Scheiden

Wanneer koop je nou eens een fatsoenlijke afvalemmer”, klaagt hij die mijn huis maar oncomfortabel vindt. Hij kijkt met afgrijzen naar het plastic afvaltasje dat aan het handvat van mijn aanrechtkastje hangt. Ik glimlach slechts. Het stoorde me eigenlijk nooit zo, zo’n tasje, maar hij vindt het van de ratten besnuffeld en potsierlijk. Sinds hij zijn aversie uitsprak valt mijn oog er ook wel eens op en begin ik van de weeromstuit te vinden dat hij gelijk heeft. Er blijven soms afvalresten aan de hengsels kleven en dan zitten die ook weer aan je handen als je het zakje in de kliko gaat gooien. En in mijn geval zitten die restanten dan daarna weer aan mijn kleren. Hoe het ooit begon? De zakjes waren sneller vol dan een hele afvalemmer, ik gooide ieder vol zakje direct weg en voorkwam daarmee een riekende pedaalemmer. Maar ja…..dat is inmiddels een achterhaald principe. Het dateert uit de tijd dat de nota’s van de afvalstoffenheffing en de stort nog niet mijn halve vakantiegeld in beslag namen. Lang geleden, dus.

(meer…)

Mee-eter

De beperkingen, ons opgelegd vanwege de niet nader te benoemen pandemie, beginnen bij mijn huisgenoot en mij irritatie op te roepen. We zijn veel thuis, cirkelen om elkaar heen en maken weinig bijzonders mee. Zijn exchange in Duitsland werd een aantal maanden geleden abrupt afgebroken, hij kwam thuis om de ophokplicht te ondergaan in ons huis met drie verdiepingen en een tuin. Eerst was daar de teleurstelling, later kwamen de berusting en de verveling en deze maken nu met regelmaat plaats voor korte lontjes. We knappen er niet van op.

(meer…)

Go, Pia!

Het is zondag en de regen klettert tegen de ramen. Binnen is het warm en gezellig. We rommelen wat in huis, de radio staat aan en brengt ons het laatste nieuws.

Het Coronavirus is -na het vuurwerkgedoe en de stikstofperikelen- ons nieuwe speerpunt. Wij mensen gedijen blijkbaar goed bij opgeklopte onderwerpen die door de media zodanig prominent voor het voetlicht worden gebracht dat we het nergens anders meer over kunnen hebben.

(meer…)

Filantropische rolmops

Ze zit tegenover me en zucht. “Jij hebt het al een stuk makkelijker Wen”, zegt ze, terwijl ze haar professioneel gemanicuurde nagels bestudeert. Ze zijn diepgroen, in voorbereiding op de kersttijd. Ik zie donkere kringen onder haar ogen. “Oh ja?”, vraag ik haar en ik luister. “Ja. Ik heb drie jonge kinderen. Een man die veel weg is voor zijn werk. In mijn vrije tijd race ik me rot tussen al die clubjes, feestjes en sport”. Ik knik. Die tijd heb ik ook gehad, dat ik op zaterdagmorgen om acht uur bij het voetbalveld stond te blauwbekken omdat we ergens in Timboektoe waren ingeroosterd. Nooit begrepen waarom we het niet gewoon lekker klein en dichtbij konden houden met die kabouters, maar ik was blijkbaar de enige die zich dat afvroeg.

(meer…)

Stik-stof

Ze neemt de telefoon aan, op de achtergrond hoor ik diverse stemmen. “Stoor ik?”, vraag ik haar, zoals ik dat altijd doe als ik op een door mij gekozen tijdstip bel. “Nee hoor”, zegt ze: “ik zet even de televisie wat zachter”. Ze vindt het alleen zijn moeilijk. Vooral de weekeinden vindt ze tergend lang duren. “Ik spreek niemand op een dag als deze. Het is zo oorverdovend stil!”, zegt ze en ik slik.

(meer…)

Bloederliefde

Zondagmorgen. De zon schijnt door de kieren van het slaapkamergordijn. Ik ben al een tijdje wakker, hij ligt nog diep te slapen. Ik denk na over de gebeurtenissen van afgelopen week. De schietpartij in Utrecht, die door de media millimeter voor millimeter werd uitgemeten. De verkiezingen voor de Provinciale Staten, die wellicht daardoor niet heel verrassend afliepen.

(meer…)