K(n)apper

Bij ons is het de omgekeerde wereld. De verkering gaat iedere paar weken naar de kapper, sterker nog, hij heeft er zelfs een serieus abonnement afgesloten. Als hij terugkomt vóór de afgesproken datum betaalt hij slechts een tientje. Klinkt schappelijk, zeker in het geval van mijn lief, waar vierenhalve haar bijgepunt moet worden en de rest met gel opgeleukt kan worden.

Ik kijk al een paar weken vol ontsteltenis in de spiegel. Sluik, vlassig pluishaar dat doelloos over mijn schouders hangt en zich slecht laat vastbinden. Verwoede pogingen doe ik om het fris en schoon in klemmetjes een bepaalde richting op te buigen. Kansloos.

Twee weken later stap ik na mijn werk over de drempel van de lokale kapper. Het is er licht binnen en ik word vrolijk begroet. “Goedenavond”, lacht de eigenaresse, terwijl ze met een kwast een blonderingspapje midden op het hoofd van een klant kwakt. Het gaat wild en ongeorganiseerd. Ik kan er rustig naar kijken nu ik toch moet wachten. Twee stoelen verder zit een oudere dame met krulspelden in. Het lijkt hier op de huisartsenpost, als je gauw vóór je werk bloed gaat laten prikken om zeven uur in de ochtend zit ook het hele bejaardenhuis in de wachtkamer. Waarom krijgen die oudjes niet een straatverbod vóór half negen en na zessen? Dat zou veel ergernis schelen.

Tot mijn verbazing word ik twintig minuten te laat door diezelfde eigenaresse geroepen om aan de wastafel te komen zitten. Ik verwacht een andere kapster, maar die komt niet. De eigenaresse wast mijn haren vlug en hardhandig. “Mag er crème in, het is zo droog”, vraagt ze en ik fluister: “ja hoor”, terug, nu ze mijn hoofd in de houdgreep heeft.

Even later zit ik op de stoel tussen de twee andere klanten in. De kapster doet een orthodontistje, ze rent tussen drie stoelen heen en weer. Een krulspeld links, een beetje blonde plukken rechts en intussen kamt ze mijn haren zo hardhandig dat mijn oren -de enige onderdelen aan mijn lijf die wél strak zijn- er bijna vanaf scheuren. De tranen springen in mijn ogen. “Kun je misschien wat zachter doen?”, vraag ik haar aarzelend. “Ja sorry hoor, daar zat een klit”, zegt ze en ze kamt mijn haar alsof haar leven ervan af hangt. Ik spiek naar haar kam om te kijken of mijn hoofdhuid er toevallig aan hangt, maar ik zie niks.

Ik dacht een boblijn te laten knippen”, vertel ik haar. “Een beetje ter hoogte van mijn oren. Wat denk jij daarvan? Of is een boblijn uit de mode?”. Op mijn leeftijd wil je geen verouderde kapsels. Ze knikt. “Een boblijn is nooit uit de mode”, antwoordt ze vrolijk. Tot zover niets aan de hand. Ik heb een deal gesloten, althans dat denk ik. Ze laat een korte stilte vallen. “Maar ik zou geen boblijn doen als ik jou was”, zegt ze daarna. Ik luister. “Waarom niet?”, vraag ik haar. “Je hebt een veel te rond hoofd voor een boblijn”, zegt ze terwijl ze mijn haar omvouwt ter hoogte van mijn kin. Ik hap naar adem. “Kijk, dat kun je beter niet doen met zo’n…….eh……… met zo’n brede kaaklijn”. Wég is mijn relaxmomentje. Terwijl ze een nieuwe kwak blondeersel op de kruin van mijn buurvrouw gooit en de droogkap van de andere buurvrouw optilt om de permanent te beoordelen vraag ik me af of ik de salon zal verlaten. Ben ik nét een flink aantal kilo’s afgevallen, mept de eerste de beste kapster me zo weer terug in mijn hok. En dan zit ik hier ook nog eens vrijwillig. Ik lijk wel gek.

Even later begint ze te knippen aan wat zij denkt dat het enige verantwoorde kapsel is om een rond hoofd als het mijne te verbloemen. Ik onderga. Steeds nadat ze een aantal plukken heeft geknipt doet ze een stap zijwaarts naar één van mijn buurvrouwen. De moed zakt in mijn schoenen. Hoe komt dit ooit nog goed? Intussen ratelt ze aan één stuk door over de kerst, de kerstborrel, een musicalvoorstelling met vriendinnen en haar man die alle hand- en spandiensten doet. De buurvrouwen kennen haar blijkbaar goed, die antwoorden alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Plukken haar van zéker 20 centimeter vallen naast me op de grond.

Dat is dan drieëndertig euro vijftig”, zegt ze, als ze klaar is met knippen. Mijn oren zijn vuurrood van de kam die zo hardhandig door mijn haar werd gejaagd. “Je krijgt nog een kerstkadootje van ons”, zegt ze en ze overhandigt me een flesje badschuim. “Dankjewel”, antwoord ik mat, terwijl ik mijn pinpas op het apparaat leg. In geen drieëndertig jaar ga ik onder deze voorwaarden nog eens terug naar deze zaak.

De geblondeerde en de gepermanente fossielen knikken meewarig naar me als ik de zaak verlaat. Ik hoor ze denken: “wat sneu, dat je zo’n kapsel wilt als je er zo uit ziet”. Ik denk hetzelfde. Wat sneu dat je hier in de avond gaat zitten als je de hele dag de tijd hebt om een andere kapper te zoeken. Ik haal adem, recht mijn rug en vertrek.

Totaal verknipt.

Share Button

3 gedachten over “K(n)apper”

      1. Beste Wendela.
        Ik lees graag je blogs,maar nu ben ik het niet met je eens.
        Ik vind dat je een ouderwetse kapsalon uitkiest,want ik zie bij mijn kapster geen krulspelden meer.
        En dat oudere mensen niet vroeg mogen bloedprikken? Dat zijn waarschijnlijk suikerpatiënten die moeten nuchter zijn.
        Ik ga ook een keer per jaar nuchter prikken dat doe je zo vroeg mogelijk.
        En dan kan ik na 6uur binnen blijven,want ik ben oud!!!!
        Ik wens je Fijne feestdagen en veel goeds in het Nieuwe jaar met een wat mildere uitspraken over de ouderdom.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *