosten met bier en ballen. Willen dansen op de tafel en het leven willen vieren. Ik zou willen zingen, willen roepen dat je álles kunt bereiken, als je maar bereid bent ervoor te gáán. Ik prijs me gelukkig met vier fantastische kinderen, die ieder op hun eigen manier zoveel uit het leven halen.

De waterlanders komen tevoorschijn. Ik spreek mezelf toe. Oud wijf dat je bent. Ik trakteer mezelf op een braaf glas verse muntthee om de dag mee af te sluiten.

Maar niet voordat ik snel mijn slipper bij de voordeur heb gezet.

https://www.youtube.com/watch?v=UZ2w9fpsjAQ

Share Button

8 gedachten over “Assepoester”

  1. Lieve Wen.
    Jullie hebben de liefste kinderen van de hele wereld.
    En dat zeg ik niet alleen omdat ik hun oma ben.
    Leuk stukje weer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *