Speedo

Het eerste korte deel van mijn vakantie is gestart en ik besluit, gezien de slechte weersvoorspellingen, iedere straal zon te omarmen. Ik ga erop uit, bewust in mijn eentje, in een dappere poging mijn omgeving en mijzelf ervan te doordringen dat dit nu mijn leven is en dat iets solo ondernemen daar onderdeel van is, sterker nog, dat alleen gaan óók leuk kan zijn en voldoening kan brengen. Het is vroeg in de middag als ik de duinovergang over tippel met in mijn tas een fles zonnebrandcrème, eierkoeken, een flesje water en een boek. Vlak achter de overgang wemelt het van de diepe kuilen. De Duitsers. Ze zijn weer massaal vertegenwoordigd. Je hoort ze ook overal bovenuit, zelfs vanuit die zandkuilen, die dus kennelijk nog niet diep genoeg zijn.

Ik kuier een eindje over het strand. Meestal wordt het rustiger als je wat verder loopt, want de meeste mensen zijn net zo lui als ik. Het duurt een tijdje voordat ik een behoorlijke lege plek ontwaar en mijn territorium afbaken met tassen, schoenen en een parasolletje. Ik luister naar muziek en nestel me met mijn boek op mijn strandlaken. De vele nieuwsberichten over de opmars van de Taliban en het verschrikkelijke geweld in Afghanistan lees ik eveneens. Gruwelijke filmpjes circuleren op Internet, ik kijk ze bewust niet allemaal. Ik mag van geluk spreken dat ik een vrouw ben in Nederland die hier op een zomerse dag lekker zit te chillen.

De wind is matig en ik vind het fris. Ik voel geen enkele drang om te gaan zwemmen, zie het ook maar een handjevol Duitse toeristen doen. Dat is een goede graadmeter. Onze gepantserde buren zwemmen immers ook in ijswater.

Links van mij ligt een piepjong stel met een klein jongetje. Een corpulente moeder vol tattoos en een vader met een opvallend klein hoofd. Hij lijkt op Eric Wiebes. Ze zitten op een groot strandkleed met een blikje bier en roken ieder een sigaret. Het jongetje heeft al zijn kleren nog aan en zeurt dat hij wil gaan zwemmen. “Ophouden, Gyvano”, roept de moeder, zonder hem aan te kijken. “Als je zo blijft zeuren ken je straks meteen je bed in”. Ik sla het ontspannen en vrolijke vakantietafereel geïnteresseerd gade en vraag me af waarom dat kleine jongetje niet lekker zandkastelen aan het bouwen is met zijn vader of met emmers water aan het sjouwen is. Na een tijdje begrijp ik waarom dat is, daarover later meer.

Rechts van mij staan een man en een vrouw op. De vrouw is van het type Angela Merkel, met een vastgespoten coupe blond haar en ze heeft een keurige jurk aan. De man, daarentegen, is een oude hippie. Van onder zijn petje komt een sluike, lange, grijze staart die tot halverwege zijn rug valt. De man ziet eruit alsof hij zojuist van de barbecue gered is en hij heeft zichzelf in een zwarte Speedo gepropt. Zonder al te veel in detail te treden: het past niet. Even koester ik de hoop dat de vrouw hem erop attendeert dat zijn zwembroek drie maten te klein is, maar helaas. Zij lijkt aan dit uitzicht gewend te zijn. En hoewel ik het liever niet wil, gluur ik tóch, sneaky van achter mijn zonnebril. Het ziet er een beetje sneu uit op zijn leeftijd. Mijn net verorberde eierkoek komt omhoog. Mannen verliezen wel eens vaker wat bijzaken uit het oog, zo is mijn ervaring. Speedo is er beslist één van hen.

De man en vrouw gaan jeu de boulen in de ruimte die er nog was tussen ons. Ze werpen de leren ballen zo dicht mogelijk bij de cochonnet. Het was wel smakelijk geweest voor zijn directe omgeving als hij ook even een shirtje en een korte broek aangetrokken had, maar het is beter dat ik dat alleen maar dénk.

Links van me blijkt de jonge vader niet de biologische vader van het zeurende jongetje te zijn. “Ik moet poepen, Jay“, zegt het jongetje tegen hem. Moeder vertrekt geen spier. Ik zie meteen waarom ze de Wiebes look a like heeft meegenomen naar zee: niet omdat ze zoveel passie voor hem voelt. De man staat op, neemt het jongetje mee naar het toilet en komt even later toch weer terug, wat op zich al dapper is. Ik hoor hem in de verte tegen het kleutertje zeggen: “kom, we gaan je mama laten schrikken”. Intussen zwiept de overvolle Speedo van de Grijze Staartmans veel te dicht langs mijn territorium. Ik doe een schietgebedje dat alles erin blijft zitten. Tegenwoordig is een dag aan de kust even avontuurlijk als een dag naar Sodom en Gomorra. Als je het er al levend van af brengt trouwens, want dat is ook geen zekerheid meer deze zomer met al die korte lontjes in de duinen.

Staartmans heeft het haar van zijn benen en van onder zijn oksels weggeschoren. Zijn buik ziet eruit als een vergaan wasbordje. De groeven zitten er nog, maar de vorm is al jaren verdwenen. De zon heeft een soort luxaflex-afdruk op zijn verouderde torso achtergelaten. Achter mijn rug sluipen Jay en Gyvano in de richting van de stoïcijns op haar omvangrijke derrière zittende vrouw. Het jongetje pakt een handje zand en laat het boven haar hoofd vallen. “Wel gvd Gyvano”, vloekt ze, ze draait zich om en geeft het kereltje een enorme lel. Ik schrik ervan, het jongetje begint hard te huilen en de bonusvader staat er als een geslagen hond bij. “Doe effe normaal”, gromt moeder: “je gaat toch geen zand op iemand gooien?”. Gyvano beschikt, net als zijn moeder, over een behoorlijk stemvolume en neemt het ervan, wrijvend over zijn linkeroor. Wiebes gaat naast haar zitten en zegt beduusd: “we wilden je laten schrikken, dat is toch niet zó erg, een beetje zand?”. Ze kijkt hem woedend aan. Zelfs zijn spontane ideeën zijn van eenzelfde niveau als die van Eric Wiebes. Hij slaapt waarschijnlijk de rest van de vakantie in de schuur.

Net als ik besluit weer rustig te gaan lezen, ontstaat er wat reuring vlak vóór me. Er rent een loslopende hond, waarschijnlijk weggelopen van het hondenstrand, een paar paalhoofden verderop. Er loopt een forse vrouwelijke strandwacht achteraan te hijgen met een walkie talkie. Ze heeft geen hondenriem bij zich en de hond is in paniek. Nu ben ik van nature al geen hondenfan, maar zéker niet van dit soort grote vechtersbazen, die zo stevig op hun poten staan en een te kort en niet vrolijk zwiepend staartje hebben. Van die grommende viervoeters waarvan baasjes steevast zeggen: “hij doet nooit wat, hoor”. Net zo geloofwaardig als het weerbericht. De hond komt mijn kant op. Ik heb geleerd dat je vreemde honden beter niet kunt aankijken als je bang bent, dus dat doe ik. Ik doe net alsof ik ontspannen zit te lezen en niet merk dat hij aan mijn zakje eierkoeken snuffelt. Het schuim staat ‘m op de bek. Als hij vriendelijker was om te zien en de helft kleiner, zou ik hem een flesje water aanbieden, maar dat laat ik nu achterwege. Het beest is in paniek en dat begrijp ik wel, zéker met die Speedo naast me.

Het jongetje links naast me stopt met huilen en gaat gedwee tussen zijn moeder en Wiebes in zitten. De Speedo ligt alweer languit te roosteren, Godzijdank op z’n buik. De hond holt stuurloos over het strand en er rennen twee strandwachten even stuurloos achteraan. Het gevaar lijkt geweken, althans wat de hond en mijn eierkoeken betreft.

Dertien sigaretten en even zoveel blikjes bier verder verlaten Jay, Gyvano en z’n moeder het strand. Ze laten hun afval in het zand liggen. Het verbaast me niet, maar het irriteert me wel. Zo ontstaan de stigma’s.

Als de Speedo na een tijdje dreigt te gaan beach-ballen, wordt het me écht te gortig. Ik sta op, raap mijn eigen rommel en dat van de buren bij elkaar, werp het in de dichtstbijzijnde prullenbak en verlaat het strand. Ik realiseer me nu waarom zich daar een lege ruimte in het zand bevond, tussen Eric Wiebes en Speedo in. Niemand durfde er te gaan liggen, behalve ik met mijn niet aflatende, fenomenale gevoel voor normale mannen.

Als ik bijna bij mijn auto ben, wordt me de pas afgesneden door een oude, zwarte BMW. Jay zit achter het stuur met in één hand een sigaret en in de andere een frikadel. Moeder en Gyvano hebben ieder een grote bak friet op schoot. Haar rechterhand met een sigaret tussen de vingers zwiept door het raam naar buiten. Wetende dat ik net een karrevracht aan bierblikken van hen heb weggegooid, wacht ik even met wegrijden tot ze op veilige afstand zijn.

Levensgevaarlijk, zo’n dagje naar zee.

Ella Eyre: we don’t have to take our clothes off

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

2 reacties

Esther · 16 augustus 2021 op 20:37

Je zou bijna niet meer naar het strand gaan…;-)

    Wen. · 16 augustus 2021 op 21:05

    Het is leuk om mensen te kijken 😂

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Dromen