Mee-eter

De beperkingen, ons opgelegd vanwege de niet nader te benoemen pandemie, beginnen bij mijn huisgenoot en mij irritatie op te roepen. We zijn veel thuis, cirkelen om elkaar heen en maken weinig bijzonders mee. Zijn exchange in Duitsland werd een aantal maanden geleden abrupt afgebroken, hij kwam thuis om de ophokplicht te ondergaan in ons huis met drie verdiepingen en een tuin. Eerst was daar de teleurstelling, later kwamen de berusting en de verveling en deze maken nu met regelmaat plaats voor korte lontjes. We knappen er niet van op.

Halverwege een doordeweekse middag stuurt hij mij tijdens werktijd een appje. “Ik heb een chille kamer gevonden”, schrijft hij. Ik wist dat hij daarnaar zocht, maar zijn eisenpakket en zijn studentenbudget lagen mijlenver uit elkaar, dus ik keek het van de zijlijn vooral geamuseerd aan. In een “gore studentenkamer” wilde hij zéker niet wonen. Gezien zijn woonstatus in mijn huis begrijp ik tot op heden niet waarom niet. Hij leeft op een vuilnisbelt achter een hermetisch gesloten deur.

Ik app hem terug. “Wat leuk! Waar ergens?”. Hij stuurt me even later een locatie door en op een rustig moment zoek ik op internet waar het is. Ik zou er bij voorkeur zelf niet gaan wonen, maar dat is ook niet de bedoeling, dus so be it. Een ruime kamer heeft hij, net als de twee maten waarmee hij gaat samenwonen. Met z’n drieën is de huur nog redelijk op te brengen. Een gezamenlijke keuken, woon- en badkamer én een postzegeltje tuin maken het feest compleet. En zoon zou zoon niet zijn, als het niet binnen twee weken zover zou zijn.

Zijn toekomstige woonadres ligt op mijn fietsroute naar huis. Ik stap van m’n fiets en gluur zo onopvallend mogelijk in de straat waar zijn huis staat. Zijn wens om in de stad te wonen wordt hier ingewilligd; hij wandelt er zó het centrum in. Eenmaal thuis stuitert de doorgaans ook al niet al te rustige zoon door het huis. Er moeten meubels komen, een vaatwasser, keukeninventaris en tuinstoelen. Hij heeft al een salontafel via Marktplaats geregeld en doet een bod op een tweedehands stofzuiger. Van de opbrengst van mijn oude zooi, waarvan hij het meeste behendig verkocht, koopt hij nu weer nieuwe tweedehands rommel. Lekker aan het recyclen, wij.

De schuur, die we onlangs met vereende krachten hebben leeg gekruid, staat nu weer nokvol. Een grote stoel, een salontafel, een printer, een tafeltje. Bij al die oude meuk haalt hij zijn neus op voor de ontbijt- en dinerborden die ik hem had toebedacht.”Die neem ik dus niet mee”, zegt hij op afkeurende toon: “dat zijn echt vrouwenborden, mam”. Ik laat het.

Ik zie dat zijn energie stroomt. Hij heeft er zin in. Hij belt en mailt, hij zingt en roept van alles, waarvan ik de meeste info het ene oor in en het andere oor uit laat gaan. Als ik hem wil helpen of hem op aanbiedingen attendeer, krijg ik een tik op m’n vingers. “Laat mij het maar zelf doen”, zegt hij. Hij heeft nog gelijk ook. Mijn enthousiasme speelt me parten.

Je bent bijna jarig”, roep ik op enig moment: “wil je dan van mij een stofzuiger voor je verjaardag?“. Het lijkt me een enorme praktische zet, nu dit niet te missen huishoudelijke apparaat nog aan hun inventaris ontbreekt. Hij kijkt me aan en zucht. “Mam”, zegt hij: “ik wil toch geen fukking stofzuiger voor m’n verjaardag”. Ik druip af. “Handig hoor, een stofzuiger, maar dat vind ik dus echt een kutverjaardagskado”. Ik zucht. Volgens mij kreeg ik ook jaren allerlei praktische dingen voor mijn verjaardag, maar ik laat deze bespiegelingen veiligheidshalve achterwege.

In de gang verzamelt hij een ander deel van zijn inventaris. Afdekzeilen, koekenpannen, kaarsenstandaards en een toiletrolhouder. Ik gedoog het. Met plezier hoor ik aan hoe hij een vriendenvoetbalteam formeert en swapfietsen regelt in ruil voor het maken van reclame. Even later ligt ook de overloop bezaaid met spullen, maar zijn zoektocht naar scheenbeschermers en voetbalschoenen heeft succes opgeleverd. Hij is tevreden.

Ik kijk naar de troep en spreek mezelf toe. Nog twee weken volhouden, dan verhuist hij en woon ik voor het eerst in vierendertig jaar weer alleen. Dan gaat de bezem door alle vertrekken, inclusief zijn onbewoonbaar verklaarde woonhol op de eerste verdieping.

Wel fijn”, zeg ik hem in de avond: “dat je precies dáár gaat wonen. Ik fiets daar iedere dag na werktijd langs. Dan kan ik bij jou aanbellen en bij de voordeur roepen: ‘wat eten we???’ en dan schuif ik heerlijk aan om vervolgens te zaniken over het zogenaamd culinaire hoogstandje of te janken over de hond in de pot”.

Hij haalt zijn wenkbrauwen op. “Dat mag je best één keer doen”, zegt hij serieus: “maar daarna is het optokken hè mam. We zitten er niet op te wachten dat jij iedere dag langs komt fietsen”. Hij lacht en ik concludeer dat mijn zorg van de afgelopen jaren bepaald geen zoete vruchten afwerpt.

Hoewel ik me realiseer dat het stil zal zijn in huis, nadat ik meer dan 30 jaar in gezinsverband heb geleefd, kijk ik er ook naar uit. Ik begin aan een nieuwe fase, met mezelf in een familiehuis vol oude spullen en herinneringen. Ik hoef niet meer te koken, geen overhemden meer te strijken, geen wc-rollen meer om te draaien, geen karrenvrachten boodschappen meer te doen, de afstandsbediening niet te delen en geen verantwoording meer af te leggen.

Ook al is het sociale leven van zowel mijn zoon als van mij momenteel even beperkt als dat van ieder ander, gaan wij nu tóch op onze eigen manier vol vertrouwen onze vrijheid tegemoet.

Bridget Jones: all by myself

Share Button

4 gedachten over “Mee-eter”

  1. Zal even wennen worden maar goede dingen wennen snel! Het is wel een gezonde ontwikkeling, groeien naar zelfstandigheid.

    1. Helemaal mee eens. Hij heeft het zelf geïnitieerd, hij voert het nu ook zelf uit en heeft daar heel veel plezier in. Hij is bijna 22, dus het is prima zo. Hoe dat voor mij gaat zijn, zal de toekomst leren. Vooralsnog lijkt het me lekker rustig 🙂

  2. Wat zal dat wennen zijn Wendela. Wel gaaf dat hij in deze tijd waarin het vinden van woonruimte best ingewikkeld is, toch een kamer heeft gevonden waar hij zo blij mee is. Succes voor jullie allebei! 😘

    1. Ja, wennen is het zéker. Maar ik kijk er positief naar, als het met de kinderen goed gaat, kan ik ook mijn eigen ding weer meer gaan doen. Daar heb ik na al die jaren echt behoefte aan. Hoe is het met jouw zoektocht naar woonruimte? Het is moeilijk hè?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *