Grootheidswaanzin

Ik kijk op mijn computerscherm, waar “gate gesloten” onder mijn handen verandert in: “vertrokken”. Zoon 1 is op weg naar Kroatië voor een weekje vakantie. Er staat een stevige wind en hij heeft gauw last van wagenziekte, dus ik hoop maar dat hij geen knoflook heeft gegeten vandaag nu hij de hele reis met een mondkapje op in het vliegtuig moet zitten.

Zoon 2 is aan het mountainbiken in de omgeving van de grootste gefaseerde waterval van Europa, in Oostenrijk. Hij stuurt prachtige foto’s van een stralend blauwe lucht boven een indrukwekkend berglandschap. In een geleende auto vol adolescenten vertrok hij een paar dagen geleden, om via Europa-Park naar Oostenrijk te gaan. Eitje. Je bent jong en je wild wat. Of andersom.

De wind raast langs de gevel van mijn huis. In de achtertuin liggen kleine takjes, afgebroken door het natuurgeweld. Ik hark ze zo goed en zo kwaad als dat gaat bij elkaar. De voorraadkast in de kamer is helemaal uitgeruimd, schoongemaakt en heringedeeld. Wat heb ik ineens weinig nodig in mijn eentje! Ik heb een groot gasfornuis met zes pitten, mega-grote pannen en ben permanent voorbereid op een invasie, die uiteraard uitblijft, nu zoon 3 geniet van een nieuw leven met zijn liefje en dochter dit weekeind al haar derde meisjesbaby heeft gevangen. Ze zijn allemaal druk met hun eigen leven en zo hoort het ook. Ik ga even zitten, mijn scheenbeen doet zeer. Met mijn nieuwe vlijmscherpe scheermesje scheerde ik gisteren niet alleen het haar van mijn benen, maar ook zéker tien centimeter vel. Ik had haast, geen idee waarom, want ik was vrij. Mijn tempo kan ook nog een beetje omlaag. De lange lap vel, die zielig aan het scheermesje hing, had ik wel aan de stichting orgaandonaties kunnen schenken. Te laat.

In de gang achter de voordeur bevindt zich tegenwoordig een mini-opslagplaatsje. Zoon 2 houdt er een nogal stevig tempo van artikelen bestellen via het internet op na. Iedere dag als ik thuis kom van mijn werk, ligt er weer zo’n briefje in de brievenbus en sta ik gegeneerd bij de buurman aan te bellen of ik het pakje mag meenemen. De buurman is zelf vader van vier zonen, dus hij is wel wat gewend, maar toch. Liever niet.

Ik vraag me af wat de bewoners in de straat van mijn werk zullen denken. Iedere ochtend fiets ik daar voorbij, op weg naar mijn werk, om ergens halverwege de dag naar buiten te komen met een ondefinieerbaar pakketje onder mijn arm, dat ik vervolgens in een schimmig hoekje bij de slagboom aan zoon 2 overhandig. Vorige week was het pakketje zó groot, dat het niet in mijn fietstas paste. Ik propte het in een grote rugzak en fietste ermee naar mijn werk. “Zeg vriend”, vroeg ik hem tijdens de warme overdracht: “ik blijf niet bezig hè, met die pakjes. Wat heb je nu toch allemaal besteld, ik heb geen idee waar ik mee fiets. Ik lijk wel koerier”. Eerlijk is eerlijk, ik heb het wel eens bonter gemaakt, toen ik met twee zakjes gevonden drugs in mijn handtas naar m’n werk fietste omdat ik dacht die in de pauze naar Novadic Kentron of de GGD te brengen, niet wetend dat ze daar geen enkele boodschap hebben aan gevonden zakjes drugs, ze mij van irritante stichtelijke preken zouden voorzien en ik ze alsnog thuis onverrichter zake door het toilet moest spoelen. Gelukkig had ik niet precies op die dag politiecontrole onderweg. Maar dat terzijde.

De zoon in kwestie lacht. “Het is best een grote doos”, constateert hij en ik ben blij met zoveel waardering. “Het is een rookmachine”. Ik frons. “Heb ik nu serieus 15 km gefietst met een rookmachine op m’n rug?”, vraag ik hem. Hij knikt blijmoedig. Het leek hem enorm feestvreugdeverhogend om een rookmachine neer te zetten tijdens de barbecue van vanavond. Ik zucht. “Wil je voortaan je pakjes gewoon zelf bij zo’n servicepunt gaan ophalen?”, vraag ik hem en hij knikt. “Je mag vanavond wel mee barbecue-en hoor mam, we hebben genoeg!”, zegt hij. De slijmbal. Ik bedank voor de eer en geef hem een kus. Een terloops passerende collega denkt er het hare van. Ze kijkt ons wantrouwend aan en ik lees het woord cougar van haar gezicht af. Zoon en ik schieten allebei in de lach.

Eenmaal thuis ligt er een briefje in de bus. Van de pakketbezorger. Ik was niet thuis, hij heeft het dit keer afgegeven bij Halfords. Ik zucht. Een paar dagen later fiets ik de stad in en loop ik de Halfords dan toch maar binnen. Er wordt mij na diverse legitimatiechecks, invulformulieren en handtekeningen een enorme doos overhandigd voor zoon 2. Ik neem de doos onder mijn arm mee naar huis en app het kind. Hij appt enthousiast terug. “Kun je ‘m morgen even meenemen als je naar je werk gaat?”, vraagt hij. Ik besluit een harde grens te trekken. “Dat gaat niet vriend, ik ben op de fiets en deze doos is echt te groot”. Ik krijg een zielige smiley terug. “Jammer”, zegt hij: “anders had ik het mee kunnen nemen op vakantie”. Wat zit hier dan toch weer in, een tent? Een luchtbed? Een opblaasboot? Ik sta nu nergens meer van te kijken. Het verlossende antwoord komt direct. “Het is een zonnebril”, appt hij. Mijn ogen rollen haast uit mijn hoofd.

Over verspilling gesproken. De gesealde komkommers in de supermarkt kunnen er wat van, de postorderbedrijven zijn ook niet goed snik. Een (in cement gegoten?) zonnebril in een doos van 1 bij 1. Doe even normaal.

Zoon 2 is nu zonder zijn nieuwe aanwinst in Oostenrijk toch volop aan het genieten. Ik schenk voor mezelf een glas verse muntthee in en kijk tevreden naar de rust en ruimte die ontstaat in mijn huis en daarmee in mijn hoofd. De muziek, die door het van de verkering geleende boxje klinkt, raakt een gevoelige snaar.

Ik ga zo maar eens iets te eten voor mezelf koken. In een klein steelpannetje.

Disturbed: Sound of silence
https://www.youtube.com/watch?v=u9Dg-g7t2l4

Share Button

Eén gedachte over “Grootheidswaanzin”

  1. Hier is het niet anders, als de pakketdienst niet stopt is het bijna vreemd…als ik een keer om een boodschap ben en ik heb iets gemist wat niet bij de buren afgegeven mag worden is het huis zowat te klein…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *