Om door een ringetje te halen!

Wil je met me mee zaterdag?”, vraagt vriend M. “Dan haal ik je ’s morgens op. Ik heb iets leuks bedacht, we zijn ongeveer tweeënhalf uur weg”. Hij stuurt me plaatjes van edelstenen die hij van dichtbij wil gaan bekijken en wellicht wil aanschaffen. Ik twijfel even, maar besluit het aanbod af te slaan. “Lief van je dat je het vraagt, maar ik ben in de tuin aan het werken, heel veel aan het nadenken en mijn slaapkamer is ook nog niet helemaal af, ik wil nog lopen, lezen en schrijven, dus ik sla af”, antwoord ik hem. Hij moppert niet. Gelukkig maar. We kennen elkaar inmiddels. Ik wens hem veel plezier en ga manmoedig met de klussen verder waar ik aan begonnen was. Het is allemaal best veel werk in je eentje.

(meer…)

In de pauze

Het is nog heel vroeg in de ochtend als ik, liggend op mijn rug in bed, luister naar het geluid van de vogels. Het zonlicht schijnt al door mijn transparante gordijnen, die -evenals mijn hoogbejaarde aan elkaar geplakte bed- nodig vervangen moeten worden zodra de winkels weer open zijn en ik het van dichtbij kan keuren.

Sommige mensen kiezen als gevolg van de pandemie radicaal een ander levenspad. Anderen denken, zoals in het geval van mijn buurtgenoot: “laat ik eens een haan nemen”. Leuke gedachte, zo’n haan, als je ergens in het buitengebied woont, maar midden in een woonwijk vind ik het toch een bijzondere aanwinst. Als je, net als ik, graag met het raam open slaapt, word je in de vroege ochtend -ook op vrije dagen- op oorverdovende wijze wakker gekraaid.

(meer…)

Het roer om

Het is zondagmiddag als ik de voordeur achter me dicht trek om een eind te gaan wandelen. De zon schijnt, het is koud maar helder en ik ben het thuis rondhangen voor vandaag beu. Beweging is goed voor me, heb ik met mezelf afgesproken.

Met muziek op m’n oren wandel ik het buitengebied in en geniet van het prachtige landschap. Knotwilgen die -naar het lijkt- waterpas geplant zijn langs de kant van een brede sloot.

Halverwege ga ik zitten op een bankje bij het water. Ik heb het volle zicht op een reiger en geniet van het zilver schitterende water. Ik heb zin in de lente. Naast mij komt even later een man zitten. Hij heeft twee honden bij zich die enthousiast achter elkaar aan hollen en met elkaar spelen. (meer…)

Go, Pia!

Het is zondag en de regen klettert tegen de ramen. Binnen is het warm en gezellig. We rommelen wat in huis, de radio staat aan en brengt ons het laatste nieuws.

Het Coronavirus is -na het vuurwerkgedoe en de stikstofperikelen- ons nieuwe speerpunt. Wij mensen gedijen blijkbaar goed bij opgeklopte onderwerpen die door de media zodanig prominent voor het voetlicht worden gebracht dat we het nergens anders meer over kunnen hebben.

(meer…)

Stik-stof

Ze neemt de telefoon aan, op de achtergrond hoor ik diverse stemmen. “Stoor ik?”, vraag ik haar, zoals ik dat altijd doe als ik op een door mij gekozen tijdstip bel. “Nee hoor”, zegt ze: “ik zet even de televisie wat zachter”. Ze vindt het alleen zijn moeilijk. Vooral de weekeinden vindt ze tergend lang duren. “Ik spreek niemand op een dag als deze. Het is zo oorverdovend stil!”, zegt ze en ik slik.

(meer…)