Zand in de bilnaad

Het is maandagmorgen, mijn eerste nazomer vakantie-ochtend van 2020 en de weersvoorspellingen zijn extreem goed voor de maand september. Ik heb met mezelf afspraken gemaakt over de manier waarop ik deze vakantie kan invullen, nu alles ineens zo ongewenst anders is. Ik heb een schop onder mijn kont nodig en die ga ik mezelf meteen vandaag geven, het kan maar gebeurd zijn.

Ik pak mijn spullen bij elkaar en rijd naar het strand. Althans, dat is de bedoeling. Meer mensen kwamen op dat idee -op een maandag halverwege september, wordt er nog gewerkt tegenwoordig?- dus we staan post-covid weer gezellig in de rij met onze rijdende blikken. Gelukkig heb ik geen haast, wél airco, muziek, héél veel gedachten, water en eierkoeken, dus het zal mijn tijd wel duren.

Het valt niet mee om een parkeerplaats te vinden, maar het lukt uiteindelijk toch, waarna ik kan beginnen aan de gang door het bos en de duinen naar het strand. De duinovergang bezorgt me altijd een nostalgisch geluksgevoel: de wind, de wapperende vlaggen, de vrolijke kleuren van de windschermen en parasols, het zout, de blauwe lucht en de witte schuimkoppen op het water, de zilte zeelucht vermengd met de geur van zonnebrand, friet, koffie en zweet, het is iedere keer weer een fantastische samenloop van omstandigheden. Er liggen van tientallen jaren dierbare herinneringen hier. Ik moet zoeken naar een plekje, het is er druk, zelfs op dit brede schelpenstrand.

Ik rol mijn handdoek uit, smeer mezelf in en pak mijn leesboek. Naast me zitten twee Gooise vrouwen van mijn leeftijd druk te praten, vóór mij zit een man, die graag een sociaal praatje met me wil maken. Ik ben vandaag niet in de stemming voor oppervlakkige praatjes, dus ik kap het wat lomp af en verschans me demonstratief in het nieuwe en uiterst vermakelijke boek van Kluun. Flesje water erbij, muziek in mijn oren, ik zit prima!

Na een uur kom ik van mijn handdoek af voor een verfrissende duik. Het is heerlijk in de zee. De dames die naast me zaten, staan aan de waterkant. “Ik vind zo’n waterrrplas zó goorrr”, zegt de ene met bekakt accent, terwijl ze haar neus optrekt en haar zonnehoed vasthoudt. “Al die beesten die erin zitten en er drijft ook pies en poep in dat waterrrr”. Ik glimlach. Je kunt beter niet van dit water drinken inderdaad, maar “goor” is wel wat overdreven als je even wilt afkoelen. “Echt hè”, zegt de andere dame: “…. en dan al die kneuzen erin met pukkels en psorrriasis en anderrre gorrre aandoeningen. Nee, mij zul je ook niet zien zwemmen”. Ik vraag me ineens af wat de dames hier brengt, als ze de zee vies vinden. “Een zwembad is nog goorrrderrrrr”, zegt de één tegen de ander: “daar zeikt ook iedereen in. Voorrr je het weet heb je zelf één of andere enge ziekte”. Ze knikken allebei instemmend. Ik drijf rustig verder en zwem een beetje tegen de stroming in. Het voelt vrij, zwemmen in de zee. Het werkt rustgevend, voor mij althans. Het ontspant.

Laatst kreeg ik ineens een appje van Michael hè?”, zegt de ene dame. De andere is direct geïnteresseerd. “Oh ja, echt? Van Michael? Wat moest die nou weerrr van je”. De toon is gezet. “Ja, luisterrr, als hij zich verrrveelt, dan appt ‘ie me wel eens. Altijd nietszeggende berrrichtjes, je hebt errr niks aan”. Stilte. “Hij is natuurrrlijk een mooie en rijke guy, dat weet ‘ie zelf ook heel goed. Lekkerrrr lijf heeft ‘ie zékerrrrr. Wasborrrdje ook en zo, weet je wel. Maar ja, hij gaat zich toch niet binden. Heb je niks aan”. Ze maakt een afwerend gebaar waarbij haar drieënvijftig armbanden vrolijk rinkelen. “De tijd van een beetje rondkijken is nu wel voorrrrbij”, zegt de ene op serieuze toon: “ik ben errr wel klaarrrrr mee, met al die kerrrels die avontuurrrrtjes zoeken”. De andere knikt. “Misschien moet je eens naarrrr andere mannen gaan kijken?”, zegt ze. De eerste trekt een gezicht alsof ze zojuist een kwal heeft opgegeten. “Ja, wat dan. Zo’n lelijke en arrrme gluiperrrd met een bierrrrrbuik?”. Terwijl ze dat zegt, wrijft ze het zand van haar donkerbruin gebrande onderbenen. Om haar enkel schittert een dun zilveren kettinkje, nét onder de subtiele, maar weinig originele tattoo. Ze lachen allebei hun parelwitte tanden bloot. Bespottelijk idee inderdaad, een arme sloeber met een normaal postuur.

Achter mij drijft de man die ik een beetje lullig afhield toen hij een praatje wilde maken. Hij glimlacht vriendelijk naar me, ik glimlach terug maar zwem gauw verder. “Als ik had geweten dat het er hierrr zo uit zag, hadden we niet die hele rit hoeven maken”, zegt de ene dame teleurgesteld tegen de andere. “De strrrandtent hierrr is echt fukking ouderrrwets. Ziet errr niet uit man, daarrrr wil je toch niet gezien worrrden?”. Ze zijn het eens. “Waren we dan maarrr naar Kijkduin gegaan of naar Bloemendaal, daarrrr hadden we nog een beetje norrrmaal kunnen chillen tenminste”. Met hangende schouders sjokken ze terug naar hun strandstoelen. Ik kijk ze ongegeneerd en geamuseerd na en drijf nog even verder.

Zelfs als je aan de buitenkant alles hebt waarvan ik denk dat het je leven héél aangenaam en makkelijk moet maken -een goed figuur, een egaal gebruinde huid, een weelderige bos lange haren, een poppengezichtje, grote zwarte nepwimpers, smalle schouders, een pronte boezem, een platte buik met navelpiercing, vuurrode lippen, kaarsrechte gebleekte tanden, eindeloos lange benen, opzichtige nepnagels op handen en voeten, prachtige en exclusieve kleding, een rijke scharrel met een lekker lijf, genoeg geld- hoef je nog niet per definitie te genieten van wat je hebt. Zelfs dán kun je nog ontevreden zijn op een vrije nazomerdag met zon en 33 graden. Zelfs dan kun je uit verveling nog stapvoets in colonne naar een toeristische zwemplas rijden waar je helemaal niet in wilt zwemmen omdat je alle openbare wateren vies vindt. Best sneu.

Ik verlaat na een tijdje het water en nestel mezelf onder de parasol op mijn handdoek. Het is een schrale troost, dat zelfs dit soort gefortuneerde dames zich niet ongebreideld gelukkig voelt. Mijn hart doet ook zeer en mijn humeur had vanmorgen niet eens de temperatuur van het zeewater, maar ik voelde zojuist in die enorme plas wel de vrijheid en de helende warmte van de zon op mijn huid. Het gaat tergend langzaam, maar ik ben op de weg terug!

Geluk is een groot goed. Je kunt alleen ergens van genieten als je de moeite neemt om het waar te nemen en het vermogen hebt om het op waarde te schatten. Dat kon ik vroeger héél goed, maar ik ben het kwijtgeraakt in de afgelopen periode. Ik heb in blind vertrouwen mijn onbevangen geluk té veel opgehangen aan een ander. Dat was niet zo slim van me, maar dat realiseerde ik me pas toen de scherven al aan mijn voeten lagen. Een leerproces dat ik héél graag overgeslagen had, maar dat ongetwijfeld een hoger doel zal dienen.

Evengoed had ik het de ander zó gegund om alle liefde, aandacht en respect wezenlijk te ontvangen. Als iemand dat niet wil of kan, dan kun je je best doen tot je een ons weegt -hetgeen in mijn geval een mooie bijkomstigheid was geweest- maar dan bereik je niets. Geluk is een intrinsieke waarde, als naaste kun je alleen iets bijdragen aan de randvoorwaarden ervan. Acceptatie van dat laatste is een omvangrijk proces.

De dames naast me houden het voor gezien. Ze pakken hun spullen bij elkaar en turen van achter hun mega grote zonnebrillen over het gepeupel heen. “Niks voorrr mij, hierrr”, is de verveelde conclusie van de ene. De andere beaamt, zoals ze dat al de hele middag doet. “Errr zit nog allemaal fukking zand in mijn bilnaad ook”, zegt de (m)opperdoos, terwijl ze met haar hand over haar bilpartij wrijft. Best vreemd en onhandig inderdaad, al dat zand vóór die gore plas. Ik zeg: asfalteren die hap.

Ik moet lachen om haar onnozele gezeur, maar gelukkig heeft ze daar ook geen oog voor.


Share Button

2 gedachten over “Zand in de bilnaad”

  1. Wat vreselijk als je niet kunt genieten van onze schitterende duinen, goudgele stranden en heerlijke schone zee… mij maakt het ongelofelijk blij en gelukkig om er te zijn💖 gelukkig heb jij een fijne nazomer dag gehad!

    1. Weet je, geluk voelen is, zo heb ik ontdekt, een groot goed. Sommigen zijn gelukkig met een knipoog, een kopje koffie en een knuffel, anderen voelen het nog niet bij vriendschap, liefde, warmte, comfort en een dikke bankrekening.
      Geluk zit in jezelf en we kunnen het wel willen delen met een ander, maar dat kan niet.

      Ik houd ook van onze kustgebieden, zelfs in alle seizoenen en ik heb – nadat ik met de staart tussen mn benen van huis vertrok- een fijne dag gehad! 😘

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *