Op tournee

Wat moet je nu toch dáár gaan doen?”, antwoordt mijn moedertje afkeurend en ze kijkt me aan. Ik zwijg. Wat ik daar ga doen weet ik enigszins, wat ik er hoop te vinden is een stuk waziger. “Aan die kust van Noord- en Zuid-Holland is echt niets moois hoor”, zegt ze. Ik glimlach. Mijn moeder woont al zestig jaar in Zeeland, maar verfoeit nog altijd het strand en de zee. Ze vindt de zee naargeestig en vindt dat alle zandkorrels op elkaar lijken. Ze komt oorspronkelijk uit het Oosten des lands en houdt van grote bosgebieden met Hans- en Grietjehuizen, liefst met rieten daken. “Ik ga erop uit, mam”, antwoord ik haar kalm: “en ik heb plaatsen uitgezocht waar ik normaal niet kom. Gewoon om eens iets nieuws te proberen”. Ze kijkt me aan alsof ik volslagen koekoek ben en verandert snel het gespreksonderwerp.

De avond voor vertrek eet ik bij vriend X. Hij wil volgend jaar naar de Grand Prix in Miami en kijkt met mij mee naar mijn reisplannen. In zijn woonkamer hangt een enorme landkaart, waarop we routes vinden en ideeën opdoen. Hij is fan van Amerika, is er meermalen geweest, maar nog niet eerder in zijn eentje. We zoeken details op, hij vertelt over zijn reiservaringen, we eten intussen een bord Pasta della Casa en de sfeer is opgewekt als altijd.

Met lood in mijn schoenen pak ik de volgende ochtend de auto in. Het hoort bij mij, om op de dag van vertrek te denken: “waarom wil ik dit? Waarom zou ik die hele volksverhuizing op touw zetten en van wie moet dit eigenlijk?”. Wat heb je veel nodig, ook in je eentje! Boeken, een laptop, pen en papier. Een muziekboxje. Dichte schoenen, slippers, korte en lange broek, een trui voor in de avond. Toiletartikelen. Flesjes water, een paar voorverpakte plakken peperkoek. Appels. Twee miniflesjes rosé. Een wijnglaasje. Een paar waxinelichtjes, lucifers, meerdere opladers voor de apparatuur. Ik spreek mezelf streng toe en vertrek. Mijn navigatie is onlangs ververst en leidt me probleemloos door het Westland. Ik kuier met de zon op m’n snuit en met Imagine Dragons door de speakers langs Dordrecht, Rotterdam, Naaldwijk en Monster en bereik probleemloos de B&B, die letterlijk aan de voet van de duinen ligt.

Het is een prachtige verblijfplaats, waarin ik een hele mooie, verzorgde kamer heb. Ik voel me er direct op mijn gemak en stal mijn spullen uit voordat ik mijn wandelschoenen aantrek en het op een lopen zet. Het strand is smaller dan ik gewend ben en de verzorgde zandstrook is -net als de randstad zelf- volgebouwd met herkenningspunten en vuilnisbakken. Er ligt een dikke, bruine schuimkraag langs de waterlijn, die niet uitnodigt om er te gaan zwemmen. Ik zie het dan ook weinig mensen doen. Het wemelt er van de kitesurfers en er varen catamarans. Ik heb kans gezien om met een overvolle auto op stap te gaan, maar een badlaken te vergeten, dus mijn jas fungeert als zodanig en ik ga lekker rond zitten kijken en lezen. “Wat lees je?”, vraagt een voorbij wandelende dame met een hond. Ik laat haar mijn boek van Lale Gül zien. Ze knikt vriendelijk, wenst me een fijne middag en loopt weer door. “Iedereen kan leren kitesurfen hoor, wil je het ook eens proberen?”, vraagt een jonge kerel even later blijmoedig aan me, als ik hem help om zijn zware kar door het mulle zand naar de waterlijn te duwen. Ik lach hardop. “Ik stijg pas op bij orkaankracht hè”, antwoord ik en hij lacht. We zwaaien als hij een tijdje later langs de kustlijn scheert met zijn felgele vlieger. Het zijn zoveel vliegers op een kluitje, het is een mirakel dat die lange lijnen niet in elkaar verstrikt raken.

Aan het einde van de middag heb ik er ruim 14000 passen en een half boek op zitten. Ik neem plaats achter een glasscherm bij een strandtent. Als je zit te lezen, voel je je minder bekeken. Zoon 1 belt. “Mam, ik heb de baan gekregen die ik zo graag wilde”. Hij klinkt heel blij, hij heeft er hard voor gewerkt. De reis naar Mexico, die hij binnenkort gaat maken met zijn vriendin, zal vast nog nét iets leuker zijn in de wetenschap dat hij na terugkeer kan gaan werken waar hij wilde. Zijn blijheid werkt aanstekelijk. Ik bestel van de weeromstuit een rosébiertje met zes bitterballen en voel me megatrots.

Voordat het donker wordt -en dat is al rond half negen- steek ik de sleutel in het slot van de B&B. Met een beker thee ga ik beneden aan de grote houten tafel zitten, waarop kranten en tijdschriften liggen. Met de zakenman die even later ook binnen komt maak ik een gezellig praatje. Hij overnacht twee keer per week in de B&B, omdat het nu eenmaal gemoedelijker is dan in een hotel. Dat hij zijn wekker in alle vroegte drie keer laat afgaan is voor de overige gasten een onhandige bijkomstigheid. Mijn dag begint daardoor ongewild al om kwart over zes.

Aan de ontbijttafel zit de tweelingbroer van Ted de Braak met zijn partner. Ze komen uit Limburg en praten half Duits. Ze zijn zelf gastgezin bij Vrienden op de Fiets en ze nodigen me spontaan uit om bij hen te overnachten als ik naar Limburg kom. “Voor een tientje ben je lid van de vereniging en een overnachting kun je op heel veel plaatsen tegen geringe kosten doen”. Het lijkt me best een goed idee. Ik word afgeleid door de enorme snor van Ted, die rakelings langs zijn koffiebeker en het zachtgekookte eitje snijdt, waarin even later tóch een stukje brood blijft hangen en God weet wat nog meer. Hij vertelt honderduit en ik verlies gaandeweg mijn aandacht. Aan de tafel zit nog een dame die zich wat afzijdig houdt. “Heb jij nog leuke plannen voor vandaag?”, vraag ik haar en ze kijkt verschrikt op. “Ik versta je niet”, zegt ze en ze komt dichterbij zitten. “Ik heb een slecht gehoor”. Ze begint te vertellen, over de vakanties in haar eentje. “Ik vind het heerlijk alleen”, zegt ze: “ik zou echt geen rekening willen houden met de wensen van een ander als ik op vakantie ben”. Ik luister. Dat kan natuurlijk óók nog. Halverwege mijn wandelroute kom ik haar bij toeval weer tegen, op haar elektrische fiets. “Wat leuk dat ik je gesproken heb”, zegt ze: “als je niet goed hoort, maak je niet zo makkelijk contact. En ik ben toch al niet zo heel sociaal van nature”. We kletsen nog even en vervolgen dan ieder onze weg.

Er is veel tijd om na te denken, gedurende de dag. Het is hier heerlijk en de mensen zijn aardig. Het is licht en aangenaam buiten en ik geniet van de talloze terloopse ontmoetingen, de zon, de muziek en mijn literatuur. Er is niets op aan te merken, behalve dat ik het ultieme vakantiegevoel, zoals ik dat ken van vroeger, niet aangeboord krijg in mijn eentje. Kennelijk heb ik er iemand bij nodig die her en der wat aanzwengelt en ik vind het een irritant zwaktebod dat er tóch een stukje blijft knagen waar ik zelf geen controle over heb.

De volgende ochtend aan het ontbijt geeft Ted weer een show. Hij vertelt over zijn verleden in het Noorden des lands en zijn eerste vrouw, die Friesland verschrikkelijk vond. “Het enige mooie aan Friesland is de bushalte naar Drenthe”, citeert hij en er wordt gelachen. Op het moment dat hij stopte met werken en wilde gaan Drenthenieren overleed zijn vrouw en besloot hij elders te gaan wonen, waar hij zijn huidige partner ontmoette. Ted is bepaald geen grijze muis.

De laatste dag van mijn verblijf pak ik mijn spullen bijtijds in en laad mijn auto weer vol. Meer dan de helft van de spullen is niet gebruikt. Dat kan een volgende keer efficiënter en gemakkelijker. Ik maak nog een grote wandeling, zeg de eigenaresse gedag en betaal haar tikkie onmiddellijk. Deze B&B was het geld méér dan waard.

Voordat ik vertrek tap ik nog een bakje verse bonenkoffie en stuur ik mijn smartphoneloze moeder een mailtje. “Zoon 1 heeft die baan gekregen!”, mail ik haar en ik stuur haar meteen wat beeldmateriaal van mijn verblijf in het Westen, van de kustlijn waarlangs zij weliswaar nog niet dood gevonden wil worden, maar waar ik een aantal leuke dagen heb gehad. Ik ben nog niet eens vertrokken als ik haar antwoord ontvang. “Wat een geweldig nieuws op je vakantie!”, mailt ze terug. Ik neem een slok van mijn koffie en lees dan de derde en laatste alinea van haar korte mail: “Hij gaat recht op zijn doel af. Dat heeft ‘ie echt van zijn vader”. Oh ja, natúúrlijk, ik had het kunnen weten.

Ik onderdruk een glimlach en zet de terugreis even later in. De Wijzen kwamen weliswaar niet uit het westen, het geluk is nog altijd wél met de dommen.

Het is vooralsnog maar de vraag waar je beter mee bent.

Imagine Dragons: wrecked

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

4 reacties

Esther · 26 september 2021 op 16:20

Blij dat de B&B leuk was! Ben je ook in noordelijke richting gewandeld? Daar is wel heel breed strand😊

    Wen. · 26 september 2021 op 18:27

    Jazeker! Heb het gezien hoor. Het was leuk om mijn pijlen eens ergens anders op te richten. De B&B was echt super!

Jolanda · 26 september 2021 op 23:32

Mocht je dol zijn op half Duits Limburgs en de broodkruimels in de snor van Ted niet nóg een ochtend trekken, dan hebben mijn ouders ook nog een logeerkamer 😉

    Wen. · 26 september 2021 op 23:44

    Dat is lief, Jolanda! Bedankt voor het aanbod, ik houd het in gedachten!

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Fire

Dromen