Gewoontedieren

Dat het vandaag twintig jaar geleden is, dat de ramp bij de Twin Towers zich voltrok, is haast niet te bevatten. Ik weet nog waar ik was, toen die filmpjes op tv kwamen en de eerste immense toren als een kaartenhuis in elkaar zakte. En nu, twintig jaar later (waar blijft de tijd?) resteren er talloze beelden, een monument, een museum en heel veel herinneringen in hoofden van mensen die er, op welke manier dan ook, van dichtbij mee te maken hebben gehad.

Als je de overvolle vliegtuigen onlangs uit Kabul hebt zien vertrekken, vraag je je toch af of we iets geleerd hebben van het 9/11-drama. Het is een retorische vraag.

Mijn vakantie start over een week. Na meerdere werkweken van 45 uur en 160 fietskilometers begin ik moe te worden. Ik zoek naar uitspattingen die niet te duur zijn, omdat ik mijn geld volgend jaar zo hard nodig heb bij mijn grotere plannen. New York maakt onderdeel uit van mijn voorgenomen route, om daar onder meer van dichtbij de restanten van 9/11 te aanschouwen. Ramptoerisme, maar dan anders. Mijn zoon vond het indrukwekkend, ik wil het zelf ervaren.

Omdat ik veel voorbereidingen tref voor mijn plannen, op internet surf en informatie-aanvragen doe, stroomt mijn mailbox vol met een gigantische hoeveelheid reviewverzoeken. Mijn hele leven moet kennelijk worden gereviewd. Nu is een beetje reflectie wel prima, maar je kunt ook overdrijven. “Hoe beoordeelt u de aankoop van uw grasmaaier? Wat zijn uw ervaringen met onze krant? Geef een cijfer aan onze mailopvolging! Hoe zou u onze klantvriendelijkheid classificeren?”. Als ik alles zou invullen, had ik er een dagtaak aan. En dat zou ik nog overwegen te doen, ware het niet dat het een volstrekt nutteloze bezigheid is.

Het invullen van een review is maar een momentopname. Als mijn koelkast vlak voor een feestje de geest geeft en er wordt op stel en sprong een blinkend nieuw exemplaar gebracht, dan vul ik de terugkoppeling uiterst positief in. Als ik ziek ben of veel pijn heb, dan vul ik mijn ervaringen met een dokter hoopvol in. Maar op het moment dat ik de zorg niet meer nodig heb, ervaar ik de vele afspraken ineens als belastend en inefficiënt. Dat zegt in zo’n geval niet zoveel over de verleende zorg, maar wel over mijn eigen gemoedstoestand en mijn actuele prioriteiten.

Toen Covid hier slachtoffers maakte, werd de zorgsector ineens op handen gedragen. Schoonmaakpersoneel kreeg meer waardering en kleinschalige, barmhartige initiatieven kwamen als paddenstoelen uit de grond. De angst verbroederde. We leken gedurende korte tijd verrassend goed in staat om hoofd- en bijzaken van elkaar te scheiden.

En wat gebeurt er nu, na anderhalf jaar? We vechten elkaar de tent uit over het wel of niet vaccineren en de gevolgen daarvan voor de rest van de wereld. Met al onze wereldwijde handel en wandel zijn we niet in staat gebleken om vaccins gelijkelijk over de wereldbevolking te verdelen. We drijven hier stuurloos rond, zo lang we onvermoeibaar blijven kissebissen over een nieuw te vormen kabinet. We grossieren in korte lontjes, op straat en op televisie.

De diepste doodsangst is kennelijk bij veel mensen verdwenen, dus we gaan weer massaal los op de details, waarbij veel glimmende ego’s een podium krijgen. De wereld opent zich ogenschijnlijk op willekeurige basis. We willen terug naar hoe we gewend waren te leven, zelfs in de wetenschap dat het een doodlopend pad is. Of we nu links- of rechtsom gaan, we komen uiteindelijk op hetzelfde punt uit. Wij mensen zijn toch niet voor niets op een ronde wereld geboren?

Daar waar we genderneutraliteit promoten en cultuurverschillen omarmen, gaan we nu selecteren op vaccinatie. We zijn niet ruimdenkender geworden, maar we hanteren gewoon andere criteria. Mijn demissionaire vriend Hugo gaat de privacywet -waardoor je in het dagelijks leven niet eens adequate zorg kunt leveren als het erop aan komt- wederom aanpassen om ons de vaccinatiepas op te kunnen dringen en daarmee een selectie aan de voordeur te kunnen maken. Niks tolerantie, niks vrije keuze! We staan erbij en we kijken ernaar. We smachten naar een andere regering met rechtvaardige en gedreven leiders, maar wie werpt zich hiervoor op?

De column van Jeffrey Wijnberg van week 34 (“oud gedrag”, link onderaan deze pagina) ondersteunde mijn vermoeden op een heldere manier. Slechts in tijden van hoge nood of schaarste zijn mensen in staat tot retrospectie en aanpassing van hun gedrag. Mensen zoeken pas hulp nadat ze ver uit de bocht zijn gevlogen. Bevlogen uitspraken die in tijd van crisis gedaan worden: “ik ga het voortaan helemaal anders doen” en “dit overkomt me echt nooit meer”, blijken utopisch te zijn. Zodra de nood verdwijnt, vervallen we in oude gewoontes en lopen we met open ogen opnieuw in dezelfde val. En inderdaad, ik aanschouwde dit fenomeen meermalen van heel dichtbij.

Toen ik een jaar of vier geleden een profiel maakte voor een datingsite, schreef ik -om al die eindeloze, hooggespannen verwachtingen van avontuurlijk reisgedrag en de daarbij behorende adrenalinekicks op voorhand de kop in te drukken- in mijn persoonlijke reclameboodschap: “voor mij is het gezelschap waarin ik verkeer belangrijker dan de bestemming”. Het is de waarheid, ook al klinkt het suf. Ik doelde daarmee op het graag willen delen met wie me lief is, op het mezelf senang kunnen voelen bij een ander en het verlangen naar wederzijds vertrouwen, waarop je kunt bouwen en waardoor je kunt groeien als mens. Alleen ga je sneller, samen kom je verder, tenminste, als je het allebei samen doet.

Liever met m’n lief in een blokhut op de hei in Lutjebroek, dan alleen in het Iolani Palace in Honolulu. Liever samen met mijn familie en vrienden met een bord friet op schoot, dan in mijn eentje met kaviaar in een sterrenrestaurant. En hoewel ik daarover van meet af aan helder was geweest, kwam het me uiteindelijk tóch duur te staan. Niet alleen omdat ik te pas en te onpas in de moeder Theresa-hoek werd geduwd (hetgeen een afwijzing impliceerde van mij als vrouw), maar veel méér nog omdat ik zelf te laat ontdekte dat ik me van mijn eigen waarden had laten afbrengen. Dat ligt op de loer, als je (te) bevlogen bent en ergens helemaal voor gaat. Mijn grote roze bril had mijn zicht vertroebeld, mijn focus verlegd en mijn prioriteiten verbogen. En ik hoor het mezelf nu zeggen: “dit wil ik nooit meer”, in de nuchtere wetenschap dat alle woorden vlot zullen vervagen zodra er zich onverwachts iets voordoet en die roze bril weer uit de kast komt. Ook ik ben maar een mens.

Het is voor mij niet anders dan voor de rest van de wereld: mijn omstandigheden zorgen nu voor verandering, voor wijziging van mijn koers, voor een binnenlandse solo-tournee, in aanloop naar de grotere reis volgend jaar. Ik ruim mijn huis op, niet omdat ik Marie Kondo-neigingen heb, maar omdat ik los wil komen van oude delen van mijn leven en plaats wil maken voor nieuwe. Ik ga ontdekken, of een reiservaring in mijn eentje tot voldoening kan leiden, zodat ik de tekst op een volgend profiel wat anders kan omschrijven. Maar wél in die volgorde: eerst ervaren, dan pas prediken.

Of gewoon nooit meer zo’n profiel maken, dat klinkt me ook als muziek in de oren. Tegen jezelf praten is op den duur dodelijk saai en je gedachten gaan ervan in rondjes draaien, omdat er niemand is die tegenargumenten aandraagt of inzichten met je deelt. Je stompt ervan af, omdat je jezelf vastboort in je eigen tunnelvisie. En je kunt nog zo blij zijn met je eigen gezelschap, geluk verdubbelt als je het deelt. Daar is geen speld tussen te krijgen.

Als Jeffrey Wijnberg gelijk heeft in wat hij schrijft -en daar ga ik van uit- dan leren we bar weinig van ons eigen gedrag en onvermogen. Dan veranderen we slechts tijdelijk en alleen als het ons uitkomt. Onze ware aard komt na een tijdje vanzelf weer boven, waarna we stoïcijns verder gaan waar we gebleven waren en ons er vervolgens weer hooglijk over verbazen dat hetzelfde gedrag tot een identieke uitkomst leidt. Zelfs een ezel is nog slimmer dan dat.

Met dat in het achterhoofd gooi ik alle reviews uit mijn mailbox weg. Het is zinloos tijdverdrijf. Wie maakt het wat uit, of ik beter gedij bij een links- of rechtsom gedraaide drol?

In het verleden behaalde resultaten bieden goede garantie voor de toekomst, schrijft Wijnberg. Vrienden- en familiebanden zeggen wel degelijk iets over de wijze waarop de persoon in kwestie in het leven staat. In dat opzicht zouden een paar heldere reviews op zo’n datingsite heel veel teleurstellingen kunnen voorkomen. Maar die mogelijkheid is er dan precies weer niet.

Waar een norm geldt, worden automatisch uitzonderingen gecreëerd. We genezen liever dan dat we voorkomen. Onwaarschijnlijk hardleers zijn we, als we eenmaal volwassen zijn.

Mijn nieuwe blogboekje gaat niet toevallig: “spiegelen” heten. De titel is zorgvuldig gekozen, evenals de inhoud.
Misschien dat de mensen die zich erin herkennen, omdat ze zelf verteld hebben of omdat er over hen verteld wordt, er hun voordeel mee kunnen doen, in ieder geval gedurende de tijd dat het lezen van zo’n verhaaltje in beslag neemt. Soms verruimt het je blik, als de visie van een ander een verrassend licht op de zaak werpt. En anders niet, dan is het vermakelijk leesvoer voor in verloren minuten.

We zijn bedroevend slecht in staat om lering te trekken uit het verleden. Twintig jaar na dato is wereldvrede een ver van ons bed-show, zijn er meer grenzen dicht dan ooit tevoren, houdt de angst ons in haar greep en staan onze grondrechten weer ter discussie. Ik ben er dan ook niet zeker van dat mijn plan volgend jaar uitvoerbaar zal zijn en bereid me mentaal voor op een andere invulling of op uitstel. Maar één ding weet ik zeker; ik neem mezelf overal mee naar toe, dus ik kan maar beter zorgen dat ik kan leven met mijn spiegelbeeld. Ik begraaf de roze bril diep onder de zoden.

De stenen obstakels liggen overal, of je nu in Boerenhol bent of in Honolulu. Je inborst verandert niet ineens wanneer je elders over de wereld zwerft. Als je een verrassende uitkomst wilt, moet je van de gebaande paden af durven wijken. Dat ga ik doen, weliswaar met een behoorlijke dosis gezonde spanning. Alleen reizen is niet iets dat ik van nature zou verkiezen, maar wie weet wat het me brengt?

Voorkomen mag dan wel beter zijn dan genezen, je kunt iets pas voorkomen als je de signalen tijdig herkent, het lef hebt om je koers te wijzigen en de power vindt om je grenzen te bewaken.

Twintig jaar na dato ziet mijn leven er ook radicaal anders uit, net als dat van de mensen in kwestie. We zijn ouder geworden, ervaren, gelouterd. We hebben mensen ontmoet en we zijn er verloren. Of we wijzer zijn geworden, is nog maar de vraag. Iemand zei me ooit: beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald. Het is nooit te laat voor bezinning, voor het creëren van rust in jezelf en vrede met je omgeving. Het is nooit te laat om in de spiegel te kijken, je geweten aan te spreken en een handreiking te doen naar een ander. Om je niet uit pure gewoonte voor de zeshonderdste keer te stoten aan dezelfde steen, maar om de steen te verleggen of er zelf omheen te gaan. En hoe gemakkelijk dat ook klinkt, dat is het in de praktijk zéker niet.

Ik stop voor de zekerheid toch maar een paar tubes arnica in mijn koffer.

Live: overcome

https://www.psycholoogwijnberg.nl/media/columns-en-archief/oud-gedrag/

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Dromen