Stringfluencers

Het is nog vroeg in de ochtend, als ik mijn koekblik op wielen start en naar de dichtstbijzijnde baai rijd. Met een flesje water in de tas, een mueslireep en mijn e-reader kruip ik onder een grote rieten parasol. Als je later op de dag komt, is er geen schaduwplek meer te vinden en de zon is hier fel. In het uiterste hoekje van de baai, achter de divi divi-bomen en de reusachtige keien, voltrekt zich een bijzonder tafereel. Er wordt daar een natuurfilm opgenomen die geen ondertiteling van David Attenborough behoeft. Schaars geklede dames paraderen wulps langs de waterlijn, ontdoen zich van hun niets verhullende veters en doen wat hen opgedragen wordt. Een beer van een vent deelt de lakens uit, een tweede filmt. Drie andere mannen, hoofdrolspelers in de film, wachten geduldig tot zij in actie mogen komen. Het is interessant om te zien en ontluisterend tegelijk; ik vraag me af hoeveel zij hiermee zullen verdienen en op welke kanalen zij tot in lengte van dagen te zien zullen zijn. Wat zijn mensen bereid veel te doen voor een paar centen.

Als er meer toeristen op het strand komen en de horeca haar deuren opent, neemt de filmploeg de kuierlatten. Nu maar hopen dat ik nergens op het net te herkennen ben als bleke figurant in uitstervende badkleding.

Het hagelwitte strand wordt geannexeerd door jonge mensen; veelal prachtige, ranke dames met mannen in hun kielzog die waarschijnlijk een heel goed karakter zullen hebben. Als je alleen bent, heb je tijd om dit soort taferelen rustig gade te slaan en dat doe ik dan ook. Ik dobber in het water en zie hoe meisjes van begin twintig zonder uitzondering gekleed zijn in string-bikini’s die van afstand alleen nog maar uit touwtjes lijken te bestaan. Behalve het feit dat zij zichzelf in honderdduizend poses vastleggen langs de waterlijn, ben ik verbaasd over hun vermogen om niet steeds die liederlijke touwtjes van tussen hun billen te willen peuteren. Er komen rekwisieten uit tassen: uitvouwbare statieven, waarop waterdichte camera’s of telefoons worden bevestigd, zodat je jezelf kunt filmen als je quasinonchalant in het ondiepe water ligt te spetteren of nét dolletjes uit het water omhoog springt. Omslagdoeken, die uitsluitend bedoeld blijken te zijn om zogenaamd achteloos van je heupen te laten glijden. Opblaasbare krukjes, wie neemt ze niet mee naar zee! Kleine parasolletjes, waarmee je dan een sprong (van geluk?) maakt, waarbij je minimaal één hiel tegen je billen moet zien te klappen, terwijl je met je enige vrije hand vrolijk zwaait en je tanden ontspannen bloot lacht. Het ziet er allemaal reuze natuurlijk uit. De bijbehorende mannen laten het massaal gebeuren en kijken verveeld om zich heen. Eén man krijgt een serieuze rol, hij moet haar rondzwieren en over de (denkbeeldige zand-)drempel dragen. Niet één keer, maar vijfentwintig keer, net zo lang tot het goed op film -en waarschijnlijk op Insta, Facebook en TikTok- staat.

Er komt een nieuw stelletje het strand opgelopen. Een forse blanke man, gehuld in een lullig sportbroekje en een vrouw in een strakke rode jurk. Hij gaat direct zitten, steekt een sigaret op en kijkt onafgebroken op zijn telefoon, terwijl zij stilletjes de show steelt. Ze laat haar jurkje zakken en is ontegenzeglijk de mooiste dame van het hele strand. Alle ogen zijn op haar gericht. Ze bukt uitgebreid voorover, veegt het zand in slow motion van haar lange bruine benen, gooit haar prachtige, glanzende haren los en gaat zich daarna uitgebreid insmeren. De mannen op het strand staan handenwrijvend en schuimbekkend toe te kijken, terwijl haar partner over zijn bierbuik heen stoïcijns op zijn scherm tuurt.

Het is jammer dat ik zo traag ben; mijn telefoon zit in mijn rugzak onder de parasol. Dit was vanuit het water een fantastisch filmpje geweest. Zien en gezien worden op social media, maar geen woord met elkaar wisselen, sterker nog, elkaar niet eens aankijken. Het is eenzaamheid met z’n tweeën, pure leegte, maar het is kennelijk waar hun followers op Internet van smullen.

Ik lees veel boeken, luister muziek, schrijf steekwoorden op in mijn schrift van alle bijzondere dingen die ik zie, hoor of ruik, zwem meermalen langdurig en besluit na een tijdje het strand te verlaten, op zoek naar eten.

Het is niet druk in het restaurant waar ik plaatsneem en ik ben de enige, zoals in zoveel eetgelegenheden, die alleen aan een tafeltje zit. Voor momenten dat ik dit als ongemakkelijk ervaar, heb ik mijn e-reader altijd bij me. Ik bestel een lokaal gerecht, neem er een witte wijn en een water bij en wacht geduldig. De eigenaresse komt een tijdje later zelf mijn eten brengen. Ik herken haar van de website, waarop haar maaltijden worden aangeprezen. “You guys are gonna share this food?”, vraagt ze me. Het kwartje moet even vallen, want ik heb gewoon eten voor één persoon besteld. “Share with whom?” vraag ik haar en ze zet haar handen demonstratief in haar zij. In het mandje op de tafel ligt één bestekset en mijn bord staat op één placemat. Haar donkerbruine ogen spuwen vuur. “I’m here by myself”, antwoord ik haar en dan slaakt ze een zucht. “Oh, I’m so sorry, it’s okay”, zegt ze en ze draait zich snel om. Het werkt niet sfeerverhogend, dit. Het eten is gelukkig heerlijk en de wijn, die ik gratis blijk te krijgen, verzacht.

Als mijn bord leeg is, komt er een meneer naar me toe. “Ben je Nederlands?”, vraagt hij en ik knik. “Wat leuk, dat je ons gevonden hebt. Vond je het eten lekker? Ik ben ook Nederlands. Kom, dan laat ik je de keuken zien”. Hij blijkt de echtgenoot van de eigenaresse te zijn en woont al 20 jaar op dit eiland. De dame in kwestie staat achter de potten en pannen. Bloedverziekend heet is het, in het kleine keukentje. Ik begrijp wel dat je daar niet per se toleranter van wordt.

We praten nog even na, over de cultuurverschillen en het klimaat, over de families die ver weg wonen, over de armoede op het eiland en de toeristen die het breed laten hangen. Over de andere gewoontes die de immigranten uit Colombia, Venezuela en Jamaica met zich meebrengen. Hij vertelt dat er in de horeca zelden mensen alleen komen eten, omdat de lokale bevolking zich dit niet kan veroorloven en toeristen hier bijna altijd in kleine of grotere groepen zijn. “Wel vreemd”, zeg ik hem: “er zijn zo ontzettend veel mensen alleen, het zou inmiddels toch wel geaccepteerd moeten zijn, of sterker nog, normaal gevonden moeten worden”. Ik besluit niets te zeggen over de ongastvrije ontvangst door zijn vrouw vanavond. Hij trekt zijn schouders op. “Als je het wat beter zou faciliteren en zou uitdragen in jullie advertenties, zou je zomaar het verschil kunnen maken”, zeg ik hem en hij knipoogt. Over een paar jaar gaan hij en zijn vrouw met pensioen, het zal hem een worst wezen.

Ik reken even later af en zeg het personeel gedag. De eigenaresse, die maar net boven de bar kan uitkijken, zwaait naar me. “Kom je nog eens terug, samen met je vriend?”, roept ze me na als ik al buiten sta. Ze heeft het kennelijk nog niet helemaal begrepen. Ik glimlach en overweeg éven om zo’n frivool kattensprongetje te maken tijdens het zwaaien, maar dat lijkt me bij nader inzien toch geen goed idee.

De kans dat ik hier terugkom voordat zij pensioneren is klein, maar dat doet er verder niet meer toe.



The Verve: on your own

You come in on your own and you leave on your own
forget the lovers you’ve known and your friends on the road

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

4 reacties

Esther · 25 oktober 2022 op 00:42

Ongelofelijk ouderwets is die vrouw zeg, alleen op reis is zo 2022 😉

Gina · 30 oktober 2022 op 19:39

Veters horen ook in je schoenen, niet in de billen. Het leven is te kort voor oncomfortabele lingerie, toch?

    Wen. · 31 oktober 2022 op 23:21

    Ik ben al driftig aan het punniken, Gina, anders tellen we niet meer mee. Wil jij er ook één onder de kerstboom?

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Cosy