Prikkie

Eerder dan verwacht, vind ik een uitnodiging voor een inenting tegen Covid in mijn brievenbus. Ik lees de brief en klap de laptop meteen open om een afspraak te maken. Er komen vier prikopties in beeld, waarvan slechts één combi redelijk in de buurt, maar de rest allemaal op meer dan een half uur autorijden bij mij vandaan. Ik teken mezelf in voor twee inentingen buiten werktijd.

De gezondheidsverklaring vul ik digitaal in, maar ja, het is toch een gezondheidszorginstelling, die GGD, dus ik vul de lijst voor de zekerheid ook nog maar ambachtelijk in. Die zit tenslotte niet voor niets in de envelop bij de uitnodiging.

Op de avond van de eerste inenting meld ik me bijtijds op de gigantische priklocatie. Er staat een oudere man bij de deur, die mijn uitnodiging wil zien. Ik mag doorlopen naar het volgende loketje, waar iemand vraagt naar mijn gezondheidsverklaring. Toch dat opgevouwen papiertje, want ze kan niet in de computer kijken, geeft ze aan. “Heb je ergens “ja” ingevuld?”, vraagt de dame me. Ik ontken. Zo gezond als een vis. Ze draait het blaadje om en kijkt me fel aan. “Dus wel!”, zegt ze streng, ze wijst met haar vinger en ik deins even achteruit. “Allergie: broxil”, leest ze hardop voor (hoezo privacy?). Oh ja, verdorie, dat is waar ook. Ik was er als kind allergisch voor, maar heb het daarna nooit meer gebruikt. “Dan moet ik je hier naar rechts sturen”, sist ze en dirigeert me de aparte “medische indicaties”- gang in. De looproutes, aangegeven met dranghekken, zien er hoopvol uit in de immense evenementenhal, waarin zich nu naar schatting nog geen vijfentwintig mensen bevinden, de twintig man personeel hierbij inbegrepen.

Het medisch loket wordt bemand door een kort pittige type. Ze kijkt de lijst na. “Hoe allergisch ben je daarvoor?”, vraagt ze en ik haal mijn schouders op. “Geen idee”, antwoord ik naar eer en geweten: “nooit meer gebruikt nadat ik er als kind allergisch voor bleek. Maar ik leef nog, dus het viel denk ik wel mee”. Ze zucht. “Je kunt gewoon ingeënt worden”, oordeelt ze en ze geeft me een papiertje van geen bezwaar. Een klein, groen kaartje. “Dat kun je daar afgeven”, zegt ze, knikkend naar het volgende loket. Ik pak het aan en wandel ermee naar de volgende halte.

Mijn ID wordt gecheckt. Het groene kaartje wordt ingenomen, daarvoor in de plaats krijg ik een witte. Ik overhandig mijn gele inentingsboekje, want ik hoorde van iemand dat er door de huisarts meteen een stempel in gezet wordt, hetgeen me enorm handig lijkt. “Nee, dat doen we niet”, zegt de dame achter de balie resoluut. “Oh, wat jammer, dat zou toch wel handig zijn!”, antwoord ik. Ze kijkt me aan. “De GGD’s hebben de afspraak dit bij niemand te doen. Daar is het veel te druk voor”. Ik draai me om en schiet in de lach. Er is niemand achter me, noch naast me. Links niet en rechts niet. Ze vertrekt geen spier. Ik laat het zo. Zij kan er tenslotte ook niets aan doen.

In de tijd dat ze een vaccinatiebewijs voor me uitprint -nadat ze eerst het papier moet bijvullen en de computer nog vastloopt- had ze al tien keer een stempel kunnen zetten en een sticker kunnen plakken,. “Deze kun je uitknippen en in je gele boekje plakken”, zegt ze. Ik kan een grote grijns niet onderdrukken. “Maar als je slim bent, wacht je even tot je de tweede inenting ook hebt gekregen”, zegt ze. Ik wacht de uitleg af. “Want?”, vraag ik. “Dan kun je ze allebei tegelijk in je gele boekje plakken”, antwoordt ze bloedserieus. Ik schiet in de lach. Zij niet.

Met mijn papieren en mijn witte kaart mag ik door naar het prikhokje. “Graag je dominante arm”, zegt een vriendelijke man, nadat hij mijn witte kaartje op echtheid heeft gecontroleerd. Ik maak mijn opperarm bloot en ben blij dat het inspuiten vooral voelt als teruggave van een stukje vrijheid. Ik wil de wereld weer in. “Bedankt hè?”, zeg ik tegen de prikkerd: “en werk-ze nog vanavond”. Hij lacht. “Dank je”, antwoordt hij: “wat aardig. Meestal krijgen we de volle laag hier”. Die positie ken ik helaas ook.

Na een kwartier wachten en armzwaaien verlaat ik de enorme hal (tip voor de GGD: een beetje muziek, of filmpjes van Heel Holland Zwiept, zouden het daar best goed doen). Blij dat ik ben ingeënt, verwonderd door de kneuterigheid van deze happening. Het is duidelijk dat de gezondheidszorg écht goed is met mensen en met medische handelingen, maar dat haar kracht niet schuilt in efficiency, planning en een strakke organisatie van dit soort grootschalige evenementen. André Rouvoet kan in dat opzicht nog wel wat verbeterslagen maken met zijn club. Hij zou zijn relatie met Hugo eens wat leven kunnen inblazen om dat gefaciliteerd te krijgen.

Hoe het ook zij: met dranghekken als bij de Fata Morgana, slingerende looproutes en zesenvijftig ambachtelijke controlepunten ben je er toch eens een avondje uit. En dat alles voor een prikkie.

The Beatles: help
https://www.youtube.com/watch?v=2Q_ZzBGPdqE

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

2 reacties

Léon · 1 juni 2021 op 19:10

Dominante arm, die term hebben ze bij mij niet gebruikt…..

    Wen. · 1 juni 2021 op 19:13

    Misschien dachten ze dat jij zulke moeilijke woorden toch niet zou begrijpen? 😂😂

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *