Droogbloemen

Ga nou gewoon eens op Tinder”, zegt ze met een grote grijns: “echt, dat is heel leuk tijdverdrijf”. Ik kijk naar haar gezicht. “Het werkt heel goed, toch?”, antwoord ik haar en ze schiet in de lach. Iedere maandagmorgen komen de verhalen, van kansloze gesprekken, geblokkeerde contacten, dubbele profielen en oneerbare voorstellen. Ik luister er graag naar, maar veel succesverhalen heb ik nog niet gehoord.

Kun je benaderd worden door jonge mannen als je zelf bijvoorbeeld tussen de 45-55 hebt aangegeven?”, vraagt vriendin E. me een paar dagen later. “Geen idee”, antwoord ik haar: “ik verzamel nog steeds moed voor Tinder en Happn”. Ze kijkt me aan. “Uhm, hoezo? Gewoon doen!”, antwoordt ze en ik knik lafjes. Tijdverdrijf is nu precies waar ik geen behoefte aan heb, dus ik weet het niet. “Ik ga toch geen avonden zitten scrollen en een beetje van die stomme startgesprekjes zitten voeren?”, zeg ik en ze haalt haar schouders op. “Je moet er gewoon niks van verwachten”, zegt ze en ze gooit haar bruine lokken over haar schouders naar achteren. “Op E-Matching kun je zoeken, waar je ook wilt, ook als dat helemaal valt buiten de kaders die je zelf hebt aangegeven”, zeg ik haar: “ik kon daar lekker door alle vrouwenprofielen scrollen, om teksten en foto’s te vergelijken. Doe je inspiratie van op. Alsof je in Ikea loopt, maar dan anders”. Ze spert haar ogen. “Oh, dat wist ik niet, dat ga ik vanavond meteen eens doen”, antwoordt ze. De lamme helpt de blinde.

Stadsgenoot Y. houdt het daten al een tijdje voor gezien. “Ik heb vijftien jaar een relatie gehad met een getrouwde man”, vertelt ze; “hij en zijn vrouw waren vrienden van ons. Ik deed het trouwens ook met zijn vrouw”. Ik luister. “Het kwam uit, natuurlijk. Huwelijken allebei voorbij, de vriendschap bestaat ook niet meer”. Ze neemt een slok van haar wijn. “Nu ben ik bijna 70 en heb ik geen zin meer in al dat gedoe”.

Een paar dagen later krijg ik een appje tijdens mijn werk. “Ik breng zaterdag het eten mee”, appt X. Ik lees het voor aan mijn Tinderende collega. “Hoezo heb jij nu weer een date met iemand die het eten meebrengt”, zegt ze en haar ogen spuwen vuur. Ik glimlach. “Hij biedt het zelf aan hè?”, zeg ik haar en ze begint bijkans te schuimbekken. “Hoe doe jij dat toch”, gromt ze; “die bloemen hier aan de balie ben ik ook nooit vergeten”. Ik wel, maar ze frist mijn geheugen meteen op. “Jij werkte hier echt nét, toen was je jarig. Werd er een gigantisch boeket bloemen bij de receptie bezorgd voor jou. We hadden hier niet eens een vaas om het in te kunnen zetten hè”. Het is waar. “Ik heb in mijn leven nog nooit zo’n boeket gekregen”, moppert ze en ze spert haar armen wijd open. “Het was een hele wijze kerel, uit het Oosten van het land”, zeg ik en ik mijmer wat. Wat was ik verliefd op die man en wat is dat al lang geleden. “En nu heb je weer iemand die het eten regelt”. Ik knik. “Wij kennen elkaar al een beetje”, kader ik: “het is niet zoals een date-date”. Ze knipoogt. “Kun je hem aan mij voorstellen?”, vraagt ze en ik knik. “Ja hoor, geen probleem. Het is een leuke kerel. Knap ook nog. Hij woont alleen wel in de randstad, dus je moet alles plannen, maar daar hou jij van”. Ze zet haar koffiebeker hard op de tafel. Als blikken konden doden lag ik inmiddels een meter of wat onder de zoden. Ik stook het vuurtje nog een beetje verder op en geniet van haar afgunst.

Ik wilde je nog appen”, zegt ze op maandagmorgen: “hoe je date was, maar dat vond ik een beetje te bemoeizuchtig”. Ik lach. “Het was heel leuk, en lekker, hij is er trouwens nog”, antwoord ik. Ze houdt haar adem in en kijkt me verschrikt aan. “Echt?”, vraagt ze, maar ik kan mijn lachen niet inhouden. “Kutwijf”, sist ze en we gaan ieder stilzwijgend aan het werk.

Mijn vriendinnen en ik zijn net na het het hippie-tijdperk geboren. De tijd van de vrije geest en de flower power. Als er Tinder was geweest in die tijd, was het vast een kleurrijke boel geweest in alle opzichten. Vrijheid blijheid in weelderige kleuren en bizarre vormen. Zonder al die gepolijste teksten en zonder bewerkte foto’s. Met beharing tot aan je knieën en bruine vingers van het blowen.

Virtuele seks is een groeiende markt met zoveel alleenstaanden”, luidde een krantenkop dit weekeind. Ook dat nog. Straks gaan we helemaal niet meer ontmoeten en aftasten, maar direct in de digitale achterkamers van Tinder met elkaar vozen. Dat wordt nog wat, zeker als we met face swapping gezichten kunnen verwisselen, die we dan met deep fake willekeurige teksten kunnen laten zeggen. Ik voel een hele nieuwe manier van daten aankomen, inclusief seks waar je zelf niet bij hoeft te zijn om eraan deel te nemen. Aan een seksuele revolutie van deze strekking kan die flower power nog een puntje zuigen.

Misschien evolueert het libido dan -als het toch niet meer tot fysieke actie leidt- tot een oerdrift die we alleen nog kennen uit de geschiedenisboeken en stagneert de bevolkingsgroei dientengevolge.

Had ik dat boeket van twaalfenhalf jaar geleden maar gedroogd. Ik zou het nu ter illustratie hebben kunnen gebruiken op mijn ambachtelijke seniorenprofiel met vage Polaroid. Het zou de lading zonder woorden hebben gedekt.

B52’s: give me back my man

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

0 reacties

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Cosy