Plan B.

Wil je alsjeblieft aan mij denken?”, vraagt ze me, op een moment dat we tijdens een wandeling op een bankje in een park zijn neergestreken. Ik kijk haar aan. “Wat bedoel je?”, vraag ik haar weifelend. Ze is een prachtige verschijning, een sterke vrouw, iemand die de indruk wekt dat ze precies weet wat ze wil en dat alles onder controle is. “Als jij volgend jaar echt een aantal maanden weg gaat, dan zou ik ontzettend graag je huis willen bewonen”. Er valt een stilte. Ik laat de boodschap even tot me doordringen.

Ze woont niet ver bij me vandaan. Haar huis, waarin ze met haar gezin in woont, is onlangs verbouwd.
Ze kijkt me verwachtingsvol aan. “Je weet toch dat mijn huis niet zo strak op orde is al het jouwe?”, vraag ik haar en ze knikt. “Dat is helemaal niet belangrijk. Er is nergens woonruimte te vinden en jij woont zo fijn”. Dat nijpende woningprobleem hebben meer mensen in mijn omgeving en het weerhoudt mij er ook van om op dit moment mijn toko te verkopen, zeker nu ik mijn woonlasten tot het minimum heb kunnen terugbrengen. De taxateur stuurde me onlangs een appartement toe, nét binnen mijn financiële mogelijkheden, waarin ik op in totaal 65 m2 zou moeten gaan leven. Dat is anderhalf keer mijn woonkamer zoals deze nu is, maar dan is dat inclusief badkamer, 1 slaapkamer en keuken. Met 1 slaapkamer kan er nooit meer iemand komen logeren. En dan met een balkonnetje nét groot genoeg voor 2 stoelen. Aardig bedoeld, maar nog niet misschien!

Ik heb zo’n behoefte aan een plekje voor mezelf”, licht ze toe. Ik kijk naar haar en vraag me af hoe ze het volhoudt om in één huis gescheiden te leven van haar partner. “Ik slaap al maanden op zolder. Ik klap mijn matras iedere morgen op, want dan kan ik de ruimte voor andere dingen gebruiken. In de avond leg ik dan mijn matras weer neer”. Ze kijkt er nog best vrolijk bij. “Het is niet anders”, vervolgt ze: “er is gewoon geen woonruimte te krijgen. Dus als jij gaat, wil je dan aan me denken?”. Ik knik.

Voor mij is het een mooie samenloop van omstandigheden. Het brengt mij nieuwe mogelijkheden, als ik geen kosten hoef te maken voor mijn huis wanneer ik weg ben. Ik ben er best blij om, maar ik kan hier niet gaan zitten juichen om een situatie die voor haar pijnlijk is. “Ik onthoud wat je gezegd hebt”, antwoord ik haar: “het zou best goed kunnen zijn, zowel voor jou als voor mij”. We nemen na een uurtje opgewekt afscheid van elkaar.

In de avond komt zoon 1 thuis. Hij worstelt met zijn scriptie en heeft even frisse lucht nodig. We sparren wat. “Mam”, zegt hij, als we even later met z’n tweeën in de auto zitten: “wanneer ga jij weer eens op zoek naar een partner?”. Zijn vraag verrast me. Hij kijkt me aan. “Ik vind dat je best vaak alleen thuis bent. En ik mis je sprankeling. Jij kon altijd zó blij zijn en zó van het leven genieten. Dat gun ik je wéér”. Het raakt me. Ik denk er even over na. Shit, ben ik humeurig? Leef ik als een kluizenaar? Mijn kalender staat behoorlijk vol met allerlei leuke afspraken, het ontbreekt me bepaald niet aan een sociaal leven, maar ik ben ook erg graag alleen thuis en kies daar soms bewust voor. Dat de glans vanbinnen ontbreekt voel ik zelf ook. “Voorlopig nog niet, lieverd”, antwoord ik hem naar eer en geweten. Van het idee van een profiel op een datingsite krijg ik klotsende oksels. Ik heb de mannen zo dikwijls vervloekt die op die sites staan zonder werkelijk in staat of bereid te zijn om een nieuwe verbinding aan te gaan, dat ga ik dan nu zelf ook niet doen. Ik kan pas de markt op, als ik geheeld ben en me opnieuw voor iemand kan open stellen. Als ik mijn vertrouwen weer ergens bij elkaar gescharreld heb. Zo ver ben ik nog niet. Dat gaat er waarschijnlijk ook niet meer van komen voordat ik mijn reis in 2022 heb gemaakt en dat vind ik zelf wel best, hoewel mijn kind daar anders over denkt.

Twee dagen later zit ik op een terras in het stadspark met een stuk of zeven collega’s. “Trouwens, Wen”, zegt één van mijn collega’s out of the blue: “mijn man zou jou wel willen koppelen aan iemand van zijn werk”. Ik wacht tot ze opmerkt dat het een grapje is, maar dat moment komt niet. Ik verslik me bijkans in mijn wijn. “Uhm, hoezo?”, antwoord ik haar. “Nou, hij zegt dat al een hele tijd. Er loopt iemand rond die hij gewoon écht bij jou vindt passen”. Er wordt gelachen en ik word gestimuleerd om me met hem in contact te laten brengen. Ik antwoord niet. Ik voel geen blijheid, geen nieuwsgierigheid, niks. Dat ga ik die beste man niet aandoen. Ik zwijg en geef gauw een slinger aan het gespreksonderwerp. Eenmaal thuis ontvang ik van mijn collega een fotootje van de man in kwestie. Hoewel ik me realiseer dat het fijn is dat mensen zomaar ineens aan me denken en iets dergelijks voor me willen arrangeren, klik ik het beeldmateriaal toch gauw weer dicht en kruip ik in bed.

Een kleine week later schuif ik mijn benen onder tafel bij iemand, die recent -na een samenzijn van 30 jaar- plotseling door haar man is verlaten. “Ik heb eerst gehuild, wel twee weken”, zegt ze. “Maar toen besloot ik, dat ik niets aan de situatie kan veranderen. Hij wil dit, ik niet. Ik kan hem niet vastbinden. Het is ook mijn leven en ik wil van het leven genieten”. Ik luister naar haar. Wat een krachtig mens! “Ik vind alleen zijn niet leuk. Nu zijn de kinderen er nog, maar straks blijf ik over. Ik moet er niet aan denken. Ik wil alles zo graag delen. Ik ga deze zomer niet op vakantie, wat moet ik daar doen in mijn eentje?”. We wisselen tips uit en ik geniet van haar humor en haar openheid. Ze is enthousiast over de mogelijkheden die ik aandraag om nieuwe mensen te leren kennen, voor diverse doeleinden. We nemen na een paar uur afscheid van elkaar.

De broodnodige portie romantiek hark ik binnen met een nieuwe film op Netflix. Met een wat onbestemd gevoel kruip ik in bed. Ik heb mijn vakantie ook dit jaar in twee delen opgeknipt en heb nog geen plannen gemaakt. Misschien ga ik verven, of doe ik helemaal niks. Misschien ga ik fietsen of wandelen, of boek ik op de valreep een B&B. Wie maakt het wat uit? Ik wil de vrijheid voelen, ont-moeten en aan mijn boek schrijven. Tegelijkertijd is het de tweede zomervakantie op rij die bestaat uit goed bedoelde alternatieven, de nét niet-scenario’s. Het is wéér plan B. Ik moet toch eens een manier zoeken om op korte termijn naar plan A te navigeren met mijn gebrekkige richtingsgevoel.

Hopelijk is Corona volgend jaar verworden tot een soort griep en belemmert het me dan niet meer om de kuierlatten te nemen. Gewoon in mijn eentje, omdat ik dat wil. Als mijn wandelmaatje dan in de tussentijd mijn huis een aantal maanden bewoont, komt zij ook tot rust en snijdt het mes daardoor aan twee kanten. Soms vallen stukjes vanzelf op z’n plaats. Dit moest kennelijk zo zijn.



Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

2 reacties

Esther · 30 augustus 2021 op 00:41

Wat goed dat je doet wat je zelf wil, je ligt op koers laat niks je ervan afbrengen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Dromen