Pres(en)tatie

Het is dinsdagavond als ik de bovenzaal van een lokaal ontmoetingscentrum binnen treed. Er zitten twee heren die net wat jonger lijken dan ik. Ze staan op en schudden me vriendelijk de hand. De dame die haar tas aan het uitladen is, is de docente. Ik heb al even met haar gemaild, maar heb haar nog nooit ontmoet. Ook wij begroeten elkaar.

Het is warm in het lokaal. Er komen meer mensen binnen, van diverse leeftijden. Mijn wangen zijn roodgloeiend nog vóórdat hier één woord gezegd is. Mijn lichaamstemperatuur is een graad of wat gestegen, mijn handen zijn klam, mijn hart bonst, mijn ademhaling zit te hoog, mijn mond is droog. Ik onderdruk de neiging om te vertrekken, nu het hier te heet onder mijn voeten wordt.

De aanmelding voor deze cursus is geheel vrijwillig. Na jaren niets aan enige scholing te hebben gedaan, zowel niet zakelijk als privé, groeide de behoefte om weer eens iets bij te leren. De keuze was snel gemaakt: ik ga gebukt onder een spreekangst wanneer ik voor een groep moet spreken. Niet dat het levensbedreigend is, maar irritant is het wel. In vergaderingen blokkeert mijn brein, als de aandacht op mij gericht wordt. Toespraken schrijf ik met verve, maar draag ik nooit zelf voor. Promotie van mijn boeken in openbare gelegenheden heb ik op slinkse wijze omzeild. Prima, maar korte termijn-planning. Het moet maar eens afgelopen zijn.

Aanmelden voor de cursus was een eitje. Leuke website, veelbelovende wervingstekst, vriendelijke docente die mee wilde denken over de starttijd in verband met mijn vakantie. Niets staat mijn deelname nog in de weg. Behalve ik zelf.

Ik kijk op mijn gemak rond en aanschouw de andere deelnemers. De één oogt nog relaxter dan de ander. De docente, ooit zelf leerling, vertelt ontspannen over de laagdrempelige verwachtingen hier en de kleine stappen die we mogen nemen om onszelf te verbeteren. Er wordt een voorstelronde gedaan. Omdat ik vooraan zit, begint het aan mijn zijde. Er gebeurt iets met mijn ademhaling en de zuurstoftoevoer naar mijn hoofd. Ik krijg het zó wam dat ik als straalkachel fungeer. Ik weet amper wie ik ben, waar ik voor sta en wat ik kom doen. Ik voel mijn wangen gloeien en de vlekken in mijn nek zich aftekenen. Bij het idee dat iedereen dit gewoon kan zien, word ik nog onzekerder. Ik vul de gedachten van de mede-cursisten alvast maar in. Ik ben te rond, ik heb géén spannend leven, nu kom ik ook nog niet uit de meest simpele zinnen. Wat een kneus.

De rest van de voorstelronde heb ik nodig om mijn lichaamstemperatuur weer onder het kookpunt te krijgen. Mijn hemel, wat een avond. Ik zie de zenuwen bij enkele andere deelnemers enigszins, maar niemand verkleurt vijftig tinten rood zoals ik dat doe. Niemand houdt zijn buik in, dept zijn handpalmen aan zakdoekjes, praat onzin of loopt de zaal uit. We zitten hier allemaal met een eigen reden. Ik moet doorzetten van mezelf. Ik blijf.

Eenmaal buiten na afloop voel ik de energie door mijn lijf stromen. Yes. Ik ben weer aan het bouwen. Ik ben aan het leren, ik verleg mijn grenzen. Vijftig ben ik, moeder van vier goed gelukte volwassen kinderen, ik heb een baan, een auto, een huis, een relatie, een sociaal leven. Dit moet ook voor mij te leren zijn, toch? Ik ga ervoor.

Gedurende de dagen die volgen, vervliegt het enthousiasme. Een presentatie moeten we geven, van maximaal tien minuten. Tien minuten! Ik peins over het onderwerp, hetgeen ondergeschikt is aan de activiteit van het presenteren. Ik merk hoe ik de lat voor mezelf op onhaalbare hoogte leg. Waar moet ik het in Godsnaam over hebben? Over welk onderwerp weet ik iets te vertellen? Weet ik er genoeg van om er een presentatie over te geven? Is het wel boeiend genoeg? Moet ik er plaatjes bij doen, of kan ik het zo? Wat zullen ze denken, als ik het ga hebben over mijn schrijverij? Het staat zo opschepperig. Zo bijzonder was dat boekje nu immers ook weer niet.

Twee dagen voorafgaand aan de presentatie heb ik nog steeds geen onderwerp, tot groot vermaak van mijn nageslacht. Ze dragen enthousiast onderwerpen aan. “Ik doe mijn spreekbeurt over mijn cavia”, zegt de één. “Dan vertel je toch gewoon over de verlatingsangst van je vetrollen”, lacht de ander cynisch: “of over je fantastische kookkunst”. De onderwerpen worden allengs ranziger en ik heb nog steeds niets gevonden wat goed genoeg is. Ik voel in de verte een griepje opkomen voor dinsdag.

Terug in het klaslokaal -plichtsgetrouw, eenmaal aangemeld sleur ik mezelf er koste wat kost heen- worden er fantastische presentaties gegeven. Met gebruikmaking van enthousiasmerende intonaties en sprankelende ogen of juist met uiterst kalme stem een serene rust creërend, ondersteund door korte filmpjes en geweldige foto’s. De moed is inmiddels ver in mijn schoenen gezakt. De brochures die ik mee wilde nemen van mijn werk bleken op te zijn, dus ik doe mijn presentatie puur natuur.
Als enige. Fuck. Ik wil naar huis. Nu.

Mijn beurt om te presenteren komt er na de pauze onherroepelijk aan. Ik draai mijn verhaaltje af, vergeet de helft van de eerder bedachte tekst en heb het gevoel dat het daardoor een chaotisch en onsamenhangend braaksel wordt. De andere deelnemers doen hun best om geïnteresseerd te kijken en geven me vriendelijke feedback. De docente geeft aan dat ik het rustig heb verteld en een goede interactie heb met de toehoorders. Ik kan alleen maar denken aan een ijsbad en een zuurstoftank. Wat een hel.

Eenmaal thuis stroomt de adrenaline nog door mijn aderen. Het doet iets met me, deze cursus. Niet alleen het oefenen van dat wat ik niet durf, maar ook het onder ogen zien van mijn faalangst. Altijd bang niet het juiste te zeggen, niet genoeg van de inhoud te weten, er afzichtelijk uit te zien, slaapverwekkend te vertellen, niet serieus genomen te worden en uitgelachen te worden.

Midden in de nacht ben ik nog steeds klaarwakker. Ik lig in bed, luister heel zachtjes naar de prachtige muziek van James Horner, die kalmeert. Ik ben alvast een presentatie aan het bedenken voor volgende week dinsdag. En als deze cursus binnenkort klaar is, ga ik op zoek naar mijn zelfvertrouwen. Misschien ben ik dan, als over een tijdje mijn volgende boek klaar is, ver genoeg om het zelf te presenteren, niet in vijftig tinten rood, maar au naturel.

De ochtend na de cursus start ik niet al te fris op. Ik heb weinig en onrustig geslapen. Het is woensdag-weegdag. Ik stap uit automatisme op de weegschaal en zie een gewichtsverlies van meer dan een kilo, waarschijnlijk angstzweet. De cursus is wat mij betreft nu al geslaagd.

Share Button

4 gedachten over “Pres(en)tatie”

  1. Wat een geweldig verhaal weer Wen. Heel begrijpelijk die angst maar de eerste stap is al gezet! Ik heb me kapot gelachen om je woordkeuze en de omschrijving van je gedachtengang hahaha. Zet hem op!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *