Vrijheid

Het is zondagmiddag als ik aan de hand van mijn lief door de polder stap. We hebben behoefte aan buitenlucht en beweging en zoeken daarvoor zo mogelijk rustige wandelpaden uit. We volgen het beleid van het RIVM om het virus waar mogelijk in te dammen. We voelen ons fit en vitaal en willen dat graag blijven.

Ik vraag hem: “hoe ervaar jij het nu, deze beperking van je vrijheid?”. Hij kijkt me aan. Ik vul aan: “jij bent vaak op reis voor je werk, iets wat je heel belangrijk vindt, omdat je pukkeltjes zou krijgen van een standaard kantoorbaan. Je bent nu al weken aan Nederland gebonden”. Hij knikt. Hij werkt al een week of drie volledig vanuit huis, evenals zijn collega’s.

Hij denkt even over zijn woorden na. “Ik mis de sociale contacten op het werk meer dan ik dacht”, begint hij. “Ik heb genoeg werk om te doen thuis, ik heb een heerlijk huis met een aparte werkkamer, die van alle gemakken voorzien is. Ik mis het reizen wel, het is een essentieel onderdeel van mijn leven. Maar ik heb me daarbij neergelegd. Het komt wel weer”. Ik luister. Een aantal maanden geleden maakten we deze wandelingen ook, maar dan stopten we halverwege voor een kop thee of een glas port bij een kroeg langs de route. We bezochten meestal ook zijn moeder, maar zijn daar nu al weken niet meer geweest.

Vrijheid is een subjectief begrip. Wat is vrijheid? Een nierpatiënt ervaart misschien vrijheid zodra de dialyse-apparatuur kan worden afgekoppeld. Voor inwoners van Jemen zal vrijheid het moment zijn dat de oorlog stopt en de wapens worden neergelegd. Voor een gedetineerde begint de vrijheid zodra hij het gevang mag verlaten. Voor een bejaarde zou vrijheid kunnen beginnen als de deur weer kan worden geopend voor familie.

Mijn partner heeft zijn huis zó ingericht, dat hij iedere dag de rust en ruimte ervaart die hem zo lief is. Een thuisbasis die het gevoel van vrijheid faciliteert en van waaruit hij met plezier de wereld verkent.

In de afgelopen jaren, waarin ik heb gebuffeld om mijn gezin draaiend te houden, heb ik geleerd om te genieten van kleine dingen. De zon in de achtertuin, een kopje koffie en een krantje, mooie muziek en de schaterlach van mijn kinderen. Heb ik gemerkt dat de spaarzame momenten van stilte en rust mij inspireerden tot creativiteit. Toen ik eenmaal begon met lezen, schrijven en alles eromheen, groeide mijn behoefte aan ruimte en vrijheid soms harder dan mijn mogelijkheden. Ik voelde pas dat ik kon vliegen toen ik mijn vleugels een paar keer uitgeslagen had en erop durfde te vertrouwen dat mijn nest stevig en veilig genoeg was om altijd op terug te kunnen keren. En nu werk ik stukje bij beetje aan het vergroten van mijn vrijheid, zonder de verbinding met wie mij lief zijn te verliezen.

De spreuk van de Dalai Lama: “give the ones you love wings to fly, roots to come back and reasons to stay” zou prominent boven de voordeur van zowel mijn huis als dat van mijn lief kunnen hangen.

Een paar dagen na de wandeling bel ik in de lunchpauze naar mijn moeder. Ik heb haar al weken niet meer gezien, omdat ik haar niet in gevaar wil brengen. Ze is bijna 80 en hoort alleen al daarom tot de risicogroep. “Hoi mam”, begroet ik haar: “hoe is het met je?”. Ze antwoordt opgewekt. “Prima, ik kom nét van de markt”. Ik val even stil. “Ben je naar de markt geweest?” herhaal ik, om zeker te weten dat ik het goed verstaan heb. “Ja?”, antwoordt ze enigszins verrast: “ik ga toch al honderd jaar iedere donderdag naar de markt?”. Ik glimlach. Wat ze zegt, klopt. “Dat lijkt me nu niet zo verstandig”, zeg ik haar, tevergeefs naarstig zoekend naar een niet-belerende toon. “Ja zeg”, zegt ze snibbig: “ik kan niet de hele tijd binnen blijven zitten. Mijn longen zijn prima, op wat artrose na mankeer ik niks. Het was er goed geregeld, met karretjes en lijnen op de grond en met mensen die het allemaal in goede banen leiden. Ze kunnen me allemaal wat”. Uit het feit dat ze zo rebels doet concludeer ik dat het goed met haar gaat.

Mijn werkdag vordert en ik heb al meerdere aan- en afvoeren van patiënten gezien. Het ziet er indrukwekkend uit, de ambulancemedewerkers in een soort ruimtepakken. Eén van de collega’s verloor haar vader aan het virus en haar moeder, eveneens besmet, mocht niet bij de uitvaart zijn. Grote tranen biggelen over haar wangen en ik bedenk nét op tijd dat ik op anderhalve meter afstand geen arm om haar schouders kan leggen of haar hand kan pakken. Het voelt zó ongemakkelijk. Kutcorona.

Eenmaal thuis besluit ik tóch een mail aan mijn moeder te sturen. “Mam”, schrijf ik haar: “ik begrijp dat je leven saai is. Dat je erop uit wilt en dat je frisse lucht nodig hebt. Ik begrijp ook dat je lijf zeer doet en je het advies hebt gekregen met mate te blijven bewegen. Maar als je een dag op mijn werk zou meekijken, zou je begrijpen dat je je nu écht beter even aan de richtlijnen kunt houden. Je kunt het niet willen, maar je hoort nu eenmaal wél tot de risicogroep. En als jij op de IC terecht komt, kunnen we je niet eens bezoeken. Blijf alsjeblieft zoveel mogelijk thuis”.

Nog geen half uur later komt haar antwoord. “Bedankt voor je bezorgdheid hoor, maar ik kijk heus wel uit”.

Ik sluit mijn laptop. Ze laat zich ook door mij niet beperken in haar toch al geringe vrijheid en ik zal het zo laten.

Rudimental ft. Emeli Sandé: free

Share Button

2 gedachten over “Vrijheid”

  1. Mooi geschreven Wendela. We worden inderdaad erg beperkt in onze vrijheid. Mooie uitspraak ook van de Dalai Lama, heeft mij ook wel even aan het denken gezet. Loslaten heeft misschien wel meer effect dan proberen te sturen.

    Daarom geef ik je moeder wel gelijk 😉

    ps, weet je dat het nu verdomde lastig daten is 🙂

    1. Dankjewel Marco. En ja, digidaten (beeldbellen?) lijkt me best lastig :-). Creatieve oplossingen? Picknicken in de polder met een thermoskan koffie en broodjes werpen? Fietsen op anderhalve meter afstand? Of gewoon een plexiglas uitklapschermpje meenemen :-). Succes vriend!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *