Ouderverstoting

Met respect voor één van mijn vrienden, die na zijn scheiding zeer ongewild een verstoten ouder is geworden en daar veel verdriet van heeft. Hij vertelde me:

“Het is zaterdagmorgen als ik met een onbestemd gevoel wakker word. Het is mijn verjaardag. Drie jaar geleden stonden er om deze tijd al lang vier blote voetjes naast mijn bed. Zouden er vier warme armpjes om mijn nek geslagen worden en zou ik kleffe klusjes op mijn wangen gekregen hebben. Zou ik veel te vroeg wakker zijn gemaakt met vrolijk kindergezang. Vandaag begint mijn dag stil. Oorverdovend stil. Ik voel me alleen, maar ik ben ook blij, want ze komen straks naar mij en blijven de hele dag. Daar ga ik van het begin tot het einde van genieten.

Het is inmiddels al zeker drie maanden geleden dat ik ze gezien heb. Steeds wanneer het eigenlijk mijn weekeind met de kinderen is, komt er iets tussen. Een sportkamp. Een familiereünie. Een weekeindje uit met hun moeder. Steeds probeerde ik een ander weekeind daarvoor in de plaats te krijgen, maar hun moeder was niet te vermurwen. Afspraak is afspraak, was aldoor haar antwoord. Maar dat gold blijkbaar alleen voor de kalender. Niet voor het feit dat de kinderen bij mij zouden zijn en dus eigenlijk niet beschikbaar waren om met haar mee te gaan. Ik mis ze.

Vandaag komen ze hier! Ik spring uit bed. Ik zing onder de douche. Trek makkelijk zittende kleding aan, want ik ga met ze naar buiten. Quality time. Gaan we het bos in, bouwen we een hut en gaan daarna ergens een pannenkoek eten. Bij het eten sluiten opa en oma aan. Zij zien hun kleinkinderen tenslotte ook zelden meer. Zij kijken er ook naar uit.

Als ik onder de douche sta hoor ik een appje binnen komen. Ik herken het geluid, heb voor de moeder van de kinderen een ander toontje ingesteld. Ik zet direct de kraan uit en stap uit de douchecabine. Kijk op het beeldschermpje. Het berichtje begint met: “Het zit niet mee”. Mijn hart klopt in mijn keel. Ik voel het bloed uit mijn gezicht trekken. Leg in een reflex mijn telefoon op de rand van de wastafel en haal eerst diep adem. Ik pak mijn telefoon weer op en lees het hele berichtje. “Het zit niet mee. De hockeywedstrijd van Anne blijkt een uitwedstrijd te zijn, er zijn spelers te weinig dus ze moet écht mee. Bas heeft een kinderfeestje. Dat was ik vergeten. Ze gaan laserschieten, dus hij wil daar erg graag heen. Ze kunnen dus helaas niet komen vandaag”. Ik geloof mijn ogen niet. Staat het er echt? Op de ochtend van mijn verjaardag?

Ik besluit haar te bellen. Ze neemt niet op. Nog eens, en nog eens. Ik krijg geen verbinding. Dan een app. “Maar het is mijn verjaardag. We hadden toch afgesproken dat ze hier zouden komen? Ik heb mijn hele dag erop ingericht en me verheugd op hun komst. Kunnen ze dan hier zijn vóór het avondeten?”. Ze leest het berichtje pas uren later.

Aan het einde van de ochtend komt er een antwoordje. “Ja, soms lopen dingen nu eenmaal anders hè”. De belerende toon irriteert me. “Ik zal kijken of ze er rond het avondeten alsnog kunnen zijn”. Ik zit lamgeslagen op de bank. Wat kan ik doen? Niets. Ik voel me misselijk.

Het is al half vier als ik een volgend appje krijg. “Ik zal ze om zes uur bij jou afzetten. Ze moeten wel direct na het avondeten teruggebracht worden”, vervolgt ze meteen: “morgen gaan we een dag weg en ik wil ze graag fit meenemen”.

Ik trek mijn loopschoenen aan en ga naar buiten. Moet mijn frustratie en energie kwijt. Had me zo verheugd op dat ene dagje met mijn kinderen. En nu komen ze maar een paar uurtjes.

Om iets over zes gaat de voordeurbel. Daar staan ze, mijn bloedjes. Ik ben zo blij dat ze er zijn! Het voelt ongemakkelijk, afstandelijk haast. Ze laten zich knuffelen, maar niet van harte. “We hebben geen kado voor je, papa”, zegt de jongste. “Mama zei dat dat niet hoefde. En mijn spaarpot was leeg”. Ik lach naar hem. “Geeft niets vriend, mijn állergrootste kado is dat jullie er zijn”. Ik haast me naar de keuken om de taart met de kaarsjes te pakken. We steken de kaarsen aan en blazen deze met z’n drieën uit. Het feest kan beginnen!

We moeten om acht uur thuis zijn, pap”, zegt de oudste. “Morgen gaan we met onze échte opa en oma een dagje naar de dierentuin”. Het snijdt. Hoe komt ze aan deze woorden? Ze heeft twéé echte opa’s en oma’s. Maar er is blijkbaar een splitsing aangebracht in meer en minder waardevol. Ik doe mijn best om enthousiast te klinken als ik haar zeg: “wat leuk, Anne!”.

We eten samen met mijn ouders een grote pannenkoek. Ik zie dat opa en oma blijer zijn dan de kinderen. Het lijkt wel alsof de kinderen een verbod opgelegd hebben gekregen om onbevangen en blij te doen tegen mij en mijn ouders. Het voelt een beetje dof. Ik kan er niet precies de vinger op leggen.

Ik houd me aan wat mijn dochter me gevraagd heeft en zet de kinderen stipt om 20.00 uur terug af bij de voordeur van hun moeder. Ze doet de deur maar half open, laat de kinderen binnen en zegt uit beleefdheid nog “gefeliciteerd hè”, tegen mij. Ze klettert de deur voor mijn neus dicht voordat ik ze veel plezier in de dierentuin heb kunnen wensen.

Ik blijf verdwaasd achter. Het was een mooie dag en tegelijkertijd was het een droevige dag. Ik ben niet één jaar, maar gevoelsmatig tien jaar ouder geworden.

Ik ben de grip op mijn kinderen aan het verliezen. Mijn kinderen verdwijnen langzaam maar zeker uit mijn leven. Ik voel de weerstand en de onmacht in mijn borstkas borrelen. Het is zó oneerlijk. En er is niets dat ik kan doen om het proces te stoppen.

Ik eindig de dag zoals ik ‘m begon. Met de dekens over mijn hoofd”.

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Dromen