Filantropische rolmops

Ze zit tegenover me en zucht. “Jij hebt het al een stuk makkelijker Wen”, zegt ze, terwijl ze haar professioneel gemanicuurde nagels bestudeert. Ze zijn diepgroen, in voorbereiding op de kersttijd. Ik zie donkere kringen onder haar ogen. “Oh ja?”, vraag ik haar en ik luister. “Ja. Ik heb drie jonge kinderen. Een man die veel weg is voor zijn werk. In mijn vrije tijd race ik me rot tussen al die clubjes, feestjes en sport”. Ik knik. Die tijd heb ik ook gehad, dat ik op zaterdagmorgen om acht uur bij het voetbalveld stond te blauwbekken omdat we ergens in Timboektoe waren ingeroosterd. Nooit begrepen waarom we het niet gewoon lekker klein en dichtbij konden houden met die kabouters, maar ik was blijkbaar de enige die zich dat afvroeg.

Ik denk aan ons gesprekje als ik om acht uur uit bed stap op mijn enige vrije dag. Er staat veel op mijn programma. Ik stop de was in de machine, verschoon het bed, stofzuig de woonkamer en betaal wat rekeningen, want mijn salaris is binnen. Ik app zoon 1, die noodweer schijnt te hebben gehad in Sydney. Hij geeft me vrijwel direct een opgewekt teken van leven. Als ik net de deur achter me heb dichtgetrokken om koffie te gaan drinken bij vriendin J., gaat mijn telefoon. Het is zoon 2. “Mam, ben je nog thuis? Ik heb
-denk ik- mijn sleutelbos in mijn fiets bij het station laten zitten. Kun jij gaan kijken alsjeblieft? Ik heb nu een voortgangstoets, ik kan niet weg. Hij staat rechts bij de scooters”. Ik bel aan bij J. en we besluiten direct maar naar de fiets te rijden. J. heeft ook kinderen, dus woorden zijn overbodig. ‘Rechts bij de scooters’ blijkt links bij de fietsen te zijn, maar uiteindelijk vinden we de zijne en we halen inderdaad een bos sleutels uit het slot.

Een half uur later zitten we alsnog aan de koffie. We praten een maand bij in één uur en dan vertrek ik naar de stad. Zoon 3 heeft Kip Tandoori besteld voor vanavond. Gisteravond maakte ik op verzoek van mijn dochter een pan andijviestamppot. De dame achter de kassa begroet me op verveelde toon. Ze zal wel denken: lekker efficiënt huisvrouwtje, iedere dag boodschappen doen. Ze heeft gelijk. Ik loop hier nu ook niet persé voor mijn lol.

Met een knorrende maag haast ik me de stad in. Ik pas wat kledingstukken en hang ze allemaal terug. Ik ben in 2019 veel te zwaar geworden, er moet een heleboel af. Er staat me niets. De verkoopster kent me en moedigt me aan een bloesje te kopen dat leuk bij mijn ogen kleurt maar strak gespannen rond mijn six-spek zit. Ik laat me niet tot de aankoop verleiden. In deze blouse moet ik beide kerstdagen rechtop blijven staan. Gefrustreerd verlaat ik de winkel als zoon 2 weer belt. Ik zet midden in de winkelstraat alle tassen op de grond en beantwoord zijn oproep. “Mam, kun je mijn motivatiebrief vanavond even nakijken?”. Ik aarzel. “Waarom bel je daarvoor?”. Hij blijkt zelf vanavond niet thuis te zijn, want hij kijkt voetbal bij vrienden. “Als je het op tijd stuurt, want ik moet morgen vroeg op en ik vind het niet fijn om dat op de valreep nog te moeten doen”, antwoord ik zoon 2. Ik raap alle tassen op en ga de speelgoedwinkel in, want er staan schoentjes van twee kleinkinderen bij de verkering voor het raam. Als je er nooit meer hoeft te zijn weet je ook niet meer wat wáár ligt. Ik moet zoeken. Wat is die rommel allemaal dúúr. Ik hark wat kadootjes van de door hem doorgestuurde lijstjes bij elkaar en app hem dat het gelukt is.

Bij de notenbar koop ik verse nootjes voor mijn moedertje. Daar gaan we zaterdag naar toe, als het de verjaardag is van wijlen mijn vader. Op weg daar naartoe brengen we een lamp en een kastje bij mijn dochter, nu zij deze in haar Ka niet kan vervoeren.

Bepakt en bezakt loop ik als een kip zonder kop door de binnenstad. Ik zal de schoen van mijn lief ook zetten dit weekeind. Ik heb een gedicht voor hem gemaakt, nu hij al met zijn dieet gestart is en in rap tempo een heleboel gewicht heeft geloosd. Groen van jaloezie zie ik, dus ik koop fruit van marsepein en gewichtjes voor aan zijn trui, om te voorkomen dat hij wegwaait als hij wandelt. Inpakpapier. Strooigoed. Mandarijnen voor bij de schoenen van de kinderen. Een mini-flesje wijn voor bij de noten van m’n moeder. Een klein kerstboompje voor in haar appartement, fuck, ik kan het niet meer dragen. Ik zet het kerstboompje weer terug. Dat moeten we dan zaterdag onderweg nog maar ergens kopen.Er moeten tenslotte ook nog verse bloemen op het graf van m’n vader worden gelegd.

Het is inmiddels ver in de middag als ik met rode konen terug binnen kom. De was wordt opgehangen, de vaatwasser wordt uitgeruimd, de pannen gaan op het vuur. Zoon 3 nestelt zich in de bank. Ik app intussen een zieke collega om te vragen hoe het met haar is en schrijf de data van een door mij te volgen cursus op mijn kalender. Ik googel ziektekostenverzekeringen, veranderen moet ook vóór 1 januari. Zoon 3 en ik eten gezamenlijk en kijken intussen naar het journaal, waar een onnozel item over een buitenverbod voor katten mijn wenkbrauwen doet fronsen.

De motivatiebrief van zoon 2 komt binnen via de mail. Hij belt me weer, dit maal om te zeggen dat hij hulp nodig heeft bij de aanhef van de brief. Ik mompel: “jahaaa” en zucht. Werken is soms nog minder vermoeiend dan vrij zijn. Ik denk aan het gesprek van gisteren met mijn buurvrouw en realiseer me dat haar jonge kinderen nu waarschijnlijk al lang in bed liggen. Lekker rustig. “Hoe laat verwacht je eigenlijk thuis te zijn vanavond?”, vraag ik zoon, nu zijn sleutelbos veilig in mijn handtas zit. “Ik denk rond elf uur, half twaalf”, antwoordt hij. “En hoe denk je dat te doen?”, vraag ik hem. Hij laat een korte stilte vallen, zucht luidruchtig en antwoordt licht geïrriteerd: “ach mam, ik bel je gewoon even als ik voor de deur sta, dan kun je toch wel éven uit bed komen om open te komen doen? Jij was vandaag toch de hele dag vrij”.

Share Button

6 gedachten over “Filantropische rolmops”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *