Het roer om

Het is zondagmiddag als ik de voordeur achter me dicht trek om een eind te gaan wandelen. De zon schijnt, het is koud maar helder en ik ben het thuis rondhangen voor vandaag beu. Beweging is goed voor me, heb ik met mezelf afgesproken.

Met muziek op m’n oren wandel ik het buitengebied in en geniet van het prachtige landschap. Knotwilgen die -naar het lijkt- waterpas geplant zijn langs de kant van een brede sloot.

Halverwege ga ik zitten op een bankje bij het water. Ik heb het volle zicht op een reiger en geniet van het zilver schitterende water. Ik heb zin in de lente. Naast mij komt even later een man zitten. Hij heeft twee honden bij zich die enthousiast achter elkaar aan hollen en met elkaar spelen.

De man kijkt opzij. “Waar is jouw hond?”,  vraagt hij. Ik lach. “Mag je hier alleen zitten met een hond?”, vraag ik hem en hij lacht terug. “Oh nee, natuurlijk niet”, zegt hij: “maar de meeste mensen die hier wandelen laten een hond uit”.  Het ijs is gebroken, we raken aan de praat. Hij is van mijn leeftijd en heeft een wat onverzorgd baardje. Zijn groene ogen glanzen en zijn blonde haar wappert langs zijn gezicht.

Het is heerlijk om te wandelen en na te denken”, vertel ik hem, als hij me vraagt waarom ik daar alleen wandel. “Ik luister wat muziek en denk mijn gedachten. Ik fris er altijd van op”. Hij knikt begripvol. Dan begint hij te vertellen. “Ik heb twee jaar geleden mijn leven een andere draai gegeven”, zegt hij. “Ik had een goede baan bij een commercieel bedrijf. Alles draaide om omzet en targets. Ik ging als een tierelier, maar werd er steeds ongelukkiger van”. Ik luister. “En nu dan?”, vraag ik hem. Hij antwoordt: “ik heb mijn huurhuis opgezegd. Mijn baan ook. Ik ben gaan doen wat ik altijd al wilde. Ik ben honden-oppasser geworden”. Hij is serieus en ik onderdruk een lach. “Oh?”, zeg ik: “van waaruit doe je dat dan?”.  De twee honden die hij bij zich heeft komen af en toe een brokje halen. “Ik verhuur me als oppasser, daarvoor in de plaats krijg ik kost en inwoning. En een beperkte tegemoetkoming. Is het huis meteen bewoond en kunnen de beesten gewoon thuis blijven”. Zo dan, hij durft. “En kun je daarvan leven?”, vraag ik hem. Hij knikt. “Ik heb nog nooit een week zonder klus gezeten, sterker nog, ik heb soms vier aanbiedingen tegelijk”.

Op mijn vraag of dit leven hem bevalt knikt hij opgewekt. “Het is heerlijk”, zegt hij. “Ik kom overal, ben los van alle verplichtingen en stress. Ik heb van mijn hobby mijn bestaan gemaakt”.  We kijken elkaar aan. Hij zou een hele knappe man zijn als hij zichzelf ietsje beter zou verzorgen. “Jij kunt dat ook!”, zegt hij tegen mij. “Je hart volgen is het allerbeste wat je kunt doen”. Mee eens. Maar ik leef met vier bloedjes van mijn inkomen en moet er niet aan denken iedere dag in een huis van iemand anders te logeren. “De wereld zou mooier worden als we meer deden waar we gelukkig van worden”, vervolgt hij. “En je ziet het. Ik doe het, jij wandelt hier toevallig, we ontmoeten elkaar en hebben een prachtig gesprek zomaar op een willekeurige zondagmiddag”. We lachen naar elkaar. Hij heeft een punt.

Als ik na een tijdje opsta geef ik hem een hand. “Ik vind je dapper, joh. De meesten van ons zouden wel willen, maar durven een dergelijke stap niet te zetten”. Hij knikt trots. “Gewoon doen!”, zegt hij, terwijl hij zijn armen spreidt en me stralend aankijkt. Wat een leuke man, deze vrije vogel.

Ik zet de pas in richting huis. Hoe heerlijk zou het zijn, als je niet zo geleefd zou worden door betaalde banen, verplichtingen en te dure wensen. Als ik met mijn laptop, pen en papier op pad kon gaan en overal mijn gedachten zou kunnen opschrijven. Zou kunnen leven van de wind. Ik zou er -denk ik- diep gelukkig van worden.

Als ik de sleutel in de voordeur steek realiseer ik me de schaduwzijde van zijn bestaan. Hij komt nooit thuis. Hij komt altijd ergens binnen als gast. Hij leeft uit zijn koffer. Dat lijkt me een eenzaam en vermoeiend bestaan.  Jammer dat ik niet aan hem gevraagd heb hoe hij dát ervaart.

Ik schenk een kop koffie voor mezelf in en voel me compleet opgefrist. Wat een aparte ontmoeting was dat.  Ik weet niet eens zijn naam, maar dat doet er eigenlijk ook helemaal niet toe.

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Dromen