Schijn-h/veiligheid

Als ik voor de derde keer in één week een truitje moet strijken omdat mijn kledingkast niet in een grote hoeveelheid passende zomerkleding voorziet, besluit ik op mijn vrije dag de stad even in te wandelen. Zoon 2 heeft een tentamen via Zoom en heeft mij dringend verzocht de woonkamer tijdens deze anderhalf uur te verlaten. Op zijn slaapkamer hapert de wifi nog meer dan in de woonkamer, dus ik aanvaard zijn verzoek zonder morren. Ik ben al weken niet meer naar de stad geweest, het moet er maar weer eens van komen.

Ik begin de dag vroeg met koffie en het Internet. Ik heb vannacht een idee bedacht voor een technisch post-Coronasnufje zonder te weten of het al bestaat. Ik struin het net af en vind niets wat erop lijkt. Enthousiast lees ik daarna een aantal fragmenten uit het Intellectuele Eigendomsrecht over octrooien. Ik app de verkering en leg mijn brainwave, alsmede de daarop onherroepelijk volgende florissante cashflow aan hem voor. De vinkjes blijven op grijs staan. Hij is aan het werk. Ik spreek mezelf toe. Had je maar een vak moeten leren, Wendela, dan had je nu zelf een prototype kunnen maken. Op een idee alleen kun je geen patent aanvragen en patent aanvragen is ook nog eens een peperdure missie. Ik klap de laptop dicht en trek mijn wandelschoenen aan.

De zon schijnt en ik wandel zonder jas door het centrum. Het voelt alsof ik iets illegaals doe, nu ik niet op pad ben om primaire levensbehoeften te vervullen. Schoenen heb ik nodig en kleding. Een moederdagcadeau. Het centrum heeft een eenrichtingsverkeersroute ingesteld. Ik mag dus maar langs één kant van de etalages wandelen. De plakkers op de grond wijzen precies mijn beweegruimte aan en dat is niet veel. Bij de boekhandel, waar ik altijd zo graag een tijdje snuffel, word ik meteen bij de deur toegeroepen: “andere ingang nemen!”. De verkoopster is waarschijnlijk haar vriendelijkheid verloren nadat ze dit drieduizend keer heeft moeten herhalen. Alhoewel, ik ben met slechts twee andere mensen in de winkel, veel publiek is er niet. Ik schuifel kort langs de tijdschriftenwand en koop een boek. De verkoopster staat achter een plexiglas wand en zegt niets. Op mijn opmerking: “ik wil graag de bon, zodat het geruild kan worden”, knikt ze alleen. Het ligt vóór op mijn lippen om iets te zeggen van het feit dat ik mijn pincode gewoon moet intoetsen en dat er geen tissues en/of alcohol staat bij haar pinautomaat, maar ik slik het gedwee in op het moment dat ik haar stuurse blik vang. Ze wijst me zonder woorden de route aan waarlangs ik geacht word te vertrekken. Ik druip af.

Bij de dameskledingzaak staat een rij vrouwen buiten te wachten. Dat ga ik niet doen, dus ik wandel door naar een volgende, waar ik een leuk kort jasje vind. Ik pak er één, het is te groot. Normaal gesproken is dat altijd een jodelahitie-kijk mij eens afgevallen zijn-euforiemoment, maar vandaag niet. Vandaag is er niets normaal hier in dit centrum. Er is geur noch smaak aan het winkelen, noch aan de minimale keuze vanwege de eveneens afgeslankte assortimenten.

De verkoopster heeft een Duits accent. “Dit jasje is te groot”, zegt ze en ze wrijft schaamteloos over mijn rug. “Jouw schouders zijn te smal voor deze maat, jij kunt zéker 1 maat kleiner en misschien ook wel 2″ zegt ze en ik schrik. Op mijn schouderpartij kan, mede als gevolg van een jarenlange turncarrière, een hele familie kamperen. Op mijn schouders kan een volledige Ikea-kledingkast van zolder naar beneden gedragen worden. Nog nooit heeft iemand bij het zien van mijn boventorso het woord “smal” gebezigd. Van schrik rits ik het jasje hoopvol open en komt mijn dunne zomerblouse tussen de rits. Het zit muur- en muurvast en zowel de verkoopster als ik (beiden zonder mondkapje) krijgen er geen enkele beweging in. Er rest ons weinig andere keuze dan de blouse eruit te rukken en ik werp me daar dan ook voor op. Met een grote scheur ter hoogte van mijn boezem reken ik het jasje in twee maten kleiner af en trek het daarna meteen aan. Ik moet nog naar de slijterij, als ik daar kom met een half afgevreten voorpand gaan er wellicht alarmbellen af. De rode konen vanwege mijn oplopende lichaamstemperatuur en de flessen drank die ik afreken, benadrukken mijn op de loer liggende depressie al meer dan genoeg, daar heb ik geen masker-19 melding of groot gat in mijn blouse bij nodig. De GGZ zit op klanten te wachten, las ik, maar ik sla graag nog een rondje over.

Eenmaal thuis zwaait de voordeur al open. Mijn huisgenoot heeft zijn studiepunten binnengehaald. Ik feliciteer hem en trek het jasje uit. Ik zie hem kijken. “Wat heb jij nu weer gedaan, mam?”, vraagt hij en hij komt dichterbij. “Hoe krijg je dát nu weer voor elkaar. Nou ja, dit was toch een oude en lelijke blouse. Gelijk weggooien dan maar”. Ik zie de opluchting op zijn snuit.

Even later zitten we met een groot glas water samen in de tuin. Ik vertel hem over het winkelen en hoe ongezellig en ongemakkelijk het was. En dat alle lol eraf is op deze manier. We willen allebei terug naar het leven zoals we dat kenden -in vrijheid-, daarbij de drukte en mensenmassa’s voor lief nemend. Zelfs een file klinkt ons nu als muziek in de oren.

Zojuist las ik dat we waarschijnlijk tóch mondkapjes moeten gaan dragen in het OV, in het vliegtuig en op andere openbare plaatsen. Ik denk dat dit de genadeklap is voor veel sectoren. Met een mondkapje op staat geen enkel kledingstuk leuk. Met een mondkapje op zie je geen glimlach en worden woorden gedempt en platgeslagen. Achter een mondkapje kun je een snotneus verbergen. Met een mondkapje op kun je niet met je vrienden een biertje drinken. Met een mondkapje op kun je niet ontmoeten en daten. Met een mondkapje op creëren we vooral een verraderlijke schijnveiligheid.

Met een mondkapje op kun je dan misschien wel vaker naar buiten, maar word je nog meer in je vrijheid beperkt. Dat wil toch niemand? Ik hoop dat de media hier door “de bronnen uit Den Haag” verkeerd zijn geïnformeerd en dat Rutten en De Jonge niet bezwijken onder de mondkapjesdruk van de hypochonders en schreeuwers onder ons. Bovendien duim ik ervoor dat ze het geld, nodig voor het ontwikkelen van een nutteloze app en voor het vervaardigen van mondkapjes, steken in het uitbreiden van testmogelijkheden en het opstarten van niet Corona-gerelateerde zorg.

Als de plannen zijn zoals gevreesd wordt, zal ik in ieder geval nog lang alles via het Internet gaan bestellen en zul je mij in het OV niet tegenkomen. Een mondkapje. Ik krijg het al benauwd als ik eraan denk.

Oh, don’t you dare look back.
Just keep your eyes on me
I said, you’re holding back
She said: shut up and dance with me

We were victims of the night
the chemical, physical, kryptonite
helpless to the bass and the fading light

Share Button

8 gedachten over “Schijn-h/veiligheid”

  1. Heel treffend en herkenbaar!
    En daarom ook een stukje verrassend, hier zijn niet eens de (niet-voedings)winkels open en mag je niet autorijden, en toch datzelfde gevoel.
    😘

    1. Het doet vreemde dingen met ons. Denk dat we allemaal blij zullen zijn als het virus onder controle is en we (een groot deel van) ons leven weer terug op kunnen pakken.

  2. En ik maar denken dat 01.10 belachelijk is, maar jij overtreft het gewoon door het bericht om 04.11 te beantwoorden :-). Of is het PM?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *