Vacuüm

Kijk eens wat ik in mijn tuin heb geteeld, mam”, appt zoon 2. Hij stuurt een foto mee van een weelderige bos verse munt. “Kom je straks een zakje halen als je uit je werk komt?”. De schat. Ik stuur een duimpje terug. Het moet niet gekker worden! Jarenlang werd ik beschimpt vanwege mijn manier van takkenthee drinken en naar de natuur kijken, tegenwoordig plant hij zelf munt en komen er foto’s voorbij van adembenemende zonsondergangen en diverse andere natuurverschijnselen, in de ruimste zin des woords.

Ga jij maar eens lekker weekeind vieren”, zegt een collega op het werk. “Je bent een bikkel, maar je ziet eruit als een spook”. En bedankt. Ik heb deze week inderdaad veel meer uren gewerkt dan geslapen, waardoor de wallen onder mijn ogen zo’n beetje tot op mijn kin hangen. Ik stap op de fiets -die inmiddels ruim zesduizend kilometer met mij gereden heeft- en stop voor de deur bij zoon 2. Als hij open doet, loopt mij een vrolijk, rank, knap, langharig meisje in een héél kort lila rokje tegemoet. Zo te zien was de stof op. Ze stelt zich netjes aan me voor, zoon 2 suggereert zonder blikken of blozen dat ik bést had kunnen weten wie zij is. Uhm……… nou ja, ik weet het nu. Ik vermoed dat ze niet samen het huis hebben opgeruimd, maar dat zijn mijn zaken niet. Zoon 2 ziet er blakend van gezondheid en levenslustig uit.

Hier heb je de munt, mam”, zegt hij en hij stopt een aantal takken in een zakje. “Ik heb ook nog wat lekkers voor je gekocht”. Hij houdt een doosje baklava voor mijn neus. Wat lief! Ik mag het van mezelf nooit kopen omdat het zoveel calorieën bevat. We delen de buit. Hij lust het ook, hij lust alles. Net als z’n moeder. “Ik heb nog melatonine, die mag jij hebben”, zegt hij en hij overhandigt me twee dozen. De mensen om me heen voelen blijkbaar de dringende behoefte om me onder zeil te helpen. Ik pak de doosjes aan en vertrek even later alsnog naar huis. Onderweg luister ik muziek en denk ik met weemoed terug aan al die vrijdagavonden waarop ik met mijn koffers en vol goede zin de andere kant op reisde om aan een gezamenlijk weekeind te beginnen. Toen was geluk nog héél gewoon.

Ik bereik mijn voordeur zonder de route bewust te hebben gefietst. Net over de drempel rinkelt mijn telefoon. Makelaar X belt. “Ik wilde nog eens informeren hoe het staat met je plannen”, zegt ze enthousiast. “Het huis tegenover jou is riant verkocht, het is nu de tijd hoor!”, zegt ze, haast jubelend. Geen nieuws, want ik had de euforische overbuurvrouw al gesproken over deze mega-deal. In mijn mailbox zaten deze week berichten van taxatiebureau’s, bouwbedrijven, hypotheekverstrekkers, makelaars, verhuurbemiddelingsbedrijven, verzekeringsmaatschappijen, klusmannetjes én het door mij aangevraagde actuele pensioenoverzicht. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat mijn leven er vorige maand nog totaal anders uitzag.

Ik wimpel de makelaar vakkundig af. “Mag ik binnenkort nog eens bellen?”, vraagt ze en ik antwoord: “ik neem zelf wel contact op als het evident wordt”. Ik denk niet dat zij zich eraan gaat houden, maar dat zien we dan wel weer.

Steeds wanneer ik iets beleef, heb ik de neiging om een appje te sturen. Dat zoon 1 geselecteerd is voor die afstudeermaster op de VU, dat ik niet weet hoe ik Netflix kan installeren op mijn niet-smart-tv, dat ik graag een dimmer wil op de plaats van de lichtschakelaar die de twee nieuwe lampen boven de eettafel bedient, dat ik me zorgen maak over de mondkapjeshype, dat er een vechtpartij was in mijn straat, dat ik hulp nodig heb bij het zoeken naar een andere laptop, dat ik hem en de zijnen ontzettend mis, dat ik een héle mooie auto met hoge instap voor hem zag, dat ik zijn zoon zag, ik wil het allemaal zó graag met hem delen. Maar ja. Er valt niets te delen. Ik schakel het geluid van mijn telefoon uit en leg het apparaat ver buiten mijn bereik. Niet horen, niet zien en wél zwijgen, het gaat eigenlijk behoorlijk tegen mijn natuur in.

Godzijdank heb ik mijn huis nog, realiseer ik me, als ik in de avond op mijn bank zit voor de tv. Ik heb met verhuur of verkoop ervan gewacht totdat al mijn kinderen op eigen benen stonden. Stel je voor dat ik in mijn enthousiasme al een stap verder was gegaan, dan sliep ik nu misschien in een kartonnen doos ergens onder een brug. Of zoiets.

Ik schenk een wijntje voor mezelf in, steek de kaarsen aan en pak de laptop erbij. Het spaargeld, dat ik bij elkaar geschreven en gewerkt heb om samen naar Nieuw-Zeeland te gaan, zou ik wellicht anders kunnen gebruiken. Ik zal niet in mijn eentje naar de andere kant van de wereld reizen, hoewel ik daarvoor wél uitgenodigd werd. De grenzen zijn voorlopig toch nog dicht, trouwens. Ga ik binnenkort alleen op vakantie en zo ja, waarheen dan? Vind ik het leuk als ik ter plaatse niets kan delen met wie mij lief is? Valt er überhaupt iets te genieten zo lang dat virus nog actief is? Ik kan ook een comfortabele tuinstoel voor mezelf aanschaffen en twee weken languit in de tuin gaan liggen.

Zal ik nieuwe gordijnen en een nieuwe bank kopen? Of toch aan een studie beginnen? Een personal trainer nemen bij die kickboksclub? Ga ik een tweede boek schrijven en investeer ik in het uitbrengen daarvan? Zal ik mijn achtertuin op de schop laten nemen? Ik google wat en weet dat mijn inbox volgende week vol zal zitten met dienovereenkomstige reclame. Dat moet dan maar.

Tegen middernacht klap ik de laptop dicht. Het is genoeg geweest voor deze week. Ik laat mijn plannen maar eens even bezinken, het lijkt me geen goed idee om op dit moment halsoverkop een nieuwe richting te kiezen. Ik kan, zoals ik dat vroeger ook deed, prima voor mezelf zorgen en heb bovendien lieve mensen om me heen, maar alles wat ik doe voelt op dit moment leeg, dof en sneu. De glans is er van af. Ik bevind mezelf in een soort vacuüm en ben naarstig op zoek naar verse lucht, juiste inzichten, enthousiaste plannen en frisse moed om deze vervolgens uit te voeren.

Nadat ik touwtje heb gesprongen en een glas kamillethee heb gedronken, slik ik de melatonine van zoon 2, stap onder een warme douche, kruip midden in mijn grote, lege bed en lees in het Zoutpad, een van vrienden gekregen toepasselijk boek. Ik mis de muziek-box in mijn slaapkamer, die ik in bruikleen had en dus heb teruggegeven. Wellicht staat deze nu waar hij enkele maanden geleden door hem zelf voor aangeschaft was: in de kamer die mijn schrijfkamer zou worden. Verdorie! Het is zó jammer.

Even later doe ik het leeslampje boven mijn bed uit. Of ik nu slaap of niet: straks begint er gelukkig een nieuwe dag vol met nieuwe kansen. De zon gaat morgen gewoon weer op, evenals ik. Faber quisque fortunae suae.

Ik ga ervoor.



The Jam: get yourself together

https://www.youtube.com/watch?v=4WLGL5RVIjk


Share Button

2 gedachten over “Vacuüm”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *