Doos

Wat vinden je kinderen er eigenlijk van?”, vraagt ze me en ze kijkt me verwachtingsvol aan. Ik glimlach. “Die vinden het wel leuk”, antwoord ik: “vanwaar de vraag?”. Ze schraapt haar keel. “Nou, ik weet niet. Ik zou me best voor kunnen stellen dat ze het lastig vinden als hun moeder een tijdje uit beeld is”. Er valt een korte stilte. “Ik denk van niet”, zeg ik: “maar ik kan het even checken via de app. Als er bereik is tenminste. Zoon 1 zit in de Mayaruïnes van Calakmul en zoon 2 zit in een boomhut tussen de brulapen in de jungle bij San José”. Zoon 1 heeft vanuit Mexico zijn volgende reis naar Barcelona ook al geboekt, om de jaarwisseling daar met een groep vrienden te gaan vieren. Ik denk niet dat ze het heel moeilijk zullen vinden als ik een tijdje onderduik, als ze het überhaupt al merken. Zoon 3 en dochter 1 zijn wel in Nederland, maar niemand weet voor hoe lang. “Mijn kinderen kennen weinig angst en vinden alle werelddelen leuk. Die draaien hun hand niet om voor een reisje. Dat ligt voor hun moeder anders; ik wik en weeg en hoop dat corona geen roet in mijn eten gaat gooien”. Ze knikt. “En je moeder?”, vraagt ze, kennelijk toch op zoek naar een spoortje schuldgevoel. “Mijn moeder vindt het wel best. Die is in redelijke gezondheid en kan nog wel een aantal jaren mee. Mijn moeder vindt het trouwens ook wel bij me passen, het verbaasde haar niet zo”.

Er ligt een vergeeld fotoboek op mijn tafel. De laatste bladzijden kleven aan elkaar en de binnenkant van de kaft is beschimmeld. Het fotoboek kwam uit een verloren hoekje in het huis van mijn moeder. Er zitten foto’s in van mijn vader, die volgende week 94 zou worden. Als ingetogen tiener in 1939 met een strakke scheiding in zijn haar, een bloesje met een stropdas en als soldaat van nét achttien jaar, uitgezonden naar Nederlands Indië om het volk aldaar tegen de Japanners te beschermen. Foto’s van Java, Sumatra, Surabaya, Bali en Bandung met hier en daar een haast onleesbaar onderschrift. Het boek is zó oud, dat de inkt is verbleekt. Indonesië staat ook op mijn verlanglijstje. Ik heb contact gelegd met mijn recent opgedoken achterneef, die daar vijftien jaar gewoond heeft en mij van tips wil voorzien. Ik vraag me af of ik aan een half jaar genoeg ga hebben voor de plannen die ik heb gemaakt.

Ik moet er niet aan denken in mijn eentje”, zegt ze en ze vouwt haar armen over elkaar. Ze kijkt over de rand van haar brilletje. Ik zwijg. Ze verwacht geen antwoord van mij. “Joh, jij bent veel stoerder dan ik”, zeg ik haar en ze haalt haar schouders op. Ze grijnst. “Het was leuk hoor”, antwoordt ze: “echt een aanrader. Het kost een paar centen, maar dan heb je ook wat”. Ik luister. Ze is nu een paar maanden alleen na een lang huwelijk, waaraan haar partner nogal abrupt een einde maakte. “Ik heb eens lekker op die site zitten koekeloeren. Dat alleen is al een feestje”. Ze pakt haar telefoon en klikt haar account open. “Kijk. Hier heb je bijvoorbeeld Matthieu. 29 jaar, 1.85 meter, zeg nou zelf, het is toch echt een smakelijk hapje”. Ik kijk met haar mee. Matthieu is een mooiboy met een donkere kuif en een symmetrisch gezicht. “Hij is wel een beetje jong”, zeg ik, maar ze wijst mijn argument meteen van de hand. “Nou en! Hij doet gewoon zijn werk hè. Hij krijgt betaald en ik ga toch niet zoveel geld neerleggen voor een oude vent”. Ik lach om haar, maar denk tegelijkertijd aan de man in kwestie, die niet weet dat hij een afspraak heeft met een oud vel en ter plaatse moet presteren. “Opleidingsniveau, lichaamsbouw, interesses, items waar hij voor geboekt kan worden, maar ook de maat van zijn geslacht kun je gewoon checken”. Ik kijk ongegeneerd met haar mee. Matthieu heeft niet geheel toevallig een L. “Hij was echt heel goed”, zegt ze en ze zit er ontspannen bij. “Ik had hem voor twee uur geboekt. Vind ik trouwens meer dan genoeg hè, twee uur. Dan heb ik het wel weer gehad”. Ik lach. Zij is van mijn leeftijd; als je twee uur vol in de lampen hangt moet je er vervolgens een hele dag van bijkomen. “Ik had een hotel geboekt in de Randstad. Ik moest zijn reiskosten trouwens nog apart betalen”. Dure grap, zo’n speeltje. “We hebben eerst wat gekletst en de rest gaat dan eigenlijk vanzelf. Ik heb het nu twee keer gedaan en beide heren waren zeer communicatief vaardig en bedreven in hun werk”. Ik luister geboeid. “Dus je kreeg waar voor je geld?”, vraag ik haar en ze knikt. “Absoluut!”, antwoordt ze; “je weet op deze manier precies wat je krijgt. Je selecteert een leuke man, je kiest een datum en je regelt zelf de plaats van ontmoeting. Je wordt niet belazerd, want het is van twee kanten helder wat de bedoeling is. En één ding is zeker: ze gaan stipt op tijd weer weg en je hoort nooit meer iets van ze. Geen gezanik, geen gezeur, geen verwachtingen, niks”. Klinkt spannend, zeker wanneer je libido op commando werkt. Helaas laat het mijne zich over het algemeen niet sturen en dan wordt het wel een erg kostbaar potje Mens Erger je Niet.

We kijken samen de catalogus door. Henry, Mike, Timo, Anthony, Samuël, het zijn allemaal cosmetisch mooie mannen van onder de 40. Er is kennelijk geen behoefte aan een oudere kerel, noch aan een andere lichaamsbouw. Deze lijken in meer of mindere mate allemaal op elkaar. Ze leest de profielteksten op alsof ze aandelen heeft. “Ideaal”, besluit ze. “Wel duur, maar ja. Dat gun ik mezelf dan maar gewoon. Seks is ook een manier van voor jezelf zorgen”. Dat is zéker waar. Ze komt uit een vrij nest, heeft haar kinderen ook vrij opgevoed en schaamt zich niet voor haar klandizie bij deze mannenclub. Waarom zou ze ook? Nu maar hopen dat Mark en Hugo straks niet besluiten dat alle publieke slurven voorlopig opgerold en opgeborgen moeten worden. Dat zou jammer zijn, net nu zij de smaak te pakken heeft.

We praten nog wat na en ze nodigt me spontaan uit voor een avondje Pik Business bij haar thuis. Dat is een tupperwareparty, maar dan met andere dozen. Ik google PB zodra ze haar hielen heeft gelicht. “Wij denken uit de doos. Vanuit jouw doos”, lees ik op hun website. Tut tut, dat zullen we nog wel eens zien! De consulente is een bekende van ons allebei. Ik vind het nu al leuk.

We duiken binnenkort ieder onze eigen koffer in, zij en ik. De ruim zeshonderd euro, die zij uitlegt voor één avondje professioneel vermaak, ga ik gebruiken om ergens op de wereld uit mijn koffer te leven. In onze beide koffers zit vertier, (ont-)spanning, nieuwsgierigheid en avontuur. In haar koffer zit een flinke dosis zelfvertrouwen, in de mijne is hiervoor alvast ruimte gereserveerd. Als ik het ergens gevonden heb, kan ik het in ieder geval mee terug nemen. En wie weet wat ik er dan allemaal mee kan doen. Zij en ik hebben een ander vertrekpunt en een ander doel.

Zij duikt straks in de koffer met Jeremy met zijn XL, ik stop m’n JBL-Flip maat M in mijn koffer. Brave doos.

Ieder z’n meug ………. en verschil mag er zijn.


Imagine Dragons: not today

If we wanna live young, love, we better start today
It’s gonna get easier, easier somehow
but not today

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Doos