Fittie

Wie heeft er zin om het jubileumfeest te organiseren?”, vraagt de leidinggevende op het werk. Ik aarzel geen seconde. Feestjes organiseren is leuk, ik heb het natuurlijk ook heel lang niet kunnen doen, maar nu heb ik er weer zin in. Ik meld me aan en een paar weken later staat het feestje gepland. Het is twee jaar geleden dat we voor de laatste keer iets met de afdeling konden doen, waardoor de stemming nu opgewekt is en de aanmeldingen talrijk.

Een kwartier voor het einde van mijn werktijd rijd ik met mijn auto door de stad om mijn partner in crime met al haar rekwisieten op te halen. Mijn nieuwe navigatie ten spijt rijd ik er zeker tien minuten doelloos rond, omdat de wijk waarin zij woont een doolhof is en mijn navigatie niet begrijpt dat er onderscheid gemaakt wordt tussen even en oneven huisnummers. Gelukkig schijnt de zon.

Mijn auto wordt tot de nok gevuld met dozen, koffers, ballonnen, kado’s, chocola en goede zin. We parkeren het vehicle, omdat we eerst een uurtje gaan poolen. De schrik en het sarcasme van sommigen onder ons verdwijnt al binnen de eerste vijf minuten, als blijkt dat het poolen echt leuk is. Het uur is zó om en we verplaatsen ons naar een bruine kroeg aan de rand van het stadscentrum.

Aldaar worden we welkom geheten door de uitbater, die wel iets weg heeft van Adje Vandenberg. Halflang grijzig haar, geschat op eind vijftig. Een spijkerbermuda die in de vorige eeuw vast eens mode was met grote bergschoenen eronder die half open staan. Het staat hem prima en hij is heel vriendelijk en gastvrij. Op de stoep voor zijn café staat niet alleen het terras uitgestald, maar staat ook de door ons ingehuurde mobiele wokker. Hij verwerft zijn bestaansrecht door met een bakfiets op locatie verse maaltijden te bereiden. Ook hij is een vriendelijke en toegankelijke man, die plezier heeft in zijn werk.

In de kroeg van Adje wordt intussen stemmige muziek gedraaid. Eén van ons krijgt de ipad om invloed uit te oefenen op het genre. Aan het plafond hangt een soort visnet waarin tussen de diverse attributen en LP-hoezen roze vibrators liggen. Aan de muur achter de bar hangt een klein zelfportret van de uitbater in adamskostuum. Het is allemaal zeer vermakelijk en de sfeer is uitgelaten. Een aantal stamgasten, waaronder Rubeus Hagrid, slaat het feestje met plezier gade. Het bonte gezelschap vermengt zich probleemloos en iedereen is zichtbaar blij dat we eindelijk weer eens zoiets kunnen doen met elkaar.

We zijn nog niet halverwege de avond, als er twee handhavers langs komen lopen. Het feit dat ze heel klein en fijn zijn, beiden vrouw zijn en amper twintig jaar, bevordert hun autoriteit niet. Ze wandelen langs, nog eens en nog eens, zoeken op een mobieltje gegevens op en nemen dan hun positie in naast de mobiele wokker om poolshoogte te nemen. “Is hier een besloten feestje?”, vraagt één van hen. Ik knik. Ze trekken zich weer een paar meter terug, maar hebben kennelijk hun oog op de wokker laten vallen. “Heeft u hier een vergunning voor?”, vragen ze hem. Hij glimlacht. “Mijn papieren zijn in orde”, hoor ik hem in het Engels zeggen: “ik wil wel met u praten, maar ik ben nu net druk met eten maken”. Er staat een rij hongerige vrouwen voor zijn bakfiets. De dames in functie laten zich niet wegsturen en Adje komt ook naar buiten. “Problemen?”, vraagt hij. Hij heeft ervaring in gedoe met de handhaving, evenals de mobiele wokker, die onlangs gewoon toestemming kreeg zijn werk te hervatten nadat hem de zoveelste onterechte claim was opgelegd.

Het wordt gehakketak en ik besluit me ermee te bemoeien. “Het zal hoogstens nog een half uur duren”, probeer ik te onderhandelen. “We staan toch helemaal niemand in de weg?”. De woorden dat het al lang bedtijd voor hen is, slik ik in. Adje neemt het van me over. “Hou toch op jullie”, zegt hij: “jullie zitten iedere keer te zeuren. Jullie hebben gewoon de pik op mij”. Ze hangen inderdaad letterlijk binnen aan het plafond, maar het lijkt me nu niet het beste moment om daarover te beginnen.

De dames druipen af, maar blijven op de hoek van de straat staan. Nog geen kwartier later komt er versterking van twee mannen van de Handhaving en sluit er zich ook nog politie bij aan. Adje is binnen, dat is beter. Hagrid slaat mijn betoog met genoegen gade. De politieman is ook niet ouder dan half de twintig en hij roept Adje erbij. Ik begin maar vast te pleiten. “Het wokken duurt wat langer dan we gedacht hadden”, zeg ik hem. “We hebben voor het eerst in al die tijd een personeelsfeestje van de afdeling. Het is gezellig binnen en we doen niemand kwaad hier. Zou je ons misschien door de vingers willen zien?”. Hij neemt een Bokito-houding aan, waardoor hij bijna even lang is als ik. “Ik begrijp wat u zegt, maar regels zijn regels. U krijgt nog precies een half uur”, oordeelt hij. “Als het dan niet weg is, krijgt zowel de wokker als de uitbater een boete”. Het werkt als een rode lap op stier Adje. Hij wordt narrig, begint over misbruik van autoriteit en leeftijdsverschil en verprutst daarmee bijna de deal die ik zojuist gesloten heb. “Ik had u ook meteen kunnen beboeten hè?‘, dreigt Bokito: “dus u mag nog van geluk spreken”. Adje is niet onder de indruk.

U levert de stroom aan de wokker”, zegt Bokito serieus: “dus u bent mede-verantwoordelijk”. Ik kijk achterom en zie inderdaad één stroomkabel vanuit de kroeg keurig langs de gevel naar de wok lopen. Ik tel tot tien. “Maar wat is nu toch het probleem?”, vraag ik de politieman: “waarom moet je nu zo rigide aan je regels vasthouden?”. Hij kucht even en kijkt naar binnen, waar gelachen en gedanst wordt. Het is feest. Hij lijkt héél even beschaamd als hij zegt: “de wokker blokkeert de stoep voor een deel. Dat mag niet. Als er een rolstoel langs moet, dan kan dat niet”. Een collega valt me bij. “Wij zijn gezondheidszorgmensen hè”, antwoordt ze hem: “als er hier iemand langs zou moeten en dat lukt niet, dan helpen we echt even hoor”. Bokito is niet te vermurwen.

Voordat hij door loopt, draait hij zich nog één keer naar me om. “Een half uur hè”, benadrukt hij en hij wijst met zijn vinger op zijn horloge. “Als we terugkomen en de boel is niet weg, dan weet je het”. Ik knik gedwee. Loop maar gauw door, denk ik, voordat Adje’s temperatuur het kookpunt nadert, hij al zijn nuance verliest en ik straks mijn zoon moet inschakelen om me uit de nor te komen ophalen.

Vijf man Waakzaam en Dienstbaar verlaten het plaats delict, maar posteren zich nog geen tien meter verder irritant op de hoek van de straat. De wokker is het gewend en maakt zich niet zo druk. Haasten moet hij wel en ons feestgezelschap gaat de porties eten onderling delen, om met elkaar dat halve uur te bewaken. Wat een jammerlijke en irritante stoorzender in een feestje, dat zó vriendelijk en easy going was en dat voor niemand tot overlast leidde.

Als ik terug naar binnen wandel, spreekt Hagrid me aan. “Goed gedaan wijffie”, zegt hij. “We zijn allemaal blij dat er weer een beetje reuring is. Dit café is ook tijden dicht geweest. Die lui van de handhaving vinden steeds weer een nieuwe reden om te zaniken. Wij vinden het echt gezellig dat jullie zijn gekomen en dat er leven in de brouwerij is”. Een andere stamgast op leeftijd staat intussen op de dansvloer te midden van alle vrouwen. Hij heeft het naar zijn zin.

Het lukt om binnen dat halve uur allemaal iets naar binnen te werken. De flikken halen bakzeil en wij feesten binnen nog even door. “Tot hoe laat mag jij eigenlijk open blijven?”, vraag ik Adje, die buiten bij Hagrid staat. “Dat maak ik zelf wel uit”, bluft hij. We lachen. Hagrid kijkt me aan met zijn rooddoorlopen oog. “Totdat jullie optiefen”, lacht hij.

Boodschap begrepen. We ruimen onze rommel op, betalen de wokker en de uitbater, er wordt gelachen en we beloven nog eens terug te komen. Zijn gastvrijheid was groot, evenals ons enthousiasme. De wokker werkte zich het schompes en leverde heerlijke gerechten af. Handhaving of niet: missie geslaagd.

The Police: don’t stand so close to me

Inside her, there’s longing
this girl’s an open page
Book marking, she so close now
this girl is half his age
Don’t stand, don’t stand so, don’t stand so close to me

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

6 reacties

Corina · 9 oktober 2021 op 14:45

Thankxx voor het mede organiseren van een geweldige avond, het was heel fijn! Ik heb weinig van de handhaving en hun kinderlijk gedrag 😭 meegekregen omdat ik de heerlijke wokmaaltijd aan het verorberen was.
Misschien maar beter ook 😠🤬anders had ik een paar dagen op water en brood gezeten 😂.
Het feit blijft dat ze beter een rood vest kunnen dragen ipv een geel want door dit soort misplaatst autoritair gedrag zijn ze gewoon een rode lap op een stier!!

    Wen. · 9 oktober 2021 op 14:50

    Fijn dat jij er niets van meegekregen hebt, je was tenslotte 1 van de feestvarkens.
    Die handhavers doen op de letter genomen hun werk, maar dit was wel echt onzin. Handhaven op een adequate manier is kennelijk een kunst op zich. Vijf man sterk met politie voor een groepje feestende vrouwen 😂😂😂

Esther · 9 oktober 2021 op 20:37

De handhaving heeft gelukkig geen imagoschade opgelopen, blijft zielig, dat is in ieder geval duidelijk 🙈

Zoon 2 · 15 oktober 2021 op 18:57

Een enkeltje politiebureau om moeders na een wilde bedrijfsborrel op te komen halen was opzich wel een gaaf avontuur geweest. Ik had het met liefde gedaan:)

    Wen. · 15 oktober 2021 op 19:00

    Dat valt me niet tegen van je!
    “Lekker laten zitten daar” had ook gekund 🙂

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Fire

Dromen